zondag 22 mei 2016

Vergankelijkheid

Aloha! Ik zal je een geheimpje verklappen: ik geef om heel veel dingen.

Waarschijnlijk meer dan verstandig voor me is. Ik doe net alsof dat niet zo is, omdat al die kleine dingen zoals stervende aardbeienplantjes in de tuin of een goede grap op 9gag over hondengedrag of een hoopje stof in de hoek van de kamer dat nooit opgeruimd wordt of gebroken dromen die ergens op de bodem van mijn buik liggen of een zak verrotte peren die ik gekregen heb maar niet kon opeten of ontroerende boekpersonages die niet dieper gaan dan de woorden op een pagina, vergankelijk zijn. Net zo vergankelijk als echt je best doen op affirmerende woorden in een email of een sms of een kaartje en dat dan aan die ander geven en vergeten. Opflakkerende liefde die een moment of een dag lang je hart opent en dan weer verdwijnt. Niet écht, natuurlijk, maar wel voor je denkgeest. In het grote geheel gaat niets verloren.

Maar het voelt wel zo. Het voelt alsof ik elk moment van alles verlies, en om dat voor te zijn onderdruk ik dat ik erom geef, waardoor ik mezelf afsnijd van mijn gevoel. Ik ben zo bang voor melancholie en voor wat het kan betekenen (het gaat soms naadloos over in depressie) dat ik van de weeromstuit ga doen wat een depressief iemand doet: onderdrukken. En zo raak ik ook mijn grip op de creatieve mogelijkheden van melancholie kwijt.

Eigenlijk is het enige dat ik, creatief gezien, met regelmaat en voortdurende bevrediging doe, het schrijven op deze blog. Ik heb wel meer gedaan, maar altijd grillig, cyclisch, kortdurend, waarna ik mijn interesse verloor. Maar naar het schrijven over mezelf op deze blog keerde ik steeds weer terug. Dat vond ik dan narcistisch en navelstaarderig en dat mocht ik vervolgens niet van mezelf, vooral niet omdat maar zo weinig mensen erom geven en het lezen, zodat ik er uit zelfbescherming ook maar niet om gaf. Nu ineens sloeg dat om, op de voor mijn design bekrachtigende pessimistische manier: als niemand erom geeft, laat ik mezelf dan maar helemaal de vrije teugel geven en elk restant van please- of bewijsgedrag van me afschudden. Laat ik dan maar volledig authentiek zijn en alle provocatieve dingen zeggen die zich achter mijn woorden schuilhouden, met al mijn oncomfortabele openheid, hoopvolle naïviteit, sarcasme en negativiteit vandien. Laat ik dan maar niet meer verbergen dat ik me een mislukking voel achter dappere woorden van zelfverwezenlijking. Laat ik er dan maar gewoon voor uitkomen dat ik geen flauw idee heb wat ik nu moet doen in mijn leven, experimenteren met het delen van mijn geheimen en nu nóg verder gaan dan ik ooit al deed, nóg meer van mezelf geven. Want dit schrijven geeft me leven, en dus moet het wel goed zijn. Laat ik vertrouwen op mijn creatieve flow, en als die niet gemakkelijk in het gehoor ligt of mensen aantrekt, dan zij het zo. Dan heb ik mezelf tenminste echt geuit.

En natuurlijk had ik dit allemaal al veel eerder moeten bedenken. Deze weerbaarheid had ik al voor de kunstacademie moeten bezitten: geen wonder dat dat is mislukt.

Maar ik had het nadeel dat ik altijd werd ondersteund door liefdevolle mensen, zodat ik nooit écht door het slijk ging en me kon verharden.

Nee, dit gaat niet over verharden. Dit gaat wederom over mezelf er laten zijn en loslaten wat niet van mij is. Over om mezelf geven, zelfs als niemand me bevestigt of aandacht geeft. Hoe onorgineel ook weer.

En laat ik dan deze laatste zin niet een positieve, hoopvolle draai geven, want ik hoef niks te fixen dat niet gebroken is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten