zaterdag 11 juli 2015

Verhalen over jezelf: bruggen en hutten bouwen

Mijn leventje gaat wel lekker. Het is nog wel een 'leventje', niet echt een 'leven', maar dat komt wel. Sinds de kunstacademie heb ik écht stapje voor stapje mezelf weer moeten opbouwen, en inmiddels is de grootste ellende achter de rug, thank god

Eén van de dingen die daarbij cruciaal waren (naast mijn relatie) is uiteraard mijn opleiding. Vorige week (drie weken terug - red.) was de laatste les voor de vakantie en we gingen met z'n allen lunchen. Waar ik me voorheen niet echt kon verbinden met mijn medecursisten, voelde ik me nu toch blij. Ondanks mijn sociale ongemak. Maar dat beschouw ik in goed gezelschap gewoon als schattig charmant gedrag. Ik ben gewend om er niet echt tussen te komen, in die groep, want veel deelnemers praten graag over zichzelf. Ik bedoel, we zijn allemaal met onszelf bezig, anders zouden we die cursus niet willen doen. Maar goed, de één is assertiever (lees: luidruchtiger) dan de ander, en ik stelde mezelf tevreden met een stille, neutrale en waar mogelijk genietende rol, om geen energie kwijt te raken aan onjuist getimede bijdragen-omdat-ik-anders-te-stil-ben. (Stil zijn is geen probleem.) Ik zat dus lekker bij mezelf mijn salade te eten, terwijl een aanstaande bruiloft tot in de details werd besproken, tot ineens alle ogen op mij gericht waren. Of ik studeerde. Eindelijk, hier had ik op gewacht! Nu kon ik na anderhalf jaar het verhaal vertellen dat al op mijn lippen brandde voor ik aan de cursus begon. Het verhaal van waarom ik de cursus ben gaan doen en hoe het met mij ging en mijn weg van zelfheling, Voor ik het wist, hakkelde ik iets onelegants over de kunstacademie en dat dat 'een beetje mis' ging en dat ik nu bij mijn ouders woon en een bijbaantje heb. Ik hoorde mezelf praten en het beviel me niet. Want dat verhaal, dat was ik niet.


Het raakte onzekerheid en pijn aan, de pijn dat ik tijdens en na de kunstacademie moeite heb gekregen mijn creativiteit uit te drukken. Ik was van mijn vasteland in het water gesprongen, en het vertellen van dit verhaal in die groep was niet de andere oever, realiseerde ik me.

En toen kreeg ik last van bewijsdrang, omdat ik wel graag uit mijn woorden wil komen, en ging ik nadenken over het verhaal dat ik dan wél ben, om mijn eigen brug naar vaste grond te creëren. En omdat ik van mezelf hou, verwoord ik het hier alsnog.

Ik groeide op in een liefhebbende familie, zonder oppassers. Mijn jeugd was rijk, vol logeerpartijtjes met mijn nichtje, boeken lezen, blokfluitlessen, danslessen, atletieklessen, etcetera. Ik was als kind best verlegen en stil, maar in het gezelschap van mijn neefjes en nichtjes kwam ik tot bloei. Dan kon ik hele verhalen verzinnen, die vaak te maken hadden met bruggen en hutten bouwen. Binnen van matrassen, buiten van takken en bladeren. Op school kroop ik in een mentale boomhut, en nam ik alles in me op. De omgeving ervoer ik vaak als ruw en niet-empathisch. Ik kleurde netjes binnen de lijntjes. Dat was mijn manier. Ik knoopte net genoeg contact aan met de juiste mensen om onopvallend door het leven te gaan. Bij gebrek aan echte vrienden bleef het leren en presteren mijn focus hebben. Dit nam de plek in van de ervaringen waarmee mijn leeftijdsgenoten het leven ontdekten. Ik ontdekte het leven via mijn fantasie. Ik las boeken, tekende en schreef verhalen. Ik had gothicjurken die ik alleen aantrok naar fantasyfestivals. Na een valse start met een universitaire studie, die gedreven werd door dezelfde prestatiedrang (daar werd ik immers voor beloond, de rest van het leven was juist het examen waar ik niet voor had geleerd), vond ik mezelf terug op de kunstacademie, maar mijn weg eindigde daar voor de studie was afgerond. Ik had nog meer werk te doen voor ik de maatschappij in kon stappen. Want hoe kun je creatief zijn en je passie vasthouden, als je niet bij jezelf bent? Het was tijd om alle opeengestapelde onzekerheden, pijn en verdriet van het gevoelige kind in mij te helen. Ik reisde, deed ervaringen op waarmee ik het leven ontdekte en kwam weer thuis. Daar moest ik mezelf stapje voor stapje opbouwen, en nu úit mijn schulp in plaats van erin. Mét mijn onzekerheden in plaats van over de toppen ervan. In contact met wie er ook maar om me heen was, in plaats van afwachtend tot er mensen langs zouden komen met wie ik hutten en bruggen kon bouwen. Het heeft een tijd geduurd voor ik sterk genoeg was om het leven in al z'n volheid aan te kunnen. Ergens onderweg is de passie voor het fantasievolle zoekgeraakt. Eerst de realiteit aanvaarden. Voor mij gaan fantasie en realiteit, de hut en de brug, hand in hand en maken ze een magische flow van mijn leven, als ik ze tenminste beiden kan toelaten.

Dit bovenstaande is ook slechts een verhaal, en er is zowel niets als alles van waar. Ik kan ook zeggen dat ik als kind heel speels en gelukkig was, en deze eigenschappen nu weer herwonnen heb. Ik kan vertellen dat ik in een beschermende omgeving opgroeide en vriendinnen had op de middelbare school waar ik creatieve dingen mee deed, zoals verhalen schrijven en tijdschriften maken (we hadden zelfs een aantal abonnees!) en dat ik daardoor tot bloei kwam. Dat is ook waar. Maar voor mij is het belangrijk om zulke verhalen te blijven vertellen, hoe relatief ze ook zullen zijn: ik identificeer me er volledig mee, absorbeer de informatie die ik erdoor krijg over mezelf, en laat het dan allemaal weer los, op het moment dat ik er vanuit een ander perspectief naar kijk. Via het verhalenmaken leer ik mezelf kennen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen