donderdag 23 maart 2017

Introversie en het geweld van de lente

Hèhè, daar was de mutatie weer, pfieuw! Blijkbaar blijven die gewoon doorgaan, ook al zie ik ze niet aankomen. Weet ik dat ook weer. Tot ik het niet meer weet, hè. MUTATIEHUMOR HAHAHA!! (Kanaal 3-60)

Ik beschreef de afgelopen tijd mijn worsteling met sociale contacten. Mijn besluit om volledig voor mijn schrijfdroom te gaan leven had onverwachte consequenties. Ik werd er van de weeromstuit heel introvert van. Introversie is naar binnen gekeerd zijn, alleen willen zijn om je op te laden, niemand nodig hebben om je vervuld te voelen, en je niet op je gemak voelen bij het naar buiten treden. Dat is althans hoe ik het ervoer. Ik vond mijn vervulling in mijn creatieve proces. Ik had niemand meer nodig. Ik ontdekte de wereld in mezelf. De eerste maand ging het nog wel - dat was in januari. Ik cancelde mijn verjaardagsfeestje, wist dat neutraal te communiceren en trok me terug in mijn schrijfbubbel. Ik dacht: dit hoort gewoon bij het winterseizoen. Dat speelt zich tenslotte binnenshuis af, men keert zich naar binnen, etcetera. In februari zette het door. Er gebeurde iets waardoor ik weer naar buiten werd geroepen en de wereld weer naar binnen kwam, ik verwerkte het, en daarna trok ik me snel weer terug in mijn schrijfbubbel. In maart begonnen de dagen echt weer te lengen. Het licht was zo fel, de belofte van lente en uitbotten was zo groot, en ik zat er als een open zenuw bij - over-exposed, rauw, schrikachtig. Ik was nog helemaal niet klaar voor de lente! Ik wilde een eindeloze winter! Ik wilde alleen maar doorgaan met die introverte schrijfbubbel en voor eeuwig de gordijnen sluiten voor dat felle solaire oog, die genadeloze extraverte spotlight van de naderende equinox!

Dit was geen fase meer, nee, dit leek een permanente verandering. Zo halverwege begon ik 'm te knijpen. Ik vreesde dat dit betekende dat ik al mijn vriendschappen zou moeten verbreken om nog trouw aan mezelf te blijven. Was ik veranderd in een soort schrijverskluizenaar? Ik vreesde mensen te zullen kwetsen en van me te vervreemden. Ik begon een milde sociale anxiety te ontwikkelen. Elk berichtje op Facebook voelde als een schok, iets waar ik helemaal niet voor toegerust was, en er ging geen dag voorbij dat ik niet aan mijn vrienden dacht - hadden ze me niet nodig? Was dat niet arrogant om te denken? Hoe moest ik me gedragen? Wat moest ik zeggen? Wat als ik eenzaam en alleen zou achterblijven? Moest ik uitreiken? Hoe stond het ervoor? Hoe ging het met ze? Vonden ze me een slecht persoon?

Maar of ze dat nu wel of niet vonden, ik vond mezelf al slecht genoeg. Wat was het kneitermoeilijk om voor mezelf te kiezen. Om eigenbelang (60.3) tot een kunst te verheffen. Om mijn gevoel te blijven volgen door diep in die introversie te duiken, temidden van de chaotische golfslag van een emotioneel appèl en een vraag die wellicht helemaal niet gesteld was.

Ik ging compenseren. Door de emotionele intensiteit van het overlijden van mijn opa verloor ik het contact met mijn innerlijke kompas even. Even maar. En ik wist mezelf direct te verstrikken in een moeizame uitwisseling met een vriendin waarin ik blijkbaar gemengde boodschappen gaf: geen contact, wel contact, geen contact, wel contact. Eén van de dingen die de ander lastig vond was dat ik wel gewoon actief bleef op social media. Ik probeerde uit te leggen dat dit voor mij onpersoonlijk delen is - het collectieve circuit - en een manier van ontspannen, en dat iets delen of liken voor mij niet per se een uiting is van persoonlijk sociaal contact. Dit bleef zuiver voelen voor mij, en hoe moreel verantwoord dat wel of niet moge zijn, daar mag iemand anders over oordelen, ik volgde gewoon mijn gevoel. Toch reikte ik persoonlijk uit. Dit kwam voort uit mijn angst om de ander te kwetsen als ik niks van me zou laten horen. Patroon haakte in op patroon: conflict was geboren. Ik kwetste door te proberen iets te 'fixen', uit schuldgevoel. Mijn angst om een slecht persoon was realiteit geworden: het bewijs stond recht voor mijn neus. Wat nu?

We komen in de tegenwoordige tijd. Vandaag, om precies te zijn. Want vandaag kwam mijn mutatie. Door een bijzondere ontmoeting waar ik wél een volmondig 'ja' op voelde - ik had immers geen enkele deur dichtgedaan in mijn kluizenaarschap, integendeel, dat was juist het probleem - besefte ik weer hoe sociaal contact ook kan zijn. Een waardevolle toevoeging, in plaats van een vervanging van innerlijke leegte. Die innerlijke leegte, die eenzaamheid die ik mijn hele leven al voelde zeuren, had ik immers opgevuld door mijn schrijfdroom te gaan leven. En dus verdween de behoefte aan veel sociaal contact, en kwam mijn authentieke introverte aard volledig naar voren. Ik had de vervulling immers al in mezelf gevonden, in mijn creatieve proces, in mijn innerlijke leefwereld. Wat was nog de rol van de anderen? Nadat ik daar 2,5 maand mee had lopen worstelen, kwam ik erachter dat dit met mij mee verandert. Dit is makkelijker met nieuwe contacten, met mensen die ik niet vaak zie - daar voelde ik dan ook voortdurend nog mijn energie naar uitgaan. Zij waren immers niet anders van mij gewend. Ze kenden mij nog niet, of niet goed. Ik kon opnieuw met hen beginnen, direct vanuit mijn nieuwe energie van onafhankelijkheid. (56.3) Maar mijn oude vrienden - zo redeneerde een niet helemaal betrouwbaar stemmetje in mij - die waren van mij gewend dat ik op een bepaalde manier contact onderhield. Temidden van de verwarring van mijn post-mutatie-fase, het moeilijke begin, kon ik niet anders dan mijn best doen met mijn vrienden, en falen, en slachtoffer zijn, en slachtoffers maken, door wél of juist níet iets van me te laten horen. (3.5)

En dus transformeerde dat contact met mij mee, op een niet geheel pijnloze manier. Eén moment van 'zwakte', van afwijking van mijn koers door please-gedrag te vertonen, en ik kwam terecht in de schaduwkant van mijn 3/5-profiel: de zondebok, het zwarte schaap, de paranoia om niet aan de verwachting te kunnen voldoen, niet een goede vriendin te zijn. Ik voelde me niet alleen een slachtoffer, ik werd een slachtoffer. En het mes van poort 3.5 snijdt aan twee kanten: ik maakte ook de ander tot slachtoffer. De fysieke realiteit spiegelde mijn gevoel een slecht persoon te zijn dus met een naadloze accuratie. Heerlijk toch, die Wet van Aantrekking!

Gisteren in mijn meditatie zag ik een beeld voor me van een uitbottende bloemknop. En dat uitbotten, dat doet pijn. Een kuiken breekt niet zonder worsteling uit zijn eierschaal. Ik was nog niet klaar voor de lente, voor het begin van het seizoen van extraversie, en dus sleepte de lente mij aan de haren naar buiten, het licht in. Want lente werd het toch. Ik heb de zon niet kunnen tegenhouden, helaas. Geloof me, ik heb het geprobeerd. Met gordijnen. Met laat opblijven. Met in de schaduw duiken en mijn verhaal ermee voeden.

Het was pijnlijk, dat absoluut. Het was niet fijn om, elk moment dat ik de schrijverspen éven neerlegde, bestookt te worden door al dan niet moreel verantwoorde schuldgevoelens over het wel en wee en het wel en niet van mijn sociale contacten. Dat zoog heel zwaar. Dat is het donkere stuk van de lente. Het opdreggen van oud vuil dat zich in de winter heeft lopen ophopen.

En anderzijds, de lente heeft mij een hernieuwd besef opgeleverd van sociaal contact. Het heeft mij met trial en error laten zien hoe sociaal contact óók kan zijn, en wat de nieuwe rol is van sociaal contact in mijn leven. Dat is tenslotte wat een mutatie is: iets nieuws. Wat die rol dan is? Een rol van aanvulling in het leven van mijn droom, een rol van met de flow meegaan. Niet eigenhandig proberen te besluiten of ik deuren moet sluiten of openen vanuit een nare wederzijdse afhankelijkheid, maar gewoon de sensor aanzetten en die deuren vanzelf open en dicht laten gaan zodra er iemand voor staat - of niet. (Die sensor is dus mijn sacrale centrum). En ja, daar hoort ook conflict bij. Niet vanuit een niet-zelf motivatie van schuldgevoel waar ik mezelf helemaal in verstrik, maar de confrontatie die hoort bij het heel selectief zijn in wie ik wel en niet toelaat in mijn leefsfeer. Puur vanuit mijn waarheid, mijn subjectieve gevoel. Zonder moreel oordeel. Als ze mijn vrienden willen zijn, dan blijven ze wel, ook al laat ik tijdenlang niets van me horen, voel ik geen respons op een berichtje of uitnodiging en kan ik dat niet eens zéggen. Ik kan ook door de minder fijne kanten van mijn vrienden heen kijken en ze nog steeds mogen. En als ik op ze afknap, dan zie ik dat dan wel weer. En als ze op mij afknappen, dan zie ik dat dan wel weer.

Godzijdank is die anxiety voorbij. Ik sta weer sterk in mijn 'weten', in mijn individuele levensweg. Tot ik dat niet meer sta. Dit begin voelt minder moeilijk dan het begin van het leven van mijn schrijfdroom. Ik ben benieuwd hoe de sociale contacten in mijn leven zich nú gaan ordenen, en wat ik allemaal nog moet uitspreken om mijn vriendschappen te redden, en of dit me misschien heel erg mee gaat vallen. Nou, ik hoop dat ze mee hebben gelezen, en tegelijk hoop ik dat ze niet mee hebben gelezen, en eigenlijk hoop ik dat het niet uitmaakt, en dat was dan dat.

Tot het volgende moreel beladen dilemma! A.k.a.: de verslaglegging van mijn deconditioneringsproces. C.q.: mijn leven. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten