dinsdag 31 januari 2012

Kort of lang: 'Slaap' van Haruki Murakami

In de kort/lang-tweeweekse ga ik bloggen over kort en lang. En niet zomaar de abstracte concepten 'kort' en 'lang', maar betrokken op het niet zo abstracte concept 'verhaal'. Korte en lange verhalen dus. Een blog is immers ook een verhaal.

Ik heb vandaag 'Slaap' van Haruki Murakami gelezen. Het is een novelette, een redelijk formaat voor een kort verhaal, tussen de 7500 en 17.499 woorden. Ik wil er iets over schrijven, omdat het me niet lekker zit. Ik vond het einde nogal schokkend en niet helemaal in overeenstemming met de toon van de rest.

Murakami is een meester in het beschrijven van de symptomen van psychologische processen zonder ooit een verklaring te geven. Wat er gebeurt als iemand langzaam afglijdt in waanzin, door een rouwproces heen gaat of andere ontberingen beleeft. Hij beschrijft de beelden uit het onderbewuste die erbij opkomen op een dusdanige manier dat ze zich nooit duidelijk binnen of buiten de grens van het surrealistische begeven. Het kunnen metaforen zijn van gevoelens en gedachten, een literair stijlmiddel dus, maar ook daadwerkelijk materieel gemanifesteerde gebeurtenissen, magisch-realistisch dus. En dat bewonder ik. Al jeukt het ook. Want door het gebrek aan duiding blijf je met dat vage gevoel van ontheemding zitten waar Murakami patent op lijkt te hebben.

Dit gevoel had ik ook toen ik 'Slaap' uitlas. Het gaat over een vrouw die een dusdanig monotoon leven leidt dat ze 's nachts niet meer hoeft te slapen, en in plaats daarvan tijd voor zichzelf uittrekt. Ze gaat lezen, drinken en chocola eten: wat ze ook deed voordat ze trouwde en een kind kreeg. Ze heeft geen depressieve klachten. Vindt ze zelf. Maar de lezer vermoedt anders. De lezer vermoedt dat ze al jaren depressieve klachten heeft maar dat niet onderkent. Ze beweegt zich als een slaapwandelaar door het leven, en pas als ze 's nachts niet meer slaapt wordt ze wakker. Maar in haar zoektocht naar een rijker leven begraaft ze zich met een enorme helderheid en concentratie in haar boeken. Daarin kan ze de diepe gevoelens ervaren die ze zoekt. Zoals Anna Karenina van Tolstoj: 'alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, maar elk ongelukkig gezin is op zijn eigen wijze ongelukkig'. Ook de hoofdpersoon van 'Slaap' heeft een gezin. Ze verliest er haar verbondenheid mee.

Dan rijdt ze 's nachts in haar auto naar een parkeerplaats, nog ondersteboven van het laatste boek dat ze uitlas. Op de parkeerplaats sluit ze haar ogen en heeft de gedachte dat de dood een eindeloos waken in duisternis inhoudt. En dan begint de auto te schudden. Ze beginnen aan haar auto te schudden.

Even wat duiding. Een auto is een voertuig, net als je lichaam, waarmee je je door het leven beweegt. Als je lichaam gezond is werkt het voertuig goed, maar onheil kan daaraan gaan schudden. Misschien droomt ze dit. Misschien is dit zo'n beeld uit het onderbewuste dat in haar droom tot uiting komt. Ik vond het in ieder geval duivels verontrustend, op een David Lynch-achtige manier. Het verhaal had van mij nog wel langer mogen zijn. In zijn romans gaan de personages op zo'n moment letterlijk op de bodem van een put zitten, maar daar komen ze dan ook weer uit. In zijn laatste trilogie, nog langer, overschrijdt het verhaal echt de grens tussen metafoor en magisch-realisme. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het een fantasyverhaal is. Het bezit een doelgerichtheid en duiding die in zijn eerdere werk niet zo uitgesproken zijn. Het is duidelijk of de personages gewoon die Murakami-berusting bezitten of dat er iets onder zit. In dit verhaal moet je dat zelf bedenken.

Lees eens iets van Murakami, als je dat nog niet gedaan hebt. Het is fascinerend, omdat het zo intuïtief is en je zelf moet beslissen hoe je het analyseert, of die analyse achterwege laat en je alleen maar laat betoveren door de sfeer.

zondag 29 januari 2012

Mieterse nildheid

De m/n-week eindigt vandaag. Hij duurde twee weken, omdat het twee letters zijn. Je kon dus spreken van een heuse m/n-tweeweekse. Deze nieuw in het leven geroepen, tot eendagsgebruik gedoemde, in deze alinea dus nog even fervent aangehaalde term roept associaties op met de avondvierdaagse. Aanpoten, stress en typen tot de blaren op je vingers staan. Dat werk. Maar een m/n-tweeweekse is iets minder inspannend dan dat. Het is vooral, volkomen indachtig het thema, mild. Er ontstonden dan ook welgeteld twee blogs. Veel woensdagse wetenswaardigheden waren er niet te bekennen en er was niet eens een domme donderdag om de klap op te vangen, laat staan een vergeetachtige vrijdag, of zelfs een zondige zondag.

Hier op de valreep nog een wetenswaardigheid: vorige week woensdag werd ik 22. Dit ging gepaard met aandacht en liefde. Ach, was je elke dag maar jarig. Al zou je dan wel snel oud worden.

Ik gaf feestjes: één voor mijn familie en één voor mijn vrienden. Ik had aanvankelijk een beetje de bibbers voor deze laatste gebeurtenis. Ik ben een tijdje uit het sociale circuit geweest, en verwachtte het ergste qua opkomst. Ook heb ik, door een gebrek aan een rendabel sociaal navigatiesysteem, na mijn dertiende geboorteviering, waarbij er stil op de bank een film werd gekeken die niemand van ons vieren echt leuk vond, gelardeerd met koelkastkoude olijven, die niemand opat, geen feestjes meer gegeven. Maar nu ben ik bij zinnen gekomen, tijd dus om de zinnen te verzetten, en ja, de vorige zin had te veel bijzinnen dus ik dacht, laat ik daar gewoon mee door gaan en daarnaast de woorden 'bij' en 'zinnen' zo vaak mogelijk laten vallen, want dat zinde me wel en dat kon er ook nog wel bij. Maar zonder verdere uitwijding, na deze bijzondere zinnen even zonder bijzinnen - ho stop - reden voor feestje dus! En niet zomaar een feestje: een combinatiefeest. Housewarming en verjaardag ineen. Niet alleen kwam dit precisieuze concept tegemoet aan mijn analytische neurose, ook garandeerde het cadeautjes én aandacht voor de inrichting van mijn kamer. Ik heb namelijk een nieuwe Ikea-kast, waar ik heel blij mee ben alsjeblieft-dankjewel, want ik hou net zoveel van de Ikea op designgebied als van de H&M op modegebied.

Er kwamen wel iets meer dan vier mensen, en deze keer gingen de olijven allemaal op (de dubieuze Vlees Salade (sic) niet, maar dat begreep ik ook wel) wat misschien te danken was aan het feit dat ze niet koelkastkoud waren, of misschien had ik dit keer een beter publiek gekozen. Rijkelijk laat drong het tot me door dat het misschien onderdeel van de housewarmingetiquette is om je nieuwe huisgenoten uit te nodigen. Dus ik berichtte om half acht gehaast twee van de drie dat ze 'wel iets mochten komen drinken om acht uur'. Waarbij één dit hoorde nadat we al ongeveer twee keer over het feestje hadden gesproken. Voor dit soort ongemakkelijke situaties bestaat er dus etiquette. En op de koelkast te bevestigen briefjes voorzien van de aanhef 'hoi huisgenoten, weer even een briefje maar...'. Maar goed, mijn huisgenoten kwamen niet op mijn feestje. Het begon dan ook niet om acht uur. Pas om negen uur kwam de eerste bezoeker. Afgezien van deze beginnersfout, die vast deels de niet-feliciterende hand had in de afwezigheid van mijn aan hun kamer gekluisterde luisterende huisgenoten - ik zeg het eigenlijk al - is men hier erg op zichzelf en hanteert een solistische gemeenschappelijke ruimte-usatie, wat de sociale interactie terugbrengt tot een incidenteel 'hoi' op weg van en naar. We hebben wat afgehoit, de onderbuurman en ik. Hoi is, indien niet vergezeld van andere woorden, het antwoord op allerhande situaties: trap-op-lopen, wc-uitkomen en van-en-naar-de-douche-gaan-met-ontbloot-bovenlijf. Waarbij vermeld dient te worden dat ik in dezes niet de bezitter was van het ontblote bovenlijf, maar hij. Al zou ook in die situatie 'hoi' waarschijnlijk de enig mogelijke reactie zijn, gevolgd door een panisch wegvluchten-in-mijn-kamer. Overigens was de huisgenoot die ik niet uitnodigde juist voorgenoemde bezitter van dit ontblote bovenlijf, omdat ik een beetje een kippetje ben en van de leg raak van ontblote bovenlijven, vooral als ze goedgespierd zijn. Dit terzijde.

Het feestje was leuk, afgezien dan van het feit dat mijn bed systematisch is vernield gedurende de avond. Ik had zelf al wat voorwerk verricht met een welgeplaatste knie en kont: twee latten waren reeds ingezakt. Nu ging de een na de ander onderdoor aan de gewichtige aanwezigheid van mijn bezwaarde bezoekers, tot het bed met een laatste bons besloot dan maar geheel door zijn latten te zwikken. Beze bezoekers waren hiervan zeer ontdaan, begrijpelijk, maar het zorgde ook voor wat slapstickachtig vertier, zodat ik mijn Party Tricks niet uit de Ikeakast hoefde te trekken. Niet dat ik die heb. Oké, één. Probeer maar eens je pink te buigen terwijl je de andere vingers recht houdt. Het is moeilijker dan het lijkt! Bij deze heb ik geen Party Tricks meer. Maar ik heb me voorgenomen om gewoon stelselmatig ieders bed te gaan vernielen waar ik ook kom.

Nee, grapje. Ik ben in werkelijkheid heel mild of niet. Vanaf morgen zal ik een lang verhaal kort maken, maar als het nodig is lang van stof zijn, en andersom, in de k/l-tweeweekse, die dus eveneens wat langer duurt dan de gemiddelde thematijd, maar die ambivalentie geeft het thema zelf ook al aan, en zo komt alles op zijn pootjes terecht.

maandag 23 januari 2012

Mild of niet?

over perfectionisme

Ik was deze week voor het eerst in mijn nieuwe kamer in Groningen. Het beviel me goed: ik was blij een plek voor mezelf te hebben en heb nieuwe mensen ontmoet (mijn huisgenoten), ben weer naar school geweest (twee lessen) en heb mijn dagen gevuld met afspraken, klusjes en actie. Al met al was het een welkome afwisseling van de apathie en het zelfmedelijden van de maanden daarvoor, waar ik steeds maar weer naar schijn te moeten refereren, omdat ik graag alle resterende bloglezers wil wegjagen.

Ik werk mezelf er weliswaar uit, maar traag en onhandig.

Om een of andere reden kan ik wel kotsen van de kunstwereld. Alweer. Mijn talent uche uche ahem (ik verstond je niet) (ja nee, maar ik weet niet...) (wat zei je?) (ik, eh, laat maar...) (nee, zeg nou) mijn talent (ai, te luid, sukkel!) dus is ingehaald door de tijd. En het lijkt nu zo zinloos. Zelfs als ik mijn best doe is het resultaat mager, en ik ben een perfectionist dus half resultaat is FALEN en dan zit ik weer op de bank (of het bed, als ik echt de slag te pakken heb). Het is als een steen tegen de heuvel oprollen. Ik ben net 22 geworden en word niet meer geprezen zoals je een zestienjarige prijst die naast zijn middelbare school een hobby heeft waar ie goed in is en 'later misschien wat mee wil doen'. Ik weet bij god niet meer wat ik moet doen met mijn creativiteit. Ik keer terug naar de basisweerstand die men wel heeft tegen de kunstacademie: ik wil niet over mijn werk moeten praten. Iets daarin is niet pluis. En als ik weet wát, is het opgelost en dan heb ik weer een loophole gevonden voor de presentatie van de volgende week, en zo hobbel ik al tweeenhalf jaar voort, van presentatie naar presentatie.

Het probleem zit 'm in het feit dat er ook een hoop psychologie bij komt kijken en daar zijn die docenten niet voor opgeleid. Het 'waarom' van een werk wordt maar al te vaak verward met het 'wat'. En dat kan schade aanrichten. Kunstenaars zijn gevoelig en zitten niet zelden met zichzelf en de wereld in de knoop.

Wat ik niet goed kan, is rust nemen. Dit is lastig. Hierdoor heb ik maandenlang op bed gelegen. Dat was geen rust. Dat was vluchten voor de actie. Afgelopen week ben ik actief geweest: dan is het noodzakelijk af en toe rustpauzes in te lassen, maar hoe doe je dat in godsnaam zonder te bezwijken aan valse rust - verleidingen als tv-kijken en internetten? Heel slim: ik nam mijn laptop niet mee naar mijn kamer. Gevolg: ik bewoog me kabbelend door de dag, muziekje, boekje, wandelingetje, zo moet het! Maar nu moest ik door de omstandigheden in Sneek zijn, waar mijn laptop trouw op me stond te wachten, en ik val keurig terug in mijn oude patroon. Ik ben een perfectionist, zoals ik al zei. Als ik niet een geslaagd actief leven kan hebben, word ik maar helemaal passief. Gelukkig of ongelukkig. Sociaal of eenzaam. Groningen of Sneek. En onderprikkeling is nog vervelender dan overprikkeling, als je het mij vraagt. Daar wil ik niet naar terug. Dus het is toch die steen en de heuvel.

Wat het zo moeilijk maakt is het feit dat ik mijn emoties niet op de juiste manier kan communiceren (wie wel?) (een heleboel mensen) (geef me nou niet het gevoel dat ik een stumper ben) (ik ben gewoon realistisch) (eh. oké. oké goed. realistisch is goed) en mijn intensiteit als schild gebruik, resultaat: het komt eruit als lekker zware kunst. Niks mis mee, maar nu ik dit weet pas ik mijn gedrag aan (hoera!) en is de hele noodzaak kunst te maken zoals ik dat deed verdwenen (oh shit). Wat nu?

Wil ik nog wel kunst maken, eigenlijk?

Verder heb ik hardnekkige problemen in de liefde (wie niet?) die vooral te maken hebben met het feit dat ik een lafaard ben. In bepaalde opzichten ben ik nog wel een zestienjarige.

Ik kan niet goed omgaan met zelfmedelijden. Iedereen heeft het wel eens, ik bedoel, het is een emotie. Maar ik heb geleerd het te verstoppen en dan hebben emoties de neiging stiekem en meedogenloos je karakter binnen te sluipen.

Ik kom hier sterker uit. Dat weet ik zeker. Ik zal paradoxen leren hanteren. Ik ken er al een paar: ik voel me het meest geborgen als ik risico's neem. Ik heb de meeste grip als ik loslaat. Ik krijg de meeste liefde als ik het geef.

Dit zijn tegeltjeswijsheden. Zinnetjes. Weliswaar zinnetjes die, op het juiste moment door de juiste persoon gelezen, veel kunnen bewerkstelligen, maar het gaat niet om de woorden. Het gaat om wat er tussen de woorden zit. Neem nou die eerste 'ik voel me het meest geborgen als ik risico's neem'. Het werkt pas als je dit kunt toepassen en herkennen in je leven. Een voorbeeld: ik was op zoek naar geborgenheid, omdat ik me om diverse redenen onveilig voelde in Groningen. Die geborgenheid zocht ik, heel logisch, in mijn ouderlijk huis, in Sneek, op de bank, in bed. Als een kind. Ik vond het niet. Daardoor kroop ik nog meer weg. Tot ik niet meer kon vluchten, de pijn me overweldigde, me confronteerde en liet nadenken over oplossingen en ik vervolgens een nieuwe kamer ben gaan regelen. De dagen voor mijn verhuizing voelde ik de eenzaamheid en onveiligheid waar ik voor weggevlucht was in rauwe, pure vorm. En toch deed ik het, ondanks mijn angsten. Toen ik na mijn eerste nacht weer in Groningen wakker werd voelde ik me geborgen en voor het eerst sinds maanden rustig. Dit is wat ervaring je leert. Dit is wat pijn je leert.

En zoals altijd zijn dit soort psychologische processen achteraf bezien behoorlijk stumperig, maargoed, daar moet ik het mee doen. Dit is alles wat ik te vertellen heb. Keukentafelheldenmoed. Maar ik ga actie ondernemen om meer te vertellen te hebben. Ik ga gekke dingen doen om verslag van te leggen. Ik word realistischer. Milder voor mezelf. Niet met als doel om perfect te zijn. Eerlijk gezegd ben ik nog redelijk doelloos. En verward. Daarom staat de kunstwereld me ook zo tegen.

Oefening baart kunst.

maandag 16 januari 2012

Mild of niet

Mijn excuses voor de niet waargemaakte belofte van een modeshow in de achtertuin. Ik was dit weekend een beetje mild voor mezelf, want ik had het al druk genoeg met stressen over mijn verhuizing naar Groningen. Ja, u leest het goed: ik ben weer verhuisd. Leuk, al vind ik het ook wel spannend, ondanks dat ik inmiddels al vier kamers heb versleten. Maar dat laatste is dan eigenlijk ook wel logisch: ik ben een draaikont. Ik vind het moeilijk om mijn draai te vinden.

En morgen moet ik weer voor het eerst werk op school laten zien na lange afwezigheid, ook al zo'n fijne stressfactor. Ik heb in arren moede vanmiddag een schilderijtje gemaakt maar dat mislukte, zeer tot mijn chagrijn. Dus morgen laat ik dat hoopvolle schetsboekje zien dat ik in december begon met het voornemen er elke dag een tekening in te maken. Er zijn veel pagina's leeg. Maar het begint ergens op te lijken. Het zijn de voorzichtige schreden op het ijs van een geblesseerde schaatser, bang dat hij opnieuw zal vallen. Soms zwikt en zwiebelt hij even maar langzaam krijgt hij zijn zelfvertrouwen terug.

Overmorgen word ik 22. Ik ga een feestje geven dit weekend, voor mijn familie. En volgende week of daarna voor mijn vrienden. Ik heb nog nooit een feestje gegeven in Groningen. Mooie kans om een goede start te maken in mijn nieuwe kamer. Klinkt dit belegen? Oh, ik ben zo'n belegen stuk kaas - maar daar moet je zo onderhand wel eens van gegeten, pardon, geweten hebben. En deze week al helemaal. Deze week ben ik het toonbeeld van mildheid. Of niet?

woensdag 11 januari 2012

Wetenswaardige woensdag

Vorige week was dit iets dat door kon gaan voor een foodblog. Ik zou kunnen zeggen: deze week is nabeelden.blogspot.com een modeblog. Dit zou enigszins bezijden de waarheid zijn. Ik zal het u demonstreren. Allereerst, een welgemeend 'ik kies gewoon uit wat me aanspreekt'. Als dat niet genoeg zegt over mijn verhouding met mode, hier een verhaal.

Vroeger, toen ik nog een angstig middelbare school-broekie was, betrof 'wat me aansprak' de gothicstijl. Ik had een jurk met fluweel en zwart kant, die ik af en toe paste voor de spiegel. Vervolgens hield ik fotoshoots, bijvoorbeeld in de tuin.


Of in de slaapkamer.


Of zelfs op de overloop, want dan kun je zo lekker flitsen en dat komt de zwaar opgebrachte make-up zeker ten goede.

2005

Het enige moment dat ik er daadwerkelijk de deur mee uit ging was op een fantasyevenement. Ondertussen keek ik mijn ogen uit naar de twee gothics die mijn school telde: rondborstige dames die zonder enig gevoel van schaamte de trap afzwierden met de punten van hun rok in hun handen. Dat was iets om jaloers op te zijn. Een kastvol prachtige jurken verlangde ik met heel mijn romantische ziel, de rondborstigheid bekeek ik met platte afgunst. Maar natuurlijk was het vooral het zelfvertrouwen van deze dames dat me bijbleef. Ik hield het bij een pentagram om mijn nek in het openbaar. Dit weet ik nog omdat het is vastgelegd op de schoolfoto waar ik de eerste drie jaar aan overgeleverd was. Daarop had ik ook een soort punkkapsel: van voren lang, van achteren opgeknipt, al verzuimde ik de bijgeleverde wax te gebruiken, zodat mijn hoofdkussen de belangrijkste factor in de modellering was. Wist ik veel: ik zag het alleen van voren. Deze schoolfoto is helaas verloren gegaan.

Ook mijn latente gothicverlangen is een stille dood gestorven. Als het me toen werd gezegd, voelde ik me onbegrepen, maar het was toch waar: ik groeide eroverheen. Vanaf de tweede schoolfoto ontwikkelde ik een kleding- en haarstijl die zich voegde (naar mijn idee dan) naar de groep.
2005

2005
Oké, met een alternatief randje.

2005

Toen ik op de kunstacademie kwam werd het allemaal een stuk artistieker natuurlijk. Ik had wat in te halen, en welke omgeving beter dan één waar men aan zelfexpressie doet? Ik ging maskers dragen tijdens het hardlopen.

2009

Oké, dit kwam maar één keer voor en was voor een kunstproject. Wat iets blijvender was: mijn haar lichtblauw verven. Maar dit duurde gelukkig niet langer dan de kerst. Ik ben geen provocerend type: de blikken in de trein konden me gestolen worden.

2009

Sorry jongens, nu komt er een domper: van 2010 en 2011 heb ik geen foto's. Ik vond mezelf even geen fotomateriaal. Ik kan er best leuk uitzien, maar de laatste maanden draag ik eigenlijk het liefst comfortabele truien en pyjamabroeken. Als ik een dag een panty of zelfs een legging moet dragen werkt dat klevende gevoel me op de zenuwen. Ik doe niet aan strijken: als het gekreukeld is, trek ik het gewoon aan. Wat mijn kapsel betreft: dat is witblond. Genoeg reden om het niet ook nog eens te gaan verzorgen. Dat zou hetzelfde zijn als een kalfslapje kruiden. Een kalfslapje is zo ook al lekker. Google maar eens.

Klaarblijkelijk is mijn persoonlijke verzorging dus nog steeds een beetje latent, al komt dat nu niet voort uit een stille wens me in zwart fluweel te hullen, maar meer uit een verlammende slonzigheid. Badhairdays. Badfacedays. Algemene bad days. Maar de laatste tijd borstel ik mijn haar weer (!) en maak geregeld die mentale berekening die mijn gemoedstoestand, de staat van mijn huid, de inhoud van mijn klerenkast, de gelegenheid, het weer en wat Serena van der Woodsen droeg in de laatste aflevering van Gossip Girl verenigt in een aangename uitkomst. Oké, oké, ik ben stiekem wel een béétje modebewust. Foto's van mijn favoriete kledingstukken zullen de rest van de week hier verschijnen: aan het eind trek ik alles bij elkaar aan voor een goede ouwe fotoshoot in de tuin.

maandag 9 januari 2012

O nostalgie

Ach, in de begindagen van deze blog was de titel 0!, weten we het nog? Dat was omdat de o-toets van mijn toetsenbord loszat. Dat is nog steeds het geval, maar ik heb ermee leren typen. Dus nu is het gewoon O! Maar dat betekent niet dat er geen ruimte meer is voor een beetje nostalgie. Want het is deze week op-week, en we weten allemaal wat dat betekent!

heen van been
op naar kop
met andere woorden:
van teen tot top!

Weten we het nog?

Ik was blijven steken bij de sokken, maar deze week trek ik mijn hele klerenkast voor U open! Verwacht op wetenswaardige woensdag een toelichting over mijn hipheid (discutabel) en persoonlijke verzorging (slonzig): altijd lachen!

Bordjes, dag 6 en 7

 Diner. Wat ik bij de artisjok at: biologische gehaktballetjes met hazelnoten, ei en italiaanse kruiden.

 Ontbijt. Gebakken wortel en knolselderij met mosterd, geroosterde pijnboompitjes en gemuteerde sla.

 Tussendoor 1. Kastanjecrackers met roomboter en sesampasta.

 Tussendoor 2. Kastanjecrackers met pesto.

 Tussendoor 3 (ja, ik had honger). Avocado met sardientjes (niet op de foto).

Tussendoor 4 (niet op de foto, daarvoor waren ze te snel op). Nootjes met gedroogde vruchtjes.

 Diner. Risotto met tomaat, bleekselderij, sjalot, witte wijn en italiaanse kruiden.

Na diner. Diverse rijstwafels met divers beleg.

zaterdag 7 januari 2012

Bordjes, dag 5 en 6

 Brunch. Andijvie en scharrelkip met gember.

 Tussendoortjes en diner. Wortel, avocado, kastanjecrackers met roomboter, pesto, radijs, olijfolie en visolie.

 's Avonds. Drie rijstwafels met roomboter (niet op de foto), sesampasta en zonnebloempitten.

 Brunch. Gewokte witlof met bimi, kruiden: dragon, komijn, kervel en rozemarijn. Makreel met olijfolie.

 Tussendoortje. Sla met pesto, olijfolie en een verkruimelde kastanjecracker.

Nog nader te bepalen tijdstip. Artisjok.

Verder neem ik 's ochtends en 's avonds een groentesapje van peterselie, bleekselderij, komkommer, citroen en venkel. Meestal één of twee omega 3-capsules per dag en verschillende kruidentheeën.

Ik heb van de nootjes en vruchtjes af kunnen blijven! Afgezien dan van die rijstwafeluitspatting - oké, het valt best mee. Mijn huid en energie zijn weer verbeterd. Na die actieve dag donderdag, waarin ik onder andere een oriëntaalse supermarkt bezocht in Groningen en in Sneek naar de dokter ging voor een medische verklaring, had ik een slapeloze nacht. Ik was gewoon te moe om te slapen. Het stormde ook nog eens. Resultaat: ik was gisteren de hele dag brak. Het voelde alsof ik tot 6 uur naar een feestje was geweest in plaats van dat ik gewoon in bed lag. Maar het is goed. Na die navelstaarderige AQUA-periode is het belangrijk om actief te zijn. En als ik dan tegen mijn grenzen aanloop is dat alleen maar een goede les. Het is in mijn geval stukken beter om moe en brak te zijn van teveel actie.

Om even terug te komen op die medische verklaring: ik moest daarvoor naar mijn huisarts, waar ik al vier jaar niet meer geweest ben. Ik was aanvankelijk bang dat hij zou zeggen: 'ja hoor eens, al die alternatieve behandelswijzen zijn leuk en aardig, maar als jij niet naar mij toe komt met je klachten kan ik geen verklaring afgeven'. Ik zat te stamelen en te stotteren op die stoel om uit te leggen waar ik het afgelopen jaar doorheen ben gegaan. Mijn zelfvertrouwen was ver te zoeken. Er zat geen lijn in mijn verhaal en ik verzandde in onbelangrijke details - het was natuurlijk een nogal emotioneel jaar geweest en dat dreigde me te overweldigen. Maar gelukkig zei de huisarts: 'dit lijkt me heel reeël, dus natuurlijk teken ik die medische verklaring voor je'. Ik kon me echter pas ontspannen toen hij zijn handtekening daadwerkelijk had gezet en we de deur uitliepen. 'We', ja, want ik had mijn vader meegenomen als steun. Dat mag best als er zoveel van afhangt.

Ik heb die verklaring nodig om een extra jaar met studiefinanciering aan mijn studie vast te plakken, zodat ik dit en volgend jaar wat rustiger aan kan doen. Zo hoef ik niet te stoppen met studeren. Ik zie het namelijk niet zitten om een halfjaar uit mijn neus te gaan zitten eten. In overleg met mijn mentor ga ik dinsdag een programma opstellen. Ik denk dat ik twee dagen naar school wil, hoogstens drie.

Maandag heb ik voor het laatst een afspraak met mijn therapeut. Eigenlijk is de term 'therapeut' een beetje misleidend, want dat suggereert dat het om psychotherapie gaat en dat is niet het geval. Hij is paramedisch natuurgeneeskundig therapeut, heel wat anders. Wat precies, dat is nogal een verhaal, maar het heeft me goede impulsen gegeven en ik wil er nog niet mee stoppen. Ik ben weer in actie, maar het zal behoorlijk lastig worden te bepalen wat ik aankan en wat niet - het bos waar ik het aan het eind van mijn AQUA-periode over had.
Nou, dat waren de mededelingen weer even voor vandaag. Morgen de laatste 'perfecte' paleodag, en dan: op naar de op-week!

donderdag 5 januari 2012

Bordjes, dag 4

Brunch. Boven: tonijn met sesampasta, onder: gebakken paksoi met banaan en kokosmelk, rechts: gemuteerde kropsla zodat er drie verschillende soorten blad in één krop zitten, al is het dan strikt gesproken niet gemuteerd, maar 'veredeld'.

Diner. Gebakken courgette met lotuswortel (die ronde mandala-achtige dingen) en radiccio (paarse witlof/sla) met stukjes curcumawortel.

Ziet er goed uit he? Zo gezond en gedisciplineerd. Twee maaltijden met voornamelijk groenten. Dan nu de maar: 's middags en 's avonds zat ik beestachtig om te haffelen in een bakje nootjes met gedroogde vruchten: fructosebommen! Aah, mijn lever kreunt en steunt onder deze mishandeling. En dat in combinatie met het reeds hoge fructosegehalte van mijn brunch: banaan en kokosmelk - ik had net zo goed een bak honing kunnen eten. Overigens is lotuswortel, hoewel het er mooi uitziet als je het doorsnijdt - vanwege de luchtkamers hè - ook niet zo perfect omdat het veel zetmeel bevat, dat wordt omgezet in suikers. Ik heb wat op mijn lever kun je wel zeggen.

Daarnaast at ik 's middags ook nog eens een bakje olijven leeg: om de haverklap tussendoortjes dus vandaag. Moet je mij horen: ik lijk wel iemand die wil afvallen. Gelukkig is overgewicht nooit mijn probleem geweest. Ter verdediging kan trouwens worden aangevoerd dat ik een ontzettend actieve dag had. Lees: op twee fietsen met lekke achterbanden Sneek en Groningen doorkruisen bij windkracht 6. Dat laatste leverde me wel die lotuswortel op, uit een oriental supermarket. Wat een vreemde plaats. Zo groot en vol met absurde producten met al even absurde namen, waarvan een literpot kwallen op siroop de kroon spande. Daar kocht ik ook de curcumawortel (curcuma is het hoofdbestanddeel van kerrie) en een sopropo, een heel bittere, bobbelige komkommer die je bijvoorbeeld kan vullen met gehakt. Anna, mijn vriendin, koos voor een gezinspot sesamkoekjes en zeer interessante harige vruchten, die bij opening erg op lychees leken. Ik heb er een meegekregen. De gevulde sopropo (dat was dat woord waar je net overheen hebt gelezen) ga ik morgen of overmorgen maken. Dan zal ik zien of die echt zo bitter is als beweerd wordt op internet. En misschien kan ik de lotuswortel in epoxyhars gieten en er een kettinkje van maken voor om mijn nek.

woensdag 4 januari 2012

Wetenswaardige woensdag: paleo-dieet

In deze aflevering: de comeback van het superego en het typetype, een gerecht als schilderij als gerecht bespreken en waarom de p niet alleen van paleo, maar ook van perfect is!

Brunch. Quinoacrackers met roomboter, sesampasta, zalm en sla.

Dit is een vet gezond gerecht, want in roomboter zitten geen industriële plantaardige vetten en in een blikje zalm zit een goede verhouding omega 3 en omega 6 vetzuren. Moet je wel die in water nemen, want bij zonnebloemolie (verhouding omega 6:3 = 100:1), wordt dit effect weer tenietgedaan. Wij krijgen in verhouding te veel omega 6 vetzuren binnen. Als je er meer over wilt lezen kun je hier kijken: http://www.modderbaard.nl/voeding/omega-3-en-6-vetzuren/

Ik hoor het U al vragen (tenzij U er dwars overheen heeft gelezen) (dikke kans) (oh hee, daar hebben we het superego weer) (terug van nooit weggeweest - hé, moest je dit niet in een kleiner lettertype schrijven?) (zal ik doen) (ik merk er anders nog niks van - oh) : wat is in vredesnaam quinoa? Dit is officieel geen graan, maar een plant en je spreekt het uit als kien-wah. De korrels ervan lijken op graan en zijn ook zo te verwerken (tot crackers dus bijvoorbeeld) maar bevatten geen gluten*. Tot zover de voordelen van quinoa ten opzichte van graan. Verder bezit quinoa namelijk dezelfde stofjes als die graankorrels bezitten om te voorkomen dat ze verteerd worden, zoals lectine, dat voor een versnelde darmperistaltiek zorgt - alles om de graankorrel zo snel en volledig mogelijk weer te laten uitpoepen.

Granen zijn niet gezond, is één van de principes van het paleo-dieet. Zoals de mens in de oertijd at, dát is gezond. Eten dat van oorsprong uit Afrika komt, want daar komen we allemaal vandaan, en dan ook nog onbewerkt. Dit betekent: veel groente, veel vlees en vis, fruit, noten en zaden. Graankorrels moet je eerst bewerken voor je ze kunt eten - ze zijn keihard - dus die vallen af. Ook nachtschadeproducten (tomaat, paprika, aardappel) passen niet in het dieet, want die komen oorspronkelijk uit Amerika. En verder geen peulvruchten (bonen enzo), zuivel, geraffineerde suikers en kunstmatige toevoegingen.

Dan de jungle: sommigen hameren op het belang van het eten van orgaanvlees minstens één keer per week, anderen zeggen dat een beetje zuivel geen kwaad kan, als je tenminste het enzym lactase kan aanmaken. Over varkensvlees wordt gedebatteerd, sowieso is vlees - bio-industrie, scharrel, biologisch, grasgevoerd - een belangrijk discussiepunt. Sommigen vinden linzen (een peulvrucht) oké, anderen weer niet, typisch een gevalletje van door de bomen het bos niet meer zien. Het is voornamelijk uittesten hoe je er zelf op reageert.

Ik merk dat ik een grote behoefte aan koolhydraten heb, het liefst granen. Dus dan eet ik die. De wentelteefjes (die ik grappend draailoeders noemde, maar waarschijnlijk las U daar ook overheen) (nee, dat begreep ik wel) (dat zegt U alleen omdat U niet dom wilt lijken) (nou, als je het echt wil weten: ik wilde je niet kwetsen) (oh, dat kan ik wel hebben hoor) (weet je het zeker?) (ik ben veranderd) (in dat geval: een beetje minder van die woordgrappen, ze zijn abominabel) (abdominaal) (dat is niet eens een woordgrap, dat is gewoon een woord) (stil) van eergisteren waren van gekiemd speltbrood. Kiemen is een bewerking die onder de 40 graden celsius blijft, waardoor het nog binnen de definitie 'rauw' valt, één van de principes van het paleo-dieet. Spelt is een oergraan dat in tegenstelling tot tarwe in de loop der eeuwen minder veredeld en in kassen geteeld is, waardoor het minder lectinen (versnelde darmperistaltiek, weet U nog?) (ja) (jaja) (nee echt) bevat. Anders vreet ik toch de hele dag door nootjes, en ook die moet je met mate eten, want die bevatten fytinezuur. Maar oja, dat zit ook in granen, dus misschien de komende tijd het brood en de crackers laten liggen en weer aan de wortels en amandelen... Overigens gebruikte ik voor de wentelteefjes kokosmelk en omega 3-eieren van de AH: voor een wentelteefje dus verdraaid gezond! (Oké, misschien moet ik het gewoon vergeten) (goed plan) (...) (mond vol tanden, typetype?) (nee, oog om oog, tand om tand, wacht maar...)

Ontbijt kun je overslaan. Twee ruime maaltijden per dag volstaan, of zelfs maar eentje, zeggen die-hards. Ik ontbijt met een groentesapje, ik brunch met een warme maaltijd en ik diner met een warme maaltijd. Warm, omdat het winter is en ik nog niet zo blakend gezond ben dat ik grote hoeveelheden rauw voedsel goed kan verteren: daar moet je lichaam zelf warm genoeg voor zijn. Verder heb ik continu trek. De tussendoortjes en verleidingen probeer ik te beperken, maar de decembervreetdagen waren daar nogal een aanslag op. Sowieso op mijn hele eetpatroon. Meestal eet ik ongeveer vier verschillende soorten groenten per dag en één of twee keer dier (vlees of vis). Als tussendoortje fruit, vers of gedroogd, noten en zaden en pure chocolade.

Zo. Dan wil ik nog even opmerken: ik heb een halfjaar een streng medisch dieet gevolgd, dat mij voornamelijk op tarwe deed overleven, en daar werd mijn situatie slechter en slechter van. Dat granen niet goed voor je zijn heb ik dus aan den lijve ondervonden. Waarom ik ze dan toch nog steeds af en toe eet? Omdat ik niet meer zo streng wil leven. Het gaat erom dat je je gezond, fit en lekker voelt. Vreetbuien hebben we allemaal wel eens: als je je bewust bent van de gedragspatronen die ze in de hand werken is er niks aan de hand. Verder heb ik een enorme interesse in gezondheid, dus ik verdiep me graag, zodat ik gewapend met kennis aan het fourageren kan gaan. Ik heb een nogal gevoelige constitutie, namelijk. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de kwaal waar ik last van heb voornamelijk psychosomatisch is. Nu ik dat leer onderscheiden, is het wat eten betreft nog vooral een kwestie van boontje komt om z'n loontje en het kaf van het koren scheiden. (Nou, superego?) (Oké, die was goed.) (Dank je.)

Diner. Twee koppen pompoen-courgettesoep.**

*Die maken namelijk ieders darmwand permeabeler, dmv het stofje gliadine. Hier merk je weliswaar niks van maar het veroorzaakt een heleboel welvaartsziekten. Bron: M. Philippsborn, zie zijn website.
**Waarbij opgemerkt dient te worden dat ik vandaag ook een half bakje studentenhaver naar binnen heb gewerkt.

dinsdag 3 januari 2012

Dag 2

Brunch. De zwarte blokjes zijn bietjes, daarboven makreel met zeewier, rechts venkel met witlof en in het midden radijs.

Je moet weten, ik zit op de kunstacademie. Als dit een schilderij was geweest had ik echt naast het net gevist, lof had ik niet gekregen noch zou ik zijn bewierrookt, en mij zou zijn verweten dat het gebiet dat ik hier radijs ver buiten mijn peterselie ligt. Die radijs vloekt namelijk ontzettend met de makreel. Dat kan écht niet. Een rebelse poging tot kleurcontrast loopt hier finaal in de soep, als er tenminste het lef was opgebracht om de boel te pureren. Er is sprake van verregaande luiheid. De magentaroze radijs komt recht uit de tube, en tot overmaat van ramp wordt dit zonder enige vorm van saus gecombineerd met een pthalogroen takje peterselie. Zo meng je geen gerechten! Dit zijn losse elementen zonder enige visie. De beet van het peterseliegroen en dat stukje bittergroen rechts vertonen geen venkele verwantschap. De grote vergissing die hier gemaakt is, is die van de garnering. De basis, de ijzersterke drieschijf van biet, venkel-witlof en makreel, had onbemiddeld moeten blijven.

Het was al te laat, maar in een poging het kleurpalet tonaal te maken, heb ik de nog vochtige ingrediënten door elkaar gemengd, zoals je hier kunt zien: een ronde kleurenratatouille...

...als de foto tenminste niet onscherp was geweest - tjak, illusie verbroken: dit is geen schilderij, geen gerecht, maar een foto zonder bestaansgerecht!

(Maar dan nog: dat groen en dat roze! Bedek mijn ogen!)

Diner. Gegrild kalfslapje met hutspot van wortel, koolraap en knolselderij, met pompoenpitjes en een klontje roomboter.

In dit gerecht is weinig met kleur gedaan. Zoals ze dat in grootmoeders tijd al deden: gewoon stevige kost, met je neus in de boter. Wel wil ik het graag even over de compositie hebben. De klodder hutspot volgt aanvankelijk perfect de kromming van het kalfslapje, maar waar die afbuigt naar boven laat de hutspot het afweten. De kalfslap, niet gehinderd door enige gêne, eindigt in een parmantig puntje. Bijna als een kalkoen met een enorm achterlijf, die op een knollenbed tussen de wortels wat pompoenpitten koolraapt.

(Oké, ik geef het toe, het bespreken van bordjes eten alsof het schilderijen zijn gaat per definitie niet werken met een rode Donald Duckplacemat op de achtergrond.)

maandag 2 januari 2012

Perfectdag 1: bordjes eten

Het is perfect-week! Het is nieuwjaar! Wie weet wat het zal brengen? Perfect zal het niet zijn, zoals niets dat is, en tegelijk ook alles - en dit is alles dat gezegd hoeft te worden over perfectie -  maar ik zeg altijd maar: wetend eten is etend weten, en dat is een goed begin, want je bent wat je eet, en wat ik eet is perfect, want:

Ik eet volgens de paleo-stijl, dit is hoe de oermens in Afrika at: perfect voor ons, moderne mensen, gezien het feit dat ons DNA nauwelijks is veranderd. Dus geen geraffineerde suikers, geen granen en peulvruchten en zuivel, want dit is niet goed te verteren.
Wel:

Verdraaid ontbijt: drie van zulke loeders, plus een berg ongare chinese kool, een flink kauwkarwij:

Middenonder: een reeds ontbeten draailoeder.

Een bordje kots in verschillende kleuren - Donald Duck beeldt op de ondergrond verschillende emoties uit, ter eetducatie.

Eierterrine met bimi (Broccoli, In Middel Ingedikt) en haricots (hari-kots) verts.
Verder: een kerstrest, stoofpot met pruimen en kastanjes en ui: zoet bruin vlees waar je scheten van gaat laten.

Morgen een nieuwe aflevering in dit eet-avontuur, en woensdag zoals vanouds een wetenswaardige woensdag, met meer informatie over paleo-eten.