donderdag 23 februari 2012

Jagend

Het filmpje dat ik voor de j-week heb gemaakt kostte iets meer tijd dan verwacht, omdat ik er alleen aan kon werken op school. Eergisteren was het eindelijk af, en juist toen ik het wilde presenteren crashte mijn laptop. Ik kon gelukkig de laptop van een klasgenoot lenen en heb de mijne weggebracht zodat ik plotseling cold turkey zonder internet of gedownloade tv-series zat. 'Hoe kan ik nu nog gelukkig zijn?' dacht ik aanvankelijk, maar de tweede dag schudde ik mijn verslaving van me af en heb ik een spontaan goedgevulde dag beleefd met onder andere een gezamenlijke lunch, een toevallige ontmoeting in de trein en een huisvergadering. Genoeg gelegenheid om nieuwe inspiratie op te doen: iets dat ik hard nodig zal hebben voor volgende week. Wat dit filmpje betreft: tijdens de presentatie kreeg ik nuttige feedback, waar ik dadelijk nog op in zal gaan.

Ik heb een filmpje gemaakt over fotografie als jachtritueel. De inhoud van die vergelijking wordt breed uitgemeten in het filmpje zelf, dus hier alleen even wat dingen die goed gingen of beter konden. Ik merk dat ik het inspreken van een tekst nog erg onwennig vind. Ik word me nog maar net bewust van mijn intonatie. Dit acteren is niet mijn sterkste punt. Toch wil ik ermee doorgaan en met elk filmpje dat ik maak leer ik weer wat meer. Zoals dat ik soms woorden inslik, en over het geheel genomen best wat krachtiger mag spreken. Mijn klas en docent hadden hier geen opmerkingen over, wat twee dingen kan betekenen: a) dat het gênant slecht is en b) dat het ook niet hun terrein van expertise is en er geen noemenswaardige dingen over gezegd konden worden.

Het monteren gaat me daarentegen steeds beter af. Hierin heb ik inmiddels al wat meer ervaring, en ik begin langzaamaan het gevoel te krijgen dat ik grip heb op zaken als beeldritme en overgangen. Het gaat volledig op intuïtie, ervaring opgedaan door het kijken naar films, en over werkbaar jargon beschik ik dan ook niet. In mijn eigen woorden: de congruentie tussen de beeldverhaallijn en de tekstverhaallijn is iets dat nogal precies komt. Mijn docent zei dat ik nog een beetje teveel gelijktijdig illustreerde met beelden wat ik ook al in de tekst zei. Ik had hier juist op gelet, dus dat was wel een beetje een bummer. Verder kreeg ik nog de terechte opmerking dat het moeilijke taalgebruik soms niet begrepen werd.

De fotografie werd niet echt aangestipt in de feedback, maar dit vond ik ook minder belangrijk: weliswaar was het grootste deel van de tijd opgegaan aan het op straat jagen op beelden, maar dit had ik onder controle. Er zitten sterke beelden tussen, en ik heb goed gewerkt met de beelden die ik had, alleen had ik misschien meer foto's kunnen maken naar aanleiding van de eerste montagesessie. In het korte tijdbestek was dit echter niet rendabel.

Wat algemener heb ik uit de feedback vooral wat herdefinities meegenomen voor de term 'persoonlijk werk'. Een klasgenoot zei dat hij moeite had met het gebruik van het stijlmiddel 'we' als generalisatie van een persoonlijke ervaring, maar ik ken hem persoonlijk dus ik weet dat zulke dingen hem altijd irriteren. Dit kon ik dus plaatsen, maar ik kon er verder niets mee. Wat mijn docent hierover zei was wel onverwacht. Hij zei dat je niet perse ' zwaar emotionele persoonlijke shit' (mijn woorden) hoeft te maken om persoonlijk te zijn. Aha.

Nu, zonder verder dralen (want ik moet over vijf minuten bij mijn les zijn), het filmpje:

zaterdag 11 februari 2012

Een verhaal over een verhaal over een verhaal

Deze week was ik bezig met 'narrative structures/personal chaos', de titel van de projectweek op school. De opzet van dit project was een filmpje te maken naar aanleiding van een object waar je een hekel aan hebt. Bij mij was dit de afgeragde afwasborstel. Achter zo'n object zit een heel verhaal. Dat moest je dan helemaal tot de essentie terugbrengen: waarom heb je er een hekel aan? De aldus ontstane structuur verwerkten we in een filmpje.

Wat ik er vooral uitgehaald heb is inhoudelijke vooruitgang. Ik heb deze week de drijfveren achter mijn kunst weer een stukje herijkt, en dat vind ik best een prestatie omdat ik daar de afgelopen weken erg naar op zoek was. Ik maak werk vanuit emotie en ik wil niet dat dit een kunstmatige vervanging wordt voor mijn expressie. Toch vind ik juist het persoonlijke element in kunst belangrijk en aantrekkelijk. Wat ik moet doen als ik iets wil maken is eerst een handleiding schrijven, zodat ik mij kan distantiëren van de emoties en al schrijvend de essentie eruit kan filteren. Bij de aldus ontstane toon of narratieve structuur zoek ik dan de meest efficiënte vormtaal. Het op deze manier inzetten van mijn creativiteit is me nog niet erg eigen.

De uiteindelijke vorm was dan ook niet naar mijn tevredenheid. Ik had het verhaal over de afwasborstel tot zijn emotionele essentie teruggebracht, en dit met mijn eigen stem verteld, erg tricky in mijn geval. Daarnaast zijn acteren, scriptschrijven en stemintonatie voor mij nog grotendeels onontgonnen gebieden. Het was de bedoeling dat het zelfspot werd, maar het leek nog teveel op zelfmedelijden, 'mijn shit', waar ik de toeschouwer mee overlaad. (Tja, ik ben mijn lever aan het ongiften en ik heb blijkbaar veel op mijn lever, al mijn goede bedoelingen ten spijt.)
Ik had het nog meer kunnen indikken tot het persoonlijk-symbolische poëzie werd. Dat was denk ik ook de bedoeling van deze projectweek. Maar ik ben nu wel klaar met de afwasborstel (ik heb hem ook weggegooid) en zal het thema dat ik eruit heb gehaald (viezigheid/properheid) in een volgend werk op een symbolischer manier verwerken.
Het was een goede start van het weer-op-school-zijn dat ik bezig en ik ben er enthousiast over. Ik maak schoon!