zaterdag 17 januari 2015

Ruziën om iets kleins

Voordat ik losbarst, laat ik eerst iets uitleggen.

Ik keek laatst een video van die wakkere kabouter Eckhart Tolle, over het pijnlichaam. Dat bestaat uit al je emoties, gekwetstheid en gevoelige punten bij elkaar opgeteld. Het pijnlichaam heeft twee staten: slapend of wakker. Het wordt wakker wanneer er iets getriggerd wordt. Dan reageer je op een manier die veroordelend, kwetsend, slachtofferig, woedend, verdrietig, angstig, zelfmedelijdend, paniekerig, piekerend of iets dergelijks is. Vanuit pijn dus.

Je pijnlichaam wil gevoed worden, als het wakker is. Het houdt van drama. Het heeft rottigheid nodig, om te blijven bestaan. Pas als het gevoed is, valt het weer in slaap. Tot het weer wakker wordt. Tenzij je zoveel bewustzijn hebt dat het geen vat op je krijgt, dat je je er niet mee identificeert en er niet naar handelt. Dat kan Eckhart Tolle. En soms kunnen wij dat ook.

Vaak echter, val ik ten prooi aan dat pijnlichaam. In dit verband wil ik het hebben over die stomme grote ruzies met mijn vriendje over kleine dingen. Je weet wel, dat je het mes verkeerd oppakte en het op een min of meer gevaarlijke manier viel. Vond hij dan. En dat jij dan hem de schuld geeft omdat je het helemaal niet zo gevaarlijk vond en hij zich niet zo moet aanstellen. Of dat je elkaar niet op de afgesproken plek opwacht, omdat je elkaar daar niet kon vinden en beiden vasthoudt aan je eigen redenering om eerst boven danwel beneden te kijken. Of dat hij alleen een dampend bord eten (mét gesmolten kaas wat ik niet eet) voor zichzelf pakt en ik boos word terwijl we daarover niets hadden afgesproken. Of dat hij te weinig frambozenjam op de taart smeert omdat hij dacht dat ik dat nog zou doen en ik dacht dat hij dat zou afhandelen. Je kent het vast wel. Bullshit. Onbelangrijke dingen. Zo van: als er nu een tsunami aankwam, dan zouden we zien hoe relatief het allemaal was.

En dan toch gaan zitten mokken. Allebei. Geen sorry zeggen. Niet toegeven. Niet naar onszelf kijken. Pas als het pijnlichaam weer in slaap is gevallen, het 'goed maken', kusje erop, klaar. Tot de volgende keer!

Toen we elkaar nog maar net kenden*, gingen we deze kleine ruzies nog helemaal uitpraten. Dat hield het mooi zuiver en puur. Kijken wat voor onopgeloste pijn eronder zat, die vaak helemaal niet eens te maken had met de ander maar bijvoorbeeld met schoolervaringen, opvoeding of een diep gevoel van onveiligheid. Maar na 2,5 jaar gebruiken we tot mijn schrik iets te vaak de 'zand erover'-tactiek. Sorry en klaar.

In lange-termijn-relaties heb je vaak van dit soort kleine drama's, meldde Eckhart, om dat pijnlichaam te voeden. Daar is geen tsunami groot genoeg voor, en geen eetlepel frambozenjam te klein. Het hoort erbij, kalmeer ik mezelf dus. Grote ruzies om iets kleins in een relatie zijn een universele menselijke ervaring. Tenzij je een wakkere kabouter bent.

Maar wanneer ik heel voorzichtig ga toegeven dat ik bang ben dat ik een blinde vlek heb, dat mijn hart met hem verkeerd heeft gekozen (geen bord eten voor mij), wanneer ik onder ogen durf te zien dat ik het allemaal niet perfect onder controle heb (vallende messen) en dat alles wat ik maak niet perfect hoeft te zijn om me waardevol te voelen (te weinig frambozenjam op de taart), wanneer ik erken dat ik niet genoeg vertrouw op onze band en bang ben dat we elkaar niet woordeloos begrijpen (elkaar niet kunnen vinden op de afgesproken plek)… dan, tja, dan los ik stukje bij beetje dat pijnlichaam weer op. En als ik dit dan aan hem vertel, zachtjes, zonder de hele gebeurtenis weer op te rakelen, dan denk ik dat het ons alleen maar dichter bij elkaar zal brengen. Want de diepste en meest persoonlijke worstelingen zijn datgene wat het meeste verbindt.

*En, moet ik zeggen, toen we onze ouders nog niet om ons heen hadden - met alle respect - de ultieme pijnlichaam-triggers.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen