dinsdag 4 april 2017

"En wat doe je dan in het dagelijks leven?"

Laat ik een herkenbare situatie schetsen. Je ontmoet iemand, misschien een kennis, een verre vriend, een familielid dat je normaal zoveel mogelijk probeert te vermijden... en na de ongemakkelijke knuffel, stijve handdruk of veel te intieme luchtkussessie, of erger nog, al tijdens het ondergaan van deze ongewenste baltsdans, wordt het gesprekssalvo geopend met een onschuldig lijkend: 'hoe gaat het?'

Net als je op bent gekrabbeld uit de existentiële diepten waar die verdacht retorische vraag je in heeft geworpen, komt de volgende alweer: 'en waar ben je tegenwoordig mee bezig?'

Niet alleen word je gevraagd om het oh-zo-dunne koord tussen de 'makkelijke leugen' (het gaat prima!) en de 'ultieme waarheid' (ik vraag me af of ik wel productief genoeg ben in het volgen van mijn droom en kan 's ochtends niet uit bed komen) te lopen, ook ontstaat er een vacuüm van afwachtende stilte waarin je in een maximum concentratiespanne van zo'n 10 seconden een accurate schets moet geven van je weekritme. En waar the fuck bén je eigenlijk mee bezig? 

Omdat ik de neiging heb me te schamen voor kritieke onderdelen van mijn leven (zoals mijn levensmissie en allergrootste passie, en mijn voorliefde voor karakterfouten en schaduwkanten terwijl ik als organisator van een spirituele jongerenbeweging een soort van positieve reputatie hoog te houden heb) komt mijn ego meteen in actie. Dat is gevoelige informatie! Dat moeten we beschermen! In plaats van ronduit ergens voor uit te komen - zoals mijn schrijfdroom of mijn werk met Jong Bewust wat zou veronderstellen dat ik heel goed ben in sociaal contact aangezien ik sociaal getinte ontmoetingsdagen organiseer dus laten we dat maar niet vermelden want dat kán ik nu echt niet verdedigen terwijl ik hier als een konijn in de sociale spotlights naar je aan het staren ben en in rap tempo alle grip op normaal gedrag verlies - werp ik barricades op. Tussen de gaten door maak ik schijnbewegingen met krachteloze losse flodders als 'ik volg een opleiding tot...' en verzand in een warrig uitleg over wat een Lightworker eigenlijk is, terwijl de ander mij met grote ogen aankijkt. Er valt een ongemakkelijke stilte, de hapjestafel lonkt, en de ander zegt snel: 'en hoeveel uur in de week ben je daar dan mee bezig?' Weer komt mijn ego in actie. Vlug, denkt het, verzin iets! Ik manipuleer een verhaal bij elkaar over hoe de lestijd maar één dag in de week is (een ochtend, eigenlijk, maar dat zeg ik niet) maar dat je er veel meer tijd mee bezig bent want je moet af en toe verslagen schrijven (alleen in het derde jaar) en presentaties voorbereiden (eens in de zoveel weken) en dat een les net als een therapeutische sessie is die je helemaal moet verwerken en dat het een 'proces' op gang brengt waar je je handen vol aan hebt, 'want je moet eerst door je eigen stukken werken voor je iemand anders kunt helpen', waarop de ander nobel knikt, niet wetende dat je allang aan de weg aan het timmeren bent door het helpen van anderen en dat je helemaal niet perfect verlicht hoeft te zijn om dat al te kunnen, en dat het er juist om gaat in een geslaagde sessie dat je je schaduwkanten omarmt, maar goed, het is lastig om je schaduwkanten er echt te laten zijn en dat verre familielid is er trouwens ook deels oorzaak van dat je überhaupt delen van jezelf in de schaduw hebt gesteld vanwege de sociale druk van je gehele familie, dus hoe kun je dat ooit ook maar beginnen te zeggen vanuit die verzwakte positie?! Ik bedoel, het berust allemaal op de waarheid, maar ik maak er zo'n verhaal van dat de ander door de excessief verwaterende wijdlopigheden allang denkt: 'oh, die doet wat' en de vragen godzijdank stoppen... zonder dat ik écht heb verteld waar ik mee bezig ben. En naderhand voel ik me raar en zweterig, want wat is me nu eigenlijk overkomen? In zulke gevallen neem ik graag een uitgebreide slok van mijn thee, terwijl ik de ander niet aankijk - tot ik me herinner dat het nu mijn beurt is om vragen te stellen, en ik al mijn sociale vaardigheden bijeenschraap om het volgende socialiseringsoffensief te weerstaan.

Weer in het vacuüm gezogen. Het gespreksvacuüm dat aan mijn open keelcentrum trok met een niet-te-weerstane zuigkracht. Dit is waarom ik graag in mijn introverte bubbel zit. Waarom kan ik niet gewoon niks zeggen als iemand me vraagt hoe het gaat of wat ik doe? Waarom kan ik niet net als Dan Howell een sardonisch antwoord geven waarbij ik alle elementen van mijn leven die volgens de maatschappij te duiden zijn als professioneel loserschap, verhef tot een luchtige, herkenbare grap? Iets als: 'over het algemeen goed, al vraag ik me het grootste deel van de tijd af of ik wel productief genoeg ben in het navolgen van mijn droom en wat ik dan het liefste doe ik Youtubevideo's bingen en uit het raam kijken naar het mooie weer en mezelf vruchteloos stimuleren om te gaan sporten... doe jij ook aan sport en heb je daar ook zo'n last van in de lente?' Waarom kan ik dát niet zeggen?! Ik bedoel, het is niet perfect, maar het leidt de aandacht af, het vult de stilte, het is aangenaam oppervlakkig zonder de waarheid geweld aan te doen, en ik heb daadwerkelijk iets van mezelf gedeeld zodat ik me niet op losse schroeven voel staan zoals na een leugen-door-weglating.

Want je komt hier niet gemakkelijk vanaf. Aangezien deze vragen komen voordat je een gespreksbasis hebt gebouwd, en juist bedoeld zijn om een gespreksbasis te bouwen, is de ander nog niet op je afgestemd en zul je met iets moeten komen, tenzij je wilt dat de basis van het gesprek een ongemakkelijke stilte is waarin je niet-sociaal gedrag vertoont als 'zwijgen' of 'hulpeloos glimlachen'. Dat is namelijk mijn natuurlijke reactie als iemand mij deze vragen stelt, dat wat er zou gebeuren als mijn ego geen schijnbewegingen zou maken met die warrige, van angst doorschoten uitleg over mijn opleiding. En zwijgen en hulpeloos glimlachen zijn op zich natuurlijk zeer plausibele reacties. Het gaat er allemaal om dat je jezelf bent enzo. Waarom niet? En de ander begrijpt je hulpeloze glimlach heus wel want die houdt eigenlijk ook helemaal niet zo van deze onzinnige kletspraat - en je hebt de basis van je contact gelegd met een gedeelde blik van verstandhouding. Bingo. Zo moeilijk is het allemaal niet.

Het probleem is dus die schaamte. De schaamte over mijn leven die volledig met me aan de haal gaat. Dit sociaal geaccepteerde kruisverhoor voelt alsof iemand een licht aanknipt terwijl ik in mijn nakie in een donkere kamer door een plas chocola aan het rollen ben, samen met een leeg gorillapak dat om één of andere raadselachtige reden voorbindborsten op heeft met mijn bruine handafdrukken erop. Of iets anders absurds wat het daglicht niet zou kunnen verdragen. In één woord: aaargh, doe het weg, doe het weg!

Waarom schaam ik me zo? Omdat het spannend is om mijn droom te volgen. Ik doe het wel, maar het liefst wil ik er niemand over vertellen terwijl ik ermee bezig ben. Het is nog zo kwetsbaar. Ik vond het ook altijd vreselijk om op de kunstacademie mijn work-in-progress te moeten bespreken met de docenten. Die interferentie met mijn scheppingsproces is zo totaal ongewenst, zo misplaatst, dat ik al ineenkrimp als ik eraan denk! Maar ik raak vaak verleid door het vacuüm, door de angst over te komen als een loser die niets uitvreet, en dus heb ik al aan veel te veel mensen verteld waar ik mee bezig ben. Ik ben echt pathologisch waardeloos in het bewaren van mijn eigen geheimen. Ik kan mijn mond niet houden. Ik durf niet ongemakkelijk te zijn. Ik durf niet te zwijgen en mijn lichaamstaal het werk te laten doen.

Want ik weet: ze kunnen er niet tegen als ze de ander niet kunnen definiëren. Ze raken onrustig als ze iemand niet in een hokje kunnen plaatsen. En met 'ze' bedoel ik natuurlijk 'we'. (Voel je vrij om jezelf hiervan uit te sluiten als het niet op jou van toepassing is.) Ik kan er zelf ook niet mee omgaan, eerlijk gezegd. Want wie ben ik zelf dan nog, in verhouding tot die ongedefinieerde persoon? Dan worden we uitgedaagd om niet meer in termen van hokjes te denken, maar om daadwerkelijk vanuit ons hart contact te maken, het hart dat alles kan bevatten wat ons hoofd niet in een hokje kan proppen. En dat is niet iets wat wij Nederlanders geleerd hebben om te doen in ons proces van socialisatie. Nee, wij zijn getraind om op de vraag 'hoe gaat het' een snel en ongevaarlijk antwoord te geven. We zijn getraind om bliksemsnel op de scheiding tussen het hoofd en het hart te lopen als op het scherp van de snede, door een antwoord te geven waar de gemiddelde Nederlander (op zich open-minded) iets mee kan, maar wat niet aan emotionele gevarenzones hoeft te raken (niet open-hartig dus). Zo zit onze maatschappij in elkaar, en tel daarbij op de verheerlijking van het 'druk' zijn, en je bent al snel 'anders' als je er niet volledig in slaagt om te socialiseren. En als je überhaupt al niet met iemand wilde praten en je het liefst uit de voeten maakt, hoe kun je daar een tactiek voor bedenken (die hapjestafel bijvoorbeeld) op het moment dat die ander recht in je zwakke plek schiet met het dubbele salvo van het 'hoe gaat het en wat doe je?' Dat is teveel sociale kortsluiting in één keer, daar ben ik niet tegen bestand. Dan wil ik niet eens mijn hart openen naar de ander, maar dan ben ik al zo verzonken in mijn interne sociale drijfzand dat ik niet anders kan dan over mijn opleiding te beginnen en daar gaan we weer, wat is een Lightworker eigenlijk en hoeveel uur per week doe ik dat dan?

Zucht.

Nou, nu ik mijn waterdichte tactiek heb bedacht van het inzetten van mijn zogenaamde loserschap als sociaal bruggetje, is hij al niet meer nodig, want met het schrijven van deze blog heb ik al verklapt wat ik dan dus doe in het dagelijks leven, dus op hoop van zegen dan maar dat ik dit nu nooit meer hoef te vertellen.

Ach, alsof iemand correct gaat onthouden wat ik in mijn blogs schrijf en hier ook nog eens voor uit durft te komen de volgende keer dat ik die persoon zie. (Geloof me, ik begrijp helemaal hoe stalkerig je je dan moet voelen.)

Het ergste is nog wel dat ik vaak de persoon ben die gesprekken begint met 'hoe gaat het?' Mocht je je vertwijfeld afvragen waarom ik je dit aandoe, weet in ieder geval wat ik mezélf er in de eerste plaats mee aan doe! Hopelijk slagen we er dan beiden in dit stomme socialiseringsproces te onderscheppen met oprecht contact van hart-tot-hart, want daarin is ongemak nooit ongemakkelijk.

Dan ga ik nu de rest van de avond proberen de perfecte gevatte opmerking te bedenken die mij voor eens en voor altijd zal verlossen van mijn ongemak omtrent dit vragenduo 'hoegaathetenwatdoeje'.
Iets als: ja, dat vraag ik me zelf ook wel eens af - ik heb wel een bloglinkje voor je, hier, zoek maar op op je telefoon, dan ga ik even naar die hapjestafel, oké?

Oh, in mijn hoofd ben ik zoveel gevatter dan in de realiteit.

Welkom in de wereld van het open keelcentrum.

PS: deze blog is niet bedoeld om medelijden op te wekken, maar is bedoeld als grap. Dus alsjeblieft, je hoeft me nergens over gerust te stellen. Ik ben gewoon sociaal ongemakkelijk en dat is een plausibele staat van zijn, oké? Ik probeer mijn futiele socialiseringscapaciteiten te omarmen en ik ben hier voornamelijk schromelijk overdreven omdat ik de zaken nou eenmaal graag bevredigend erudiet formuleer ter ondersteuning van de catharsis van mijn schaduwkanten. 

1 opmerking: