woensdag 9 oktober 2013

En dan de herfst

Lieve herfst, wil je me voeden
geduldig, met je wegebbende rode warmte
en me herinneren aan de kooltjes
en niet aan de kapotte rug?
ik ben voor het eerst in mijn leven
substantie aan het oogsten
nu mijn hartekreten en al wat ik verder nog bedacht
mijn identiteit niet meer vormgeven
voor het oude komt niets nieuws in de plaats
maar ik blijf voortbestaan
zoekend en een heel klein beetje
tastend
als een dikke slak.

IJle zomer

warmte sijpelt traag als opgebruikte zuurstof
mijn lichaam binnen
onder mijn voeten vormt zich een zanderig opstapje
naar een uitgewrongen toekomstbeeld
wacht - ik loop te snel
en herwin mijn pas
de samencirkel is rond, nu kunnen we echt beginnen, zoals altijd
en verzadigd van leegte
blijf ik twee kopjes vullen -
een slechte gewoonte
maar ik oogst tenminste slangenvellen
en voed mijn koude bloed
nog te ijl voor deze zomer

Lege lente

de plant is ongestut, glijdt weg
klaplong
ik kon mezelf niet meer overeind houden en
een ijselijke leegte drong mijn buikholte binnen
opgehangen aan de kapstok van een ruggengraat
dagen als elastiek, de rek eruit
en over dit alles heen hult
de geest van de lente
mijn gezicht in een waanzinnige glimlach

Winter - een grijze massa

en dan wordt het taai, 
uiteengetrokken als draadjesvlees
een grijze massa
ontdaan van sappen
beenderen werpen kleurloze schaduwen op een wang
ogen zijn verzadigd en leeg
ronde vlakke cirkels
zacht en koud als sneeuw
eieren kunnen alleen een beetje tegen elkaar aanrollen
kapotbreken en dan
de ultieme versmelting:
dood.