woensdag 10 april 2013

Winterwrap



Misschien ga ik terug naar de kunstacademie in september. Ik heb dit vol bombarie besloten, ik heb een gat geslagen en nu kan ik in die ruimte zorgvuldig uitzoeken wat ik wil, maar eerst te langen leste op reis naar Engeland en Ierland met degene met wie ik met hart en ziel samen wil zijn. Ik voel me zo jong, een groot naakt oog, een ongeduldige ademhaling, een nieuwsgierige idealist. Ik heb dit jaar van alles geleerd. Ik kan andere mensen niet van mij laten houden en daar heb ik zelfs helemaal niks mee te maken. Het is mogelijk een magisch leven te leiden, telepathisch te communiceren, te denken met je hart. Het is tijd om mijn kroon weer op te zetten. Mijn ziel vecht maar slaat geen alarm, mijn geest kijkt het allemaal nog even aan. Is het mogelijk alles te verkrijgen wat je nodig hebt door louter en alleen dingen te doen volgens je hart, of moet je je trots inslikken en beperkingen accepteren om brood op de plank te krijgen, zoals mij is geleerd vanuit mijn opvoeding? Het oude versus het nieuwe paradigma: is het werkelijk leefbaar? De wijsheid die ik bezat heb ik ingehaald en nu ga ik op avontuur, het grote onbekende tegemoet dat me niet meer beangstigt. Alleen ikzelf, mijn onverbeterlijke innerlijke samentrekkingen van onzekerheid, het vlinderachtige, veelomvattende verzet tegen de stoffelijke wereld. Maar er is een onontkoombaar leercomplex geconstrueerd, geschreven in mijn hart en alle planeten, om te bereiken dat ik mijn zekerheid vind in de steeds-verglijdende reis naar expressie, en het felbegeerde vertrouwen in het vangnet van de mensheid vergaar. 

De winter is lang en koud geweest, een nulpuntmeting, onder de radar. Het blijkt dat ik helemaal niet kan omgaan met aarding: ik leef in een voortdurende toestand van schaarste, kan me nergens settelen, want als ik dat doe ben ik een loodzwaar anker, maar dat is slechts gebaseerd op een illusie van afscheiding. En nu zijn er twee van ons, oh god. Maar dat is niet mijn zaak en toch ook weer wel, in een grillige dans van versmelting en scheiding. Ik heb leren incarneren in elk moment, het is een automatisme geworden. Ik heb geleerd hoe een zielsontmoeting beladen met karma eruit ziet, de verwarrende verliefdheid ervan, en hoe je helemaal niets hoeft te doen met herinneringen aan vorige levens maar alles kan oplossen door in het nu te leven. Ik ben mondjesmaat het verraderlijke van een diepe verbinding met mensen aan het herkennen, en de verfoeilijke invloed van internet hierin, omdat je ze vaak toch eerder moet loslaten dan je lief is, anders maak je geen ruimte voor het volgende. Ik heb geleerd je te focussen op wat is, en niet op wat zou kunnen zijn.

Winter 2013, ik vrees dat ik jou ga vergeten. 

maandag 8 april 2013

Verlangen

Er heeft zich een parel in me gevormd. Ik heb het geluk gevonden en raak het opnieuw en opnieuw aan, als ik aan hem denk, als ik bij hem ben, het is teveel om te voelen, mijn hart is bang niet elke centimeter van deze liefde te ervaren, bang voor alle iriserende momenten die verloren zouden kunnen gaan. Het is een oerkracht die opborrelt uit mijn tenen, die door me heen stroomt, die me ademloos achterlaat. Ik zie verre landen in zijn ogen. Hij voelt als een deel van me.

Ik heb idolen. Ze kenmerken zich door vezels vol leven, het licht dat zonder voorbehoud bezit van ze heeft genomen. (Hoe ze zich niet uitrekken als elastiek, hoe ze niet mijlenver vooruit zijn, hoe ze niet boven me staan, hoe ze zijn+.) Wonderbaarlijke mensen, die door louter hun aanwezigheid mijn hart paarlemoer laten huilen. Ik besta uit zuivere stemloze delen die klappen hebben gekregen en bloemen sloten zich in de winter, langzaam zullen nieuwe sappen hun kleur afgeven in alle geschrokken open vezels van mijn leven, tijd.

Tijd, en verlangen.

vrijdag 5 april 2013

Waar zijn we in godsnaam beland? Wat een afgang. Van welke toren zijn we naar beneden gevallen? Twee vogels kruisten elkaar in de lucht, de thermiek had ze opgetild, en vlogen samen op, tot elkaar in de wieken vlogen. Ze waren te dichtbij gekomen.
Waar zijn we gevallen en wie raapt ons nu op? Zullen onze wegen scheiden in onze zoektocht? Zullen wij onze vleugels spalken?
Er is een gapende stilte. Alsjeblieft, laat ons reizen en laat ons rijzen boven onszelf uit, het beloofde zoveel. Laat onze creativiteit elkaar ontmoeten zoals ik al zo lang verlang. Mijn hart verlangt terug, en verlangt naar toekomsten die nu op het spel staan. Waar ligt mijn keuze?
Eenzaamheid wordt nooit gelijkwaardig ontmoet, alsjeblieft, verlaat me, eenzaamheid. Is dit ten goede of ten slechte?
Waarom draai ik me steeds maar weer van mezelf af, mag ik niet zijn? Ben ik een onderdrukte vrouw? Wat is dit boze verdriet en waarom kan ik niet zonder? Waarom kan ik niet creƫren? Moet ik stil zijn? Moet ik dan nog meer stil zijn? Ik kan altijd weer terug, ik kan altijd weer terug en word opgezogen door alles waar ik uit was gekropen. Ik raas in een grijze put die me verwildert en opsluit.

Het voelt als een gebroken hart.