maandag 17 april 2017

De grot en de volle maan


Ze stond op dezelfde plek als altijd. Ik wist niet precies wie ze was, alleen dat ik haar altijd hier kon vinden, in deze donkere grot, waar het water van de muren sijpelde en een aangenaam rood schijnsel de wanden kleurde. Ik dacht altijd dat ze Moeder Aarde was. Ze droeg een hoofdtooi met sieraden eraan en een gewaad met ingewikkelde symbolen aan de randen, als iets uit een exotische cultuur uit het verleden, rijk behangen met mysterie, een priesteres. Ze voelde zich thuis in de nissen en het veilige duister in de grot. Een uil vloog om haar hoofd.  



De ruimte lichtte op en ze nam me mee op een bezemsteel, het maanlicht in. Ze landde in een bos, waar de volle maan heldere schaduwen wierp en een afwachtende stilte heel goed leek te luisteren naar wat we deden. Ik zag haar rituelen doen in een kring van paddenstoelen. Op haar blote voeten liep ze over het mos, met haar hand voelde ze aan de schubben van de bomen, en toen draaide ze zich naar mij met een wetende blik, die ik pas begreep toen ik hem vanuit de spiegel naar me terug zag kijken. 


Ze was mijn diepste vrouwelijke essentie, de oerkracht van de aarde die mij heeft gevormd - haar te ontmoeten leidde eindelijk tot mijn integratie van het puur fysieke vrouwzijn. 

1 opmerking: