dinsdag 20 mei 2014

Durf je op je gevoel te vertrouwen?

Ik ben sinds twee jaar bezig met glutenvrij eten, en sinds een jaar ben ik volledig glutenvrij. Ik heb nooit een test gedaan. Ik ben niet officieel 'allergisch' of 'intolerant'.
Drie jaar geleden volgde ik een dieet dat wél gebaseerd was op allergieën. Dit waren er nogal wat volgens de bloedtest (60 intoleranties en 12 allergieën, als ik het goed heb). Het hield in de praktijk in dat ik maar één keer groente per dag kon eten, slap gekookt, meestal met een stukje vis erbij, en heel veel pasta en zuurdesembrood. Alle interessante dingen (noten, olijven, kruiden, fruit, nachtschade (tomaten, aubergine, aardappel), avocado's, zuivelproducten, sojaproducten, peulvruchten, rauwe groenten en de meeste kookbare groenten) mocht ik niet eten. Laat staan iets met suiker. Omdat ik toch wát moest eten, en het grootste deel van de tijd hongerig was (zelfs met supplementie van allerlei vitaminen), at ik veel tarwe-zuurdesembrood met zuivelvrije boter, of pasta met paksoi en peterselie (één van de weinige kruiden die ik mocht). Ook al had ik af en toe enorme zin in paprika, of sla, ik behield mijn discipline.

Deze volkorengriebels grijnsden mij elke dag aan vanaf mijn bord

Ik ging me steeds slechter voelen. En de arts maar speuren naar die ene allergie die hem door de vingers was geglipt. Na 7 maanden kon ik de kreten van mijn lichaam niet langer negeren. Dit ging nergens heen. Ik kapte ermee, tegen het advies van de arts in, en stapte over op het paleo-dieet. Rijkelijk gevuld met (rauwe) groenten, fruit, noten, vlees, en hoogwaardige voedselbronnen, en geen granen. Dit was enigszins omschakelen voor mij, omdat ik een koolhydraattype ben, en een typische paleomaaltijd bestaat uit vlees/vis met groente. Maar ondanks dat dit dieet niet bij me paste, bloeide ik weer helemaal op. Die cold turkey van de tarwe deed me goed. En ik mocht weer vers en vibrant eten! Ik ging me te buiten aan wortels en rozijnen en gedroogd fruit en sla en noten tot mijn buik bol stond. De overgang was voor mijn lichaam te abrupt, en ik was helemaal in dat allergiedenken geprogrammeerd waardoor ik vaak angstig dingen naar binnen zat te werken. Maar toch ging het de goede kant op.

Na twee maanden kapte ik met dit dieet, omdat het wel weer erg restrictief was, op afraden van de volgende arts. De overdaad aan eiwit en vet bracht me uit balans. Maar het had me wel op het spoor gebracht van gezonde, natuurlijke manieren van eten, die ik vond via de vele inspirerende blogs op internet (zoals Bonzai Aphrodite), verwant aan paleo. In combinatie met gezond verstand ontwikkelde ik mijn manier van eten: veel groenten, weinig suiker, veel variatie, hoogwaardige voedselbronnen.


Typische ongeïnspireerde paleomaaltijden die ik snel even in elkaar flanste

Ik ben nu fel tegen elk dieet dat het eten van (rauwe) groenten verbiedt, dat gebrek aan variatie in voeding probeert op te vangen met pilletjes, en dat een gezond voedingsmiddel waar wellicht één stofje in zit dat niet goed is, uitsluit. Het paleo-dieet sluit bijvoorbeeld peulvruchten uit, omdat hier onverteerbare stoffen inzitten die een slechte werking hebben in je darmen. Maar peulvruchten barsten van het leven. Elke boon kan uitgroeien tot één plant! Er zitten zoveel voedingsstoffen in opgeslagen! Eiwitten, B-vitamines, sporenelementen…

Kort gezegd, ik ben tegen elk dieet dat negatief naar eten kijkt in plaats van positief. Dat eten uitsluit, in plaats van zich te richten op de overvloed die onze planeet ons geeft, waar wij zelf uit kunnen kiezen, luisterend naar ons lichaam.

Zo stuitte ik op veganistisch eten. Hoog in trilling, weinig vervuild (geen groeihormonen of antibiotica),  dit voelde voor mij 'schoon'. Ik ging naar Ecolonie, en ter voorbereiding begon ik vegetarisch te eten. Vlees en vis boeide me toch niet zoveel. Dit liet ik langzaam los. Ik at al geen zuivel (dat hadden het 1e en 2e dieet gemeen), en van eieren hou ik niet echt. Dus ik werd praktisch veganist. Niet zuiver veganist: af en toe at ik nog wat zalm of vlees om even te aarden, een eitje door mijn gebak, wat honing hier en daar… Geen restricties! Daarnaast was ik best huiverig geworden voor granen. Volgens het paleodieet mocht ik geen granen. Maar ik ontdekte dat ik het goed doe op granen. Zoals ik al zei: ik ben een koolhydraattype. Op alleen zoete aardappels en fruit kan ik niet leven. Ik begon de glutenvrije granen te ontdekken, iets wat dan minder erg was volgens paleo. Ondanks het fytinezuur, en het feit dat grotbewoners ook niet op harde graankorrels zaten te knagen, wat het uitgangspunt van het paleodieet is: alleen grotbewonervoedsel! Leuk voor krachtpatsers, maar niet voor een zachtaardig gevoelig klein meisje.

Ik begon te begrijpen waarom het 'tarwedieet' van 7 maanden zo desastreus was geweest, en waarom het al mijn energie leek op te slokken. Niet alleen door gebrek aan variatie en verse groenten, maar ook door die overdaad aan gluten en bewerkte tarwe. Die maakten gaatjes in mijn darmen, deden dingen in mijn hersenen en nog meer wat ik eigenlijk niet wil weten (lees voor meer informatie het boek 'Broodbuik' over de desastreuze gevolgen van gluten voor de gezondheid, mocht je van doemdenken houden).


Typische glutenvrije, veganistische maaltijd die ik vol inspiratie maak: barbecue met maïs, groentespiesjes, bietenhummus, avocadosalade, aardappelsalade

Ik schakelde over op een glutenvrij dieet. Eindelijk niet meer zo moe na een maaltijd. Ik begon me een stuk lichter te voelen. Veganistisch en glutenvrij met veel groenten, dat was ik. Dat paste bij me. Voor veel mensen leek dit zo lastig, maar ik vond het juist een culinaire uitdaging, en genoot van wat ik at. Als ik zin had in paprika, at ik paprika, als ik zin had in sla, at ik sla. Ik ontdekte cashewkaas en edelgist, quinoa en amandelmeel. Ik leerde het rijk van de sojaproducten kennen. Ik vertrouwde op de wijsheid van mijn lichaam. Mijn krachten keerden terug. Mijn plezier in eten en koken keerde terug, en mijn angst voor dingen die ik niet mocht hebben, verdween. De negatieve programmering van die stomme diëten was verleden tijd. Ik had het heft in eigen hand genomen. Mijn manier van eten is niet per se perfect voor iedereen, maar wel voor mij. En nu heb ik een grote passie voor eten. Eind goed, al goed.

Overheerlijke glutenvrije, veganistische bakewelltaart met zelfgemaakte pruimenjam en een vulling van o.a. sojayoghurt, amandelmeel en appelmoes

Het was niet meer zo'n actueel onderwerp voor me, eten. Ik heb mijn stijl ontwikkeld, en het gaat vanzelf. Maar de laatste tijd heb ik zin in 'speltbonkjes'. Dit woord laat mij niet los. Spelt is een oergraan, verwant aan tarwe, waar een stuk minder gluten in zitten. Maar ze zitten er wel in. En ik eet glutenvrij, omdat alle signalen van mijn lichaam dit als noodzaak aanwezen. En toch, die speltbonkjes blijven door mijn gedachten bonken.

Ik besloot een spiertest te gaan doen. Dit is iets uit de kinesiologie, dat stelt dat je lichaam onbewust aangeeft waar het op dat moment tegen kan en waar niet. Nu zei mijn lichaamsgevoel in principe al dat spelt goed voor mij zou zijn, want ik had er immers zin in (let op: dit werkt niet met suiker of junkfood, aangezien dit niet natuurlijk is, en je in geval van een emotionele 'craving' meer de energie van het eten nodig hebt dan fysiek de stofjes). Maar ik wou niet te hard van stapel lopen, zoals met dat paleo-dieet. Dus ik dubbelchekte bij mijn lichaam.

Deze op internet gevonden foto heet, en ik citeer: 'speltbonkies'

En wat zei de spiertest? Groen licht! Mijn vingers gingen niet van elkaar! Alleen koekaas, bewerkte sojaproducten, maïs (vast een overdaad van gehad, aangezien het in allerlei glutenvrije producten verwerkt zit) en geraffineerde suiker kwamen niet door de spiertest heen. Voor de rest zei mijn lichaam: geen probleem joh, dat kunnen we gewoon aan.

Zoals ik al zei, geloof ik niet in het uitsluiten van voedsel. Dus ik ga dat speltbonkje zeker aanschaffen. Heel voorzichtig ga ik spelt weer in mijn voeding introduceren, waarbij ik ondertussen goed blijf opletten. Niet dat ik mijn hele eetpatroon weer aan zou passen. Ik blijf weinig brood eten, want ik ben van mening dat quinoa, aardappelen of havermoutpap net zo plausibel zijn als maaltijddrager als brood, en dat het gestoord is om twee keer per dag brood te eten als er zoveel andere lekkere opties zijn!

Ik ben nooit getest op een glutenallergie. Ik ben wel getest op heel veel andere allergieën. En toch heeft mijn lichaam vaak behoefte gehad aan juist die dingen die in het rood op de lijst stonden, en kon ik lange tijd niet tegen wat niet op die lijst stond: tarwe/gluten! Mijn lichaam is gevoelig, soms overgevoelig, en immer veranderend in behoeften en trilling. Het enige zinnige wat over mijn toleranties te zeggen valt, is dat wat mijn lichaam op dat moment zegt.

Nu zou je kunnen zeggen: ja maar, je bent nooit getest op een glutenallergie, dus! Ja, dus wat? Dus dat ik straks tegen gluten blijk te kunnen, is helemaal niet gek? Ben je soms iemand die niet op zijn/haar gevoel vertrouwt en mis je het punt van mijn verhaal? Anders zou ik je reactie echt niet kunnen plaatsen.

Met alle ervaringen die ik heb opgedaan, kan ik je wat tips meegeven. Ga het niet buiten jezelf zoeken. Vertrouw niet per se op een diëtist die zegt dat je zus of zo moet eten en oh, ga niet krampachtig op zoek naar een weekindeling omdat je niet weet wat gezond eten is. Laat je inspireren, maar zoek de oplossing in je eigen lichaam. Dat moet gevoed worden! Niet de beurs van een diëtist of supermarktketen! En richt je op het positieve van eten. Leer je emotionele en fysieke behoeften onderscheiden, en ga je zo af en toe ook eens aan die eerste te buiten. Eten is een feest. Geniet ervan. Leer je lichaam met liefde voeden. Cultiveer je lichaamsbewustzijn. Dit kost tijd. Geef het tijd. Laat je lichaam wennen aan nieuwe voedselpatronen. Ook dit kost tijd. Onderzoek je voedselverslavingen en HOU VAN JEZELF als je toch weer teveel suiker eet. Vertrouw op je gezond verstand: groente is gezond, junkfood niet. Vertrouw op je intuïtie. En blijf altijd in contact met je lichaam. Dat weet het uiteindelijk beter dan je geest of welke test dan ook.

maandag 5 mei 2014

Waarom obstakels nodig zijn om verhalen te schrijven

Had ik het in deze blog al over het boek gehad dat ik lees? Het gaat over de manifestatie met behulp van de chakra's. Het vaststellen van je intentie (7e), visualiseren hoe dit eruit komt te zien (6e), dit communiceren aan anderen voor feedback en/of hulp (5e), relaties aangaan die je helpen (4e), in actie komen en stap voor stap obstakels aangaan (3e), in je dagelijks leven met passie aan de vervulling van je droom werken (2e), alles tot een voltooide vorm brengen (1e).

Bij mij schort er wel wat aan in dat 3e chakra. In actie komen, de motivatie uit mezelf halen, obstakels overwinnen...

Maar gisteren had ik een inzichtmonoloog. Eigenlijk meer een soliloqui, omdat Enes van mij niet mocht reageren, alleen luisteren (de schat), omdat ik allerlei innerlijke stemmen aan het woord liet tot ze tot één stem samenvloeiden, en daarin kon ik geen interferentie gebruiken.

Hij heeft de gewoonte woorden die hij niet kent op te schrijven, zoals dus soliloqui, en dit woord kende ik ook niet, maar met een hardnekkige vertaaldrang ontleedde ik 'm net zo lang tot ik eruit was: een monoloog in je eentje. Dit was nog wat vaag, maar een vlaag internet leverde op dat een soliloqui inderdaad een monoloog is, maar dan tegen niemand in het bijzonder. Hamlet opent bijvoorbeeld met een soliloqui. Mijn blogs zijn ook soliloquies.

Goed, ik had dus deze soliloqui, over het schrijven aan mijn verhaal. Chakrapsychologisch gezien: ik praatte mezelf door een derde chakra-heling heen. Mijn 5e chakra, het chakra van de communicatie, expressie, verhalen vertellen en innerlijke stemmen, hielp mijn 3e.

Het inzicht (6e chakra) ging over de Paul Harland Prijs, de verhalenwedstrijd waarin ik op mijn 6tiende de 6de plaats behaalde in tweeduizend6. Toentertijd kreeg ik een aantal kritieken die nogal hard aankwamen. Maar ik liet me niet kennen en bleef meedoen aan verhalenwedstrijden, waarbij ik steevast ergens onderaan eindigde. Op een gegeven moment gooide ik het bijltje erbij neer, en stopte ik met schrijven. De afgelopen jaren ben ik heel voorzichtig weer met één enkel kort verhaal bezig gegaan. Alleen als ik zelf de inspiratie en passie weer even voelde. De kiem van dit verhaal lag in die tijd van bewijsdrang-voor-wedstrijden. Maar gaandeweg bouwde het zich uit tot een verhaal met een hart. Een verhaal dat langzaam maar zeker compleet werd. Ik begon er meer en meer aan te schrijven. Terwijl het zijn completie naderde, kwam er dit oud zeer in mij op: de hunkering naar erkenning van de juryleden van de Paul Harland Prijs. Die juryleden hadden mij immers niet op waarde geschat, en ik moest en ik zou ze bewijzen dat ik de dingen beheerste die zij in mijn verhalen vonden ontbreken. Het is een nogal ellendig verhaal, dat ik ze in hun gezicht wilde smijten. Maar ook een verhaal met veel sfeer, één van mijn sterke punten. Tegelijk één van mijn valkuilen. Daar werd ik door de jury wel op gewezen. Want afgezien van die sfeer, gebeurde er niet zoveel in mijn verhalen. Er waren geen obstakels, antagonisten, plotwendingen of conflicten. De verhalen kabbelden maar wat voort. Er was geen spanning of ontwikkeling. Heel mooi als verhalende gedichten, maar niet als verhalen. Ik verzette me hiertegen. Ik bleef schrijven op mijn manier. Ik kwam er niet uit. Mijn verhalen werden slechter, omdat ik ze ging schrijven vanuit mijn ego, vanuit competitie met hun visie, vanuit verzet. Kortom, er was disbalans in mijn 3e chakra. Ik zat vast.

Het was juist goed dat ik een tijdje niet schreef. Die jaren dat ik niet schreef, hebben mij de levenservaring gegeven dat obstakels en conflicten bij het leven horen. Ik accepteer dat nu, hoewel ik op mijn zestiende liever in een fantasiewereld leefde, en deze fantasiewereld in mijn verhalen vorm wou geven. De afgelopen week brak die acceptatie door in mijn schrijven. Ik werd geïnspireerd door Enes, door zijn passie om véél te schrijven. En in die ruimte van zijn schrijfuren, die ik overnam, zag ik ineens dat mijn verhaal een antagonist nodig had. Ook zag ik dat ik de innerlijke en externe obstakels van de hoofdpersoon moest aandikken, zoals je het licht-donkercontrast op een schilderij aandikt. Mijn verhaal kwam in balans.

Toen zat ik dus nog met die Paul Harland Prijs. Immers, mijn oorspronkelijke intentie met dit verhaal was om de juryleden te laten zien dat ik heus wel kan schrijven. Een plant blijft altijd de kwaliteiten behouden van het kiempje waar hij uit is gegroeid. Ik wilde deze manifestatiecyclus afmaken: van intentie naar voltooiing. Het verhaal is geschreven voor die wedstrijd. Maar ik ontdekte dat ik deze erkenning van de juryleden niet meer nodig had. Het verhaal is bijna af, maar het is sowieso compleet in wat het is, en ik ben ook compleet. Ik kan mezelf die erkenning geven, en ik kan mijn verhaal op waarde schatten. Ik kan zelf zeggen: 'wauw, Roos, je hebt je duidelijk ontwikkeld ten opzichte van dat verhaal uit 2006. Ik zie dat je de dingen beheerst die je toen nog niet beheerste. Goed gedaan, ik ben trots op je!' Het verhaal staat los van mij, als het voltooid is. En een jurylid kan daar nog van alles over zeggen, en ik kan daar wellicht een les uit leren, maar ik heb dit jurylid niet nodig om mij compleet te maken. Het voegt hooguit iets toe, aan wat er al is.

Ik ben de juryleden dankbaar, dat ze mij hebben geholpen in te zien dat verhalen obstakels nodig hebben. Zelfs fantasyverhalen. Waarom dan nog meedoen aan een wedstrijd, als het al compleet is? Een beetje bewijsdrang is heus wel gezond, niet vanuit wedijver, maar wel als je je erdoor ontwikkelt.

zondag 4 mei 2014

Meivakantie

Gouden tip voor als je al een week een craving hebt naar witbrood met chocopasta, en dit verlangen niet bevredigd wordt door gezond magnesiumrijk eten, noch door chocoladekoekjes, -muffins, of -repen. En je hebt ook geen zin om naar de winkel te gaan om chocopasta te kopen. Want je bent ongesteld (goh). Men neme een tosti-ijzer. Met neme twee plakken (glutenvrij) witbrood. En een pure chocoladereep. Deze was van Green & Black's met stukjes rozijn en hazelnoot. En lekker dat het was. Geroosterd brood met gesmolten chocolade, druipend van de menstruatietroost (waarom klinkt dat zo vies? Ik heb het over de chocola!)

We waren helaas wat te laat met inzaaien, dus pas afgelopen week moesten we uitdunnen.
Dit is regenboogsnijbiet. Ik heb alle kiemen opgegeten, omdat ik het zo zielig vond om ze weg te gooien, miniatuursmaakexplosies van wortel, sla, paksoi, rucola, spinazie en snijbiet.

Een bietenkiempje dat zich nog niet helemaal had uitgekleed.


In Amsterdam bij het Westerpark, waar we een overheerlijke glutenvrije, vegan en biologische Polentaquiche hebben gegeten. Met dank aan de blog van de Groene Meisjes. We waren daar, omdat Enes overweegt een permacultuurcursus te doen in het Westerpark, en we de tuin wilden zien.


Dit viel enigszins tegen, maar het was dan ook onduidelijk waar de oefentuin gebouwd zal worden. Het stukje links is waarschijnlijk de vrijwilligerstuin want dit lijkt niet op permacultuur. Toch was het fijn om daar te zijn, want het Westerpark is verrassend groen en groot, als tegenwicht voor de vervuiling en prikkels van Amsterdam.

Sergeant Batista. Enes en ik zijn samen seizoen 7 van Dexter aan het kijken en ik heb inmiddels al gedroomd over sergeant Batista, al weet ik niet meer wat. KIJK DIE PLANTJES DAN LIEEEEEF. 

Een fijn rustig dagje met Willemein in Zutphen. We laten onze tanden niet zien maar we zijn wel een beetje blij, hoor.

Feestje in de achtertuin met Romy. Toen we samen look-zonder-look gingen plukken, en ik pizza's had gemaakt, en hier rijstwafels met tamari en nori at. Heb ik al gezegd dat mijn leven draait om eten?

Kruidentafel.

Op het balkon. We lachen altijd op foto's, want we zijn altijd blij, immers, en ons leven wordt samengevat in blije foto's waarop het lijkt alsof ik een druk sociaal leven heb en elke dag een goede dag is. 

Eigenlijk bestond het grootste deel van mijn meivakantie uit ongesteld zijn. En op het balkon uitkijken over de tuin en in de tuin uitkijken over de tuin. En eten. En naar kringloopwinkels gaan. En ons dingen voornemen en die dan pas een dag later doen, maar ze wel doen. En veel schrijven. Want Enes schrijft elke dag vier uur, waaronder twee 's ochtends heel vroeg. Als ik dan wakker werd, rond acht uur, was hij nog bezig, en ging ik wat yoga doen, een beetje wandelen, en ook een uurtje schrijven. Dit was zo fijn en rustgevend, en het heeft dat ene korte verhaal waar ik al drie jaar aan schrijf erg goed gedaan. Ik twijfel al drie jaar of ik 'm ga opsturen naar de Paul Harland Prijs, de grootste schrijfwedstrijd voor de verbeeldingsliteratuur van Nederland. Maar nu ben ik al 4000 woorden over de limiet, dus ik denk niet dat dit 'm gaat worden. Of ik bouw het verhaal nóg meer uit, of ik schrap er drastisch in. Waarschijnlijk allebei. En natuurlijk knijp ik 'm van angst dat ik alleen maar lager kan eindigen dan toen ik mijn allereerste verhaal in 2006 opstuurde, en de 6e plek haalde, op mijn zestiende. Oei, 666, dat zit ook in mijn telefoonnummer. Volgens een interpretatie die ik nu op internet vind staat dit voor materiële behoeftigheid die afhankelijk is van een systeem. Tja, de hoofdprijs is wél €1000,-. Gelukkig maar dat we een zelfvoorzienende achtertuin hebben.