woensdag 6 juli 2016

Mijn kwestie met die ene docent, van a tot z

Dit is het aloude verhaal over de leraar die je vertrouwen schaadt door te domineren met zijn mening, maar die voor jouw gevoel ongelijk heeft, en de daaropvolgende worsteling om binnen de hiërarchie leraar-leerling je eigen standpunt op te eisen. Dit is verteld vanuit het perspectief van een 3/5-profiel, de martelaar-ketter. Het is mijn diepgaande proces van trial en error dat uiteindelijk tot de generalisatie uit de eerste zin van deze alinea heeft geleid, en iets dat niet werkt aan het licht heeft gebracht & tegelijk een oplossing aanbiedt om hiermee om te gaan. Dat is de rol van een 3/5 in de samenleving, in een organisatie, en het lijkt erop dat ik hem heb vervuld, door in het hele proces zorgvuldig naar mijn strategie en innerlijke autoriteit te handelen. Wat de professional bij wie ik mijn Human Design-Reading kreeg had gezegd over hoe de 3/5 vaak de schuld krijgt van iets dat in een organisatie fout zit, krijgt in dit verhaal betekenis. Het is een lang verhaal, maar ik garandeer je dat het toewerkt naar een climax en een beloning met wijze moraal. Klaar voor de start? Daar gaan we.

Het begon toen de betreffende docent - laten we hem docent 1 noemen - iets zei tegen een medecursiste - laten we haar C. noemen - waar ik het niet mee eens was. Zij voelde weerstand in haar onderbuik ergens bij en hij vroeg zich af waar dat vandaan kwam. Want volgens hem is weerstand een teken van verzet, en kun je alleen vertrouwen op 'een soort innerlijk weten' om beslissingen mee te maken. Weerstand is volgens hem altijd een teken dat je erdoorheen moet gaan, dat je een onbewuste blokkade hebt, en de confrontatie met je innerlijke verzet moet ontrafelen. Ze was er erg door aangedaan, en wilde daarna graag met mij oefenen omdat ze zich bij mij veilig voelde. Toen had ik al zoiets van 'wat deze docent zegt klopt niet, hij zegt het alsof het de ultieme waarheid is'. Ik sprak mijn gevoel uit dat weerstand in mijn onderbuik voor mij heel duidelijk betekent dat ik iets niet moet doen, zonder me er verder in te mengen.

(Dit is uiteraard een inzicht vanuit Human Design over het sacrale centrum als autoriteit, waarin weerstand in je onderbuik domweg een innerlijke 'nee' is, niet een uitnodiging tot zelfonderzoek.)

Ik vond het verdrietig dat mensen dit niet weten en hun innerlijke autoriteit overriden met het hoofd, een innerlijk 'weten', het analyseren van 'weerstand' etc, en zoeken naar een blokkade waar die er niet is. Maar het is voor mij als Generator met een open keelcentrum niet de bedoeling dat ik ongevraagde adviezen ga spuien. Toch dacht ik: 'jammer, een gemiste kans, die kennis die ik heb van Human Design kan zoveel mensen helpen, waarschijnlijk C. ook, maar het is niet aan mij om dat te besluiten en ongevraagd te delen, en ik moet me overgeven aan de wijsheid van het leven die alle leerprocessen van iedereen regelt'. Ik dacht dat het daarmee afgedaan was. Maar niet getreurd, want hoewel ik het nog niet wist, was dit slechts het begin van de metamorfose. (Metamorfose is de functie van het keelcentrum.)

Een les later liep ik zelf tegen docent 1 aan. Ik deed met een medecursiste een Reading: we zaten zij aan zij tegenover de derde persoon die we een Reading gaven, de 'readee'. Docent 1 kwam commentaar leveren op mijn Reading. Hij zei dat ik erop moet letten dat ik de intentie heb om samen te werken met mijn mede-reader. Hij had namelijk de conclusie getrokken dat ik dat niet deed doordat ik mijn stoel een stukje opzij schoof en doordat ik had afgesproken dat we onafhankelijk van elkaar alvast konden beginnen te praten met de readee, zonder te wachten tot de ander al uit trance was. Anders krijg je namelijk dat de ene Reader al een tijdlang klaar zit met zijn verhaal, maar moet wachten tot ook de andere Reader eraan toe is om te spreken. Dat is niet altijd nodig. Ik had wat meer ruimte voor mezelf nodig, zei mijn intuïtie, dus schoof ik mijn stoel een stukje opzij. Mijn docent nam hierdoor aan dat ik niet de intentie had om samen te werken met mijn mede-Reader. Maar, zei hij, hij kon zien dat we tijdens de Reading steeds meer op één lijn kwamen en elkaar aanvulden. Dus mijn afspraak van te voren om onafhankelijk van elkaar te spreken, was niet nodig geweest.

Laat ik je bij deze vertellen dat ik die intentie om samen te werken vanaf het begin wél had - dat is nou juist mijn punt. Ik legde dit uit. Ik probeerde hem het gevoel van de Reading over te brengen: dat het op één lijn komen wat hij had gezien juist kwam doordat we allebei die intentie hadden om samen te werken en dat die zogenaamde 'tekenen' die hij had gezien juist erop wezen dat we elkaar de ruimte gaven. Het mocht niet baten. De docent bleef vasthouden aan zijn visie, en herhaalde keer op keer wat hij had gezegd in andere woorden, zonder mijn perspectief te valideren. Net zo lang tot ik zei: 'ik begrijp wat je bedoelt.' (Validatie). Voor mij zat daar nog een 'maar' in (ik had het namelijk anders gevoeld), maar voor hem was daarmee de kous afgedaan. Hij knikte tevreden en liep weg.

Voor de goede orde: in mijn opleiding laten we ons van onze kwetsbaarste kant zien. We openen ons voor onze essentie, onze aangeboren gevoeligheid, en veel cursisten hebben heel wat onzekerheden op te lossen rondom het helderziend zijn, mijzelf incluis. Je raakt met jouw ziel die van de ander aan, om te helen. Dat is een kostbaar, kwetsbaar en intiem proces. Daarbij open je je hele hart. Het is daarom belangrijk om je veilig te voelen, geworteld in je eigen intuïtie. Kritiek die niet zuiver voelt, komt daardoor hard aan. Veel harder dan kritiek zou aankomen wanneer je een essay hebt geschreven voor een universitaire of HBO-opleiding, of zelfs als je een kunstwerk hebt gemaakt. Die dingen zijn afspiegelingen van je verstand, of misschien je ziel, maar niet je ziel zelf. In een opleiding als deze werk je met je ziel. Ik tenminste wel.

Medecursiste C. had in deze les ook weer een aanvaring met de docent gehad, en bleef na om er met hem over te praten. Ze ging de confrontatie nogmaals aan. Het escaleerde behoorlijk, voor mijn gevoel, en er kwamen veel emoties boven. Ik was niet tevreden na de les, vond het onrechtvaardig, en bleef rondhangen. Ik besloot dat ik met háár na wilde praten ipv met de docent, en ik vroeg haar of ze dat goed vond. Dat was het geval, en we bespraken wat er was gebeurd. Het bleek dat hij had gezegd dat hij een spiegel voor haar was, maar dat zij geen spiegel voor hem was. Met andere woorden: alles wat er was gebeurd zei alleen iets over haar, en niet over hem. Het aloude spirituele credo. De wereld is slechts een spiegel van je innerlijk. Zij was er inderdaad van overtuigd dat ze moest kijken naar de stukken die bij haar geraakt waren. Ik was in de war, want normaal heb ik andere ervaringen met mijn docenten: alleen maar positieve, mensen bij wie je terecht kunt en die ook goed kijken naar hun eigen stukken. Ik opperde dit voorzichtig en stuurde het gesprek die kant uit. Ik zei zelfs dat ik niet een goed gevoel had bij zijn ogen, ik zag zijn ziel er niet in. Het bleek dat C. hetzelfde intuïtieve gevoel had. We waren het erover eens dat zijn gedrag niet helemaal klopte. Ze zei: 'kom, dan ga je meteen terug en dit met hem bespreken!'

Ik voelde een innerlijke 'nee', en haalde het wel uit mijn hoofd om terug te lopen in het hol van de leeuw nu de energie zo emotioneel was en ikzelf nog helemaal niet duidelijk had wat ik wilde zeggen. Ik weet niet wat C. hiervan dacht, maar ik was opgelucht dat ze het zo onverbloemd had gevraagd, zodat ik mijn 'nee' kon voelen.

Maar ik had de rest van de dag, en de daaropvolgende week, een razende woede in mijn lijf. Dat hij het had gewaagd mijn intuïtieve aanpak niet te valideren, en zijn mening maar bleef opdringen terwijl ik duidelijk uitlegde dat het voor mijn gevoel niet klopte wat hij had gezien. Ik overwoog serieus om te stoppen met mijn opleiding. Waren dit mijn emoties? Ik was allang uit het aura van C. en ik vond mijn woede behoorlijk gerechtvaardigd. Ik was gefrustreerd dat ik hier alleen in scheen te staan, en dat C. ook deels de kant van docent 1 leek te kiezen. Ik wilde het allerliefste dat de hele groep, met alle docenten erbij, zou inzien dat er iets niet klopte aan het gedrag van docent 1.

(Dat is trouwens mijn perspectief volgens Human Design - 4, wanting, waarin ik zie wat er ontbreekt in een groep, wat nodig is.)

Maar mijn open keelcentrum wilde nog steeds stil zijn.

In de les erna deed ik verslag van mijn meningsverschil met docent 1. In het deelrondje in de groep bij een andere docente, een lieve warme vrouw bij wie ik me veilig voel, werden we allemaal uitgenodigd om te delen wat we op het hart hebben liggen. Ik vertelde het dus in respons Inmiddels voelde ik me helemaal niet meer veilig bij docent nummer 1. Hoe kan dat ook, als een opleiding die erop gericht is je op je gevoel te laten vertrouwen, dat ineens niet valideert? Twee medecursisten, waaronder C., haakten hier op in met hun eigen frustraties. Mijn opmerkingen waren een voorzet tot een discussie over de capabiliteit van docent 1. Mijn docente legde de 'schuld' terug bij mijn twee medecursisten door te zeggen dat zij hierin werden gespiegeld en nodigde ze uit om te kijken naar wat er was geraakt, en hun innerlijke werk daarin te doen. En natuurlijk is dat waar, natuurlijk is dat wat het leven dan van je vraagt. Maar het gelijk van docent 1 werd geen seconde betwist. Ze koppelde het direct terug naar degenen die erdoor geraakt werden, en daarbij vergat ze mij. Misschien waren die twee medecursisten ook een 3/5: ze waren in ieder geval de 'zondebok'. En mijn 10-57-kanaal behoedde me om de 'schuld' ook over me heen te krijgen: ik werd onopvallend. Het bleek dat de rest van mijn groep geen moeite met hem had gehad en hem juiste een fijne docent vonden.

Ik voelde me niet gehoord, maar mijn open keelcentrum wilde er geen woord meer over zeggen. Ik had nog steeds niet een veilig gevoel. Ik had het geprobeerd op te lossen: trial - en error. Mijn twijfels over mijn opleiding werden sterker. Hoe kon het dat niemand anders dit zag? Een week later zou ik docent 1 weer hebben. Moest ik nou de confrontatie aangaan, terwijl hij niet openstond om naar zijn eigen stukken te kijken? Moest ik een gesprek met een andere docent(e) aanvragen, terwijl die tweede docente het ook alleen maar terug koppelde naar de eigen 'weerstand' en eveneens hermetisch afgesloten leek voor twijfels aan de kundigheid van docent 1? Nee, toen ik na de les nableef, vond ik mijn keelcentrum niet bereid om hierover te spreken.

Het stond voor mij temidden van deze twijfels buiten kijf om naar mijn innerlijke autoriteit te luisteren volgens Human Design, en voelde een 'nee' op de vraag of ik de volgende week naar die les van docent 1 moest gaan. Ik ging dus niet. Mijn verstand zei: maar dit soort dingen moet je aangaan, uitspreken, je mag je niet zomaar ziekmelden, dat is ontwijkend gedrag! Ik hoorde C.'s stem in mijn hoofd, die me had aangespoord om hier meteen werk van te maken. Mijn emoties smeekten om een uitlaatklep. Mijn open keelcentrum wilde aandacht. Mijn open hoofd & ego wilden hun gelijk bewijzen.

Toch deed ik het niet. Ik liet het op z'n beloop. Ik meldde me ziek, ging niet naar de les en had een fijne vrije dag.

Een week later had ik een evaluatiegesprek met mijn derde docent - laten we hem docent 3 noemen - en mijn innerlijke autoriteit zei hier 'ja' tegen, dus ik ging.

Voor mijn evaluatiegesprek had ik nog een onderonsje met een paar medecursisten. We spuiden onze grieven en het patroon met docent 1 was al een stuk duidelijker geworden. Er was nog iemand bij gekomen die eenzelfde soort ervaring had gehad met docent 1. In die les die ik had gemist bleek er weer wat opschudding te zijn geweest.

Toen was het tijd voor mijn evaluatiegesprek met docent 3. Ik was bang - zou ik nu eindelijk gevalideerd worden? Mocht ik mijn grieven ook hier uitspreken van mijn keelcentrum, van mijn strategie & innerlijke autoriteit? Kreeg ik de ruimte van deze derde docent of zou hij ook alles meteen terug bij mij leggen? Zou ik me vanuit mijn hart verbinden met de opleiding of hield ik het allemaal bij mezelf?

We praatten over mijn onbestemde gevoel. Daarna vroeg hij of er nog iets was dat me dwarszat. Bingo. Ik vertelde met horten en stoten het hele verhaal over docent 1.

En toen werd ik eindelijk gevalideerd. Bam, mutatie. Hij gaf me de ruimte om te voelen, om mijn emoties uit te spreken, en hij suggereerde met zijn woorden op een geraffineerde manier dat hij als docent niet volledig achter docent nummer 1 stond. Hij zei dat hij van meer mensen een soortgelijk verhaal als dat van mij had gehoord. Blijkbaar had ik via C. dus wel een bewustzijn van de capabiliteit van deze docent gecreëerd, en waren wij de dominosteentjes geweest die een heel proces in gang hadden gezet waarbij nu ook andere leden van onze groep betrokken waren geraakt, en waarbij de andere docenten hun positie in hadden genomen. Er was nu duidelijk een metamorfose gaande!

Docent 3 zei: 'als ik het positief bekijk, kun je van hem nóg meer leren om in je kracht te blijven, zoals je al doet, maar in deze opleiding is het beste wat wij als docenten kunnen doen om jou het vertrouwen te geven in je eigen weg.'

Zo. Die stond. Dat was dus iets waarin docent nummer 1 naar mijn mening had gefaald. Docent 3 zei ook iets van 'je bent weliswaar niet meteen de confrontatie aangegaan, maar goed dat je het nu toch doet.' Ik schrok daar even van. Had ik dan toch meteen de confrontatie aan moeten gaan? Maar tegelijk voelde ik dat mijn intuïtie hier heel zachtjes 'nee' tegen zei.

Toen ik thuiskwam en alles nog een keer de revue had laten passeren, was het voor mij duidelijk dat het niet juist voor mij was geweest om meteen de confrontatie al aan te gaan. Dan had ik het probleem voor mezelf alleen nog maar erger gemaakt. Het was nog niet de juiste timing. Het was groter dan ik. Als ik keek naar hoe zijn gesprek met C. was geëscaleerd, en hoe de andere docente ook alleen maar het innerlijk werk dat de cursisten moesten doen terugkoppelde, dan had mijn intuïtie me keer op keer duidelijk gewaarschuwd dat ik niet gevalideerd zou worden. Door de confrontatie uit de weg te gaan, valideerde ik mezelf. Want ik wist heus wel wat ik allemaal had gevoeld. En ik hoefde dat voor niemand anders te bewijzen of te overtuigen. In het heetst van de strijd gingen daar andermans emoties en meningen overheen, zodat ik er gemakkelijk door in de war raakte. Maar dat betekende niet dat ik het contact met mijn intuïtie of onderbuikgevoel kwijt was geraakt. Ik heb er juist alleen maar naar geluisterd. En dat leverde gedrag op dat misschien niet voldeed aan een bepaalde norm van 'voor jezelf opkomen', maar die wél tot gevolg had dat er een metamorfose plaatsvond in de groep. Precies datgene wat ik zo graag wilde. Mijn visie was werkelijkheid geworden. Door mijn gesprek met C. en mijn voorzetje in de les bij de tweede docente, was het balletje gaan rollen. Mijn open keelcentrum had het voor elkaar gekregen om zonder te forceren iets te creëren, in samenwerking met andere spelers op dit speelveld die wél invloed hadden.

Aha. Dus dát is hoe ik iets kan creëren, dus dát is hoe ik voor mezelf opkom en mijn intuïtieve bewustzijn van dingen die niet kloppen valideer en deel met anderen. In mijn eigen tempo. Met horten en stoten. Zonder te handelen naar (andermans) emoties. Via anderen. Zonder publieke breakdowns. En dat het dan in één keer goedkomt.

De dag erna had ik open dag van mijn opleiding, waar ik Readings gaf voor belangstellenden. Ik opende de deur van de Readingruimte, en botste letterlijk tegen docent 1 aan. (Hallo, 3/5 profiel!) Er ging een stoot adrenaline door me heen. Het was tijd voor de confrontatie!

Hij fluisterde heel vriendelijk 'kom je voor een Reading?' en ik zei 'ja' en toen wees hij me naar een stoel waar al een Reader klaar zat. Ik was in de war, tot ik besefte dat hij me dus niet had herkend. Ik voelde een vage plaatsvervangende schaamte en op hetzelfde moment herkende hij me wél, en wees me twee lege stoelen tegenover elkaar. Ik dacht: 'voor deze man ben ik niet bang - hij herkent me niet eens.' Op een vreemde manier gaf dat me het gevoel dat ik een strijd had gewonnen, misschien omdat het zo'n ironische grap was. Iemand waar ik de afgelopen weken zo mee bezig was geweest, herkende me niet eens. Misschien had ik me wel zó voor hem afgesloten, voor zijn lessen en meningen, dat hij me letterlijk niet meer zag staan. Of misschien had hij gewoon tijdelijk een bord voor zijn kop. Maar goed, ik handelde niet naar dat plaatsvervangende schaamtegevoel door iets te zeggen om de verwarrende situatie te verduidelijken - ik liep gewoon zwijgend naar de Readerstoel. Ik ging zitten, in mijn eigen autoriteit, en toen ik mijn eerste Reading voor een open dagbezoekster deed, ontdekte ik dat docent 1 zich er niet mee bemoeide. De klap die ik verwacht had, bleef uit. Zijn houding suggereerde dat hij me de ruimte gaf. Hm. Dit begreep ik niet. Hij was toch juist iemand die andermans innerlijke autoriteit onderuit haalde vanuit zijn hoofd? Hij was toch de slechterik in dit verhaal?

Ik besloot hem te vergeven. Hij was ook gewoon maar een mens, en bovendien een beginnende docent (ja, dat wist je nog niet, want dat heb ik uit wrok weggelaten uit het hele verhaal). Ik liet mijn grieven los en hij nam weer de juiste proporties aan.

Later heb ik hem zelfs aan de mouw getrokken, toen er een rij belangstellenden een Reading wilde, zodat hij kon regelen dat er meer Readers zouden komen. Hij gaf geen commentaar op mijn Readings - nee, hij gaf me zelfs een indirect compliment door in een gefluisterd onderonsje met één van mijn 'readees' op te merken dat wat ik zei zo precies aansloot bij haar proces. (Ze was namelijk een student van hem uit een andere groep.) (Die hij overigens wél herkende, kuch kuch.)

De angel was eruit gehaald. Er was geen confrontatie meer om aan te gaan, want de boel had zichzelf opgelost. Als ik deze docent na de zomervakantie weer krijg, weet ik hoe ik ermee om moet gaan. Gewoon, door te luisteren naar mijn intuïtie en onderbuikgevoel. Zoals ik de hele tijd al deed. Maar dan in de wetenschap dat mijn visie klopt, dat ik via anderen invloed kan hebben en dat de juiste metamorfoses vanzelf plaatsvinden, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen. Quot erat demonstrandum.

Dit is hoe het gaat als ik mezelf ben, dit is wat de wereld vaak niet begrijpt. In feite is het goed om stil te zijn, zodat alles vanzelf op z'n plek kan vallen zonder dat ik mezelf in allerlei bochten hoef te wringen om validatie te krijgen voor mijn standpunt. Ik mág er al zijn, ergo, ik hoef niets uit te leggen of te confronteren of te bewijzen of recht te zetten. Als ik alles op z'n beloop laat, komt het vanzelf goed en word ik vanzelf gevalideerd. In de eerste plaats door mezelf, en de rest van de wereld is niet mijn zaak. Dat wordt geregeld door een intelligentie die veel groter is dan die van mij. Door deze blog te schrijven kan ik met verwondering naar dit patroon kijken en de wijsheid van mijn open centra teruggeven aan de wereld.

Nu vertrouw ik weer op het leven - laten we die de ultieme docent noemen. En met dit verhaal heb ik Human Design en mijn opleiding weer een stukje verder geïntegreerd. Leve de transit van het groeikanaal!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen