woensdag 20 juli 2011

Familiediner

Ach, families, wat zei Tolstoj daar ook alweer over? Laten we het erop houden dat elke familie disfunctioneel is op zijn eigen manier. De familie van mijn moeders kant is vrij beschaafd en bij tijd en wijle ten prooi aan een bepaalde gereformeerde starheid, terwijl die van mijn vaders kant, onderwerp van dit verhaal, van eenvoudiger allooi is.
Natuurlijk kon ik niet mee-eten met het familiediner. Ik ben immers op een medisch dieet. Om een ongemakkelijke situatie te voorkomen besloot ik later te komen.
Mijn 0pa gaf het diner ter ere van zijn verjaardag. Het was dus wel zo netjes om hem even uit te leggen waarom ik zo laat was.
'Ik ben op een medisch dieet,' zei ik zacht, op enkele centimeters van het hoorapparaat.
'Oh, ga je weg?' vroeg opa.
'Nee, ik ben op een medisch dieet, daarom at ik niet mee,' herhaalde ik, wat luider.
Opa lachte, alsof ik een goede grap had verteld, en zei me gedag. Van links en rechts hoorde ik meelevende danwel lichtelijk geamuseerde aanwijzing om harder te praten.
'Nee, nee, ik ben op een medisch dieet!' brulde ik vertwijfeld, nog steeds op enkele centimeters van het hoorapparaat. Opa verstond het nog steeds niet, maar nu wist de rest van de familie het tenminste wel. Met uitzondering dan van het uiteinde van de tafel, die het juist wel had mogen horen. Daar was een gesprek gaande tussen mijn neefjes en nichtjes. Dat wil zeggen, neven en nichten, want sinds de laatste keer dat ik ze allemaal bij elkaar zag was iedereen niet alleen langer geworden dan ik (wat op zich de natuurlijke verloop der dingen is) maar ook hadden ze en masse de geneugten van het brassen ontdekt. Het dominante gespreksonderwerp was dan ook alcohol. Ze waren allemaal gewapend met een pint bier (jongens) en witte wijn (meisje), en deden om de zoveel tijd een van ons-kent-ons doordrongen aanval op de wat sullige, puistere 0ber, die zo duidelijk een l0ser was vergeleken met dit Stokkel-testoster0n. 'Het bier is op!', 'We hebben nog lang niet genoeg gehad', 'Haha, ik ben nog niet eens begónnen', 'Waar blijft de witte wijn voor de enige dame in dit gezelschap?', wanneer de arme jongen met tragische onvermijdelijkheid binnen een straal van 7 meter kwam. Ik denk dat opa dit wél kon verstaan.
De enige plek vrij was aan het uiteinde van de tafel.
Aangezien ik op medisch dieet ben, mag ik geen alcohol. Liever had ik niets gedronken, maar dat doe je niet in een restaurant, zoals de andere helft van mijn familie zou zeggen. Ik bestelde dus een kopje thee bij de ober, die mij met de opgeluchte vriendelijkheid bejegende die men reserveert voor onverwachte ankerpunten in een vijandige omgeving. Niet alleen brak ik hiermee de zo pijnlijk duidelijke sociale code, maar ging ik zelfs zover die te tergen met een verzoek om verse muntthee, een uitsloverige 'kijk-eens-hoe-hip-ik-ben'-drank met een aura van natuurwinkelexcentriciteit. Maar ja, vanwege mijn dieet mag ik geen pickwickthee. Toen de kokende plant arriveerde viel er een stilte. Mijn neef vulde deze op met de reeds tegemoetgeziene Vraag Om Mij Bij Het Gesprek Te Betrekken. De vraag luidde, onvervalst en zonder enig spoor van gêne: 'Zo Roos, en ben jij nog lekker wild geweest in Groningen?'
Nee, dat was ik niet, de laatste tijd, want ik was een beetje ziek geweest, en -
Mijn schorre gestamel werd overstemd door een aantal geringschattende blikken. 'De laatste tijd,' herhaalde mijn neef op inhoudloze dubbelzinnige toon, en toen vond mijn andere neef dat dit intermezzo wel lang genoeg geduurd had, en bovendien had hij zijn alcoholresistentie nog niet genoeg bewezen, dus begon hij met dat familiair soort flirterigheid dat je reserveert voor je knappe nichtje, weer op luide toon te praten over een feestje dat vijftig dagen geduurd had waarin 1.145.987 kratten bier genuttigd waren en aan het eind iedereen een bad had genomen in een mengsel van wodka en cassis waarna 146 mensen met alcoholvergiftiging waren opgenomen in het ziekenhuis, behalve hij - oké, dit verzin ik.
Algauw ging ik demonstratief op een andere plek zitten, de definitieve breuk van de sociale code, en na bijgekletst te hebben met mijn tantes maakte ik me maar weer uit de voeten, wat een ineengedoken, arrogant, wereldvreemd meisje.
Families confronteren je met ongewenste delen van jezelf. Want ook ik bezit tot mijn schrik een zeker calvinisme, en ook zou ik dolgraag wild willen zijn, en zo cool dat ik weg kan komen met muntthee tijdens een verbroederend gesprek ter bevestiging van de Stokkel-identiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten