vrijdag 5 april 2013

Waar zijn we in godsnaam beland? Wat een afgang. Van welke toren zijn we naar beneden gevallen? Twee vogels kruisten elkaar in de lucht, de thermiek had ze opgetild, en vlogen samen op, tot elkaar in de wieken vlogen. Ze waren te dichtbij gekomen.
Waar zijn we gevallen en wie raapt ons nu op? Zullen onze wegen scheiden in onze zoektocht? Zullen wij onze vleugels spalken?
Er is een gapende stilte. Alsjeblieft, laat ons reizen en laat ons rijzen boven onszelf uit, het beloofde zoveel. Laat onze creativiteit elkaar ontmoeten zoals ik al zo lang verlang. Mijn hart verlangt terug, en verlangt naar toekomsten die nu op het spel staan. Waar ligt mijn keuze?
Eenzaamheid wordt nooit gelijkwaardig ontmoet, alsjeblieft, verlaat me, eenzaamheid. Is dit ten goede of ten slechte?
Waarom draai ik me steeds maar weer van mezelf af, mag ik niet zijn? Ben ik een onderdrukte vrouw? Wat is dit boze verdriet en waarom kan ik niet zonder? Waarom kan ik niet creƫren? Moet ik stil zijn? Moet ik dan nog meer stil zijn? Ik kan altijd weer terug, ik kan altijd weer terug en word opgezogen door alles waar ik uit was gekropen. Ik raas in een grijze put die me verwildert en opsluit.

Het voelt als een gebroken hart.

2 opmerkingen:

  1. Dat zijn heel veel vragen. De vraag "Wat is dit boze verdriet en waarom kan ik niet zonder?" is nog wel het pijnlijkst van allen en misschien ook wel een samenvatting van/aanleiding tot dit stuk. Ik hopen dat jullie elkaars vleugels kunnen spalken.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het is gelukt, dat spalken. Dank je voor je reactie :)

    BeantwoordenVerwijderen