maandag 3 april 2017

Tijd

Ik heb in korte tijd veel inzichten opgedaan en de engelen vertellen me om hier dankbaar over te zijn en mezelf een schouderklopje te geven. Ik ben spiritueel sterk gegroeid en dichtbij de verlichting gekomen. Dat is mooi, en nu voel ik me onverklaarbaar verdrietig, alsof ik iets kwijt ben. Wat ben ik dan kwijt? Al die inzichten weer? Het is waar dat ik ze me nu niet allemaal meer kan herinneren, en dat het lijkt alsof ik er weinig tastbaars aan heb overgehouden. Dat geeft een wat onbestemd gevoel, alsof mijn zielswerkelijkheid en mijn fysieke werkelijkheid niet hetzelfde laten zien. Ik heb intensieve gesprekken gehad met mijn hoofdgids. Ik heb hem beter leren kennen, ik heb me voor hem opengesteld en sindsdien heb ik voortdurend met hem kunnen praten, elk moment dat ik dit nodig had. Dit heeft me veel inzichten gegeven. Kan ik ze hier herhalen? Nee, ik kan ze me niet herinneren.

Gun jezelf in dit proces de tijd, krijg ik door. Die tijd, dat is waar het hem wringt. Want in mijn zielswerkelijkheid bestaat tijd niet. Daar krijg ik alles wat ik nodig heb nu. Daar is de gedachte werkelijkheid, zoals ’s nachts in mijn dromen. De astrale wereld, waarin je in een ander zijnsniveau bent. Toch bestaat in de fysieke werkelijkheid tijd wel. En ik heb het gevoel dat die door mijn vingers glipt. Een oude programmering, waarvan ik niet helemaal weet hoe ik ermee om kan gaan. Soms is alles wat ik doe op een dag praten met mijn gids en schrijven. Af en toe geniet ik van de tuin en de zon, ik eet wat gezonde dingen, ik lig te dromen op mijn bed in de zon… kortom, ik volg mijn flow, ik zit lekker in mijn vel en ik geniet. Waar komt dit onverklaarbare verdriet dan vandaan? Alsof ik iets ‘kwijt’ zou raken als ik zo leef?

Misschien rouw ik om alle momenten dat ik me niet zo heb kunnen voelen. Dat het geluk ver weg leek. Misschien rouw ik omdat ik nu weet dat het zó dichtbij was. Dat ik niet nu, maar vroeger, de tijd door mijn vingers voelde gaan. Ik richtte me op tastbare zaken, resultaten, dingen waaraan ik mijn voortgang of productiviteit kon afmeten. En nu weet ik: dat is allemaal van geen belang als de ziel er niet achter zit. Het leek alsof ik vooruitging, als ik mezelf ergens toe zette of goede cijfers haalde voor iets dat tegen mijn natuur in ging. Ik rouw om elke keer dat ik niet mijn flow kon volgen. Dat ik niet gewoon midden op de dag in de zon op mijn bed kon gaan liggen, zoals ik nu doe. Als een kat die nergens heen hoeft en even lekker bij kan komen van alle prikkels. Ik ben in het nu, en alle keren dat ik niet in het nu was dienen zich aan, om verwerkt te worden. En ik verzucht: het was al die tijd zo simpel. Het was gewoon een kwestie van genieten.

Die oude manier van tijd opmeten dient mij niet meer… De klok die zegt: op deze leeftijd moet je dit bereikt hebben, op die leeftijd dat, en dit is hoe je je dagelijkse tijdsindeling moet maken, zodat je dan en dan weekend of vakantie kunt vieren, en als het dan weekend of vakantie is, dan moet je genieten en heel veel doen want dat is hoe het hoort. Wat zegt die klok nog meer voor rare dingen? Onder andere dat je elke dag op een vaste tijd moet opstaan, en op een vaste tijd naar bed moet gaan. Dat een daarvan afwijkende tijd ‘niet gezond’ zou zijn. Dat er een bepaalde tijdsspanne verbonden is aan het hebben van sociaal contact: zo lang kun je iemand niet spreken, zo lang kun je wachten tot je op een bericht reageert (die reactietijd wordt korter en korter doordat je meteen kunt zien of iemand iets heeft gelezen), en ga zo maar door…

Laatst zei iemand tegen me, als reactie op mijn uitleg over hoe ik mijn leven inricht: 'Ah, jij bent iemand met tijd!' Alsof ze nog nooit zoiets zeldzaams was tegengekomen. Ik verwonderde me daarover. Blijkbaar is dit niet normaal? Blijkbaar is het iets begerenswaardigs? Oja. Dat is hoe ons denken in elkaar zit.

Op zielsniveau is er geen tijd. Daarin heeft alles zijn plek en natuurlijke ruimte. Er is een gevoel van flow, van groei, van ontwikkeling en expansie. Los van het lichaam zijn er geen prangende behoeften die vroeg of laat vervuld moeten worden, zoals naar de wc gaan, ’s nachts slapen, je bloedsuikerspiegel en stofwisseling op peil houden door in ieder geval drie maaltijden te eten, regelmatig in beweging te komen, etcetera. De ziel denkt gewoon, en al die gedachten zijn intenties die direct werkelijkheid worden. Geen enkele behoefte aan tijd.

Het is waar dat er dan soms ook een bepaalde leegte kan ontstaan. Als elke gedachte meteen werkelijkheid wordt, als ik mijn flow direct volg, dan is er soms ook gewoon even niets. Mijn verstand heeft ook even rust nodig, af en toe, om bij te komen van alle inzichten en denkwerk. Mijn hart wil gewoon even voelen wat er te voelen is, even puur zijn. Mijn lichaam wil soms niets in het bijzonder. Die leegte wordt soms gekleurd door melancholie, als een regenbui die langstrekt.

Hoe kan ik op zulke momenten van leegte vertrouwen dat het ontastbare (en daarmee ook het tastbare) zich vanzelf wel weer aandient? Ik krijg het antwoord: die vraag komt omdat je je hart nog niet volledig hebt geheeld, nog niet volledig je zelfliefde hebt bevrijd uit alle herinneringen die je nog dwars zitten (even vrij vertaald naar mijn modellen van begrip). Daardoor durf ik nog niet volledig op mezelf te vertrouwen, of mezelf te zien als een goed persoon, die goed bezig is. Ik ben hierdoor nog bezig mezelf te ‘managen’, alsof ik het zand dat tussen mijn vingers wegglipt vast probeer te houden, terug probeer te stoppen, want wat als het verkeerd valt of iemand er last van heeft? Wat als ik het allemaal verkeerd bleek te doen?

Daarom heeft dit proces tijd nodig. Om mijn hart te helen. Op die weg zit ik al dubbel en dwars, dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Het enige wat ik hoef te doen is ademen. Loslaten wat mij niet meer dient. En weer inademen wat zich wel weer aandient.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen