maandag 25 juli 2011

Een lange saaie blog waarin ik schoon schip maak

Het begon toen mijn moeder tegen me zei: 'je hebt geen kánker.' (en je gedraagt je wel alsof je kanker hebt)

Enige tijd hierna begon ik Doctor Who te kijken. Mijn doel was om vrij snel en weloverwogen een geekdom op te bouwen, want dat is prettig. Het is een Britse science-fiction-serie (blijf lezen) die gaat over een 900 jaar oude alien die in de tijd kan reizen in een blauw politie-telefoonhokje, en keer op keer de wereld redt, en als hij dood gaat regenereert hij, krijgt hij een andere persoonlijkheid en uiterlijk, wat betekent dat een andere acteur zijn rol kan spelen. Ik ben nu bij David Tennant's Doctor. Hij is een charismatische held die zich keer op keer opoffert, nogal tragisch, want hij heeft alles verloren in de Time War en is helemaal alleen, de laatste van zijn soort. Maar hij blijft altijd vriendelijk.

En toen las ik in de krant een artikel over verslavingen: Ziekte of zwakte? Is het een kwestie van wilskracht?

Je moet weten dat ik ontwenningsverschijnselen heb. Je moet het in perspectief zien: suiker is minder erg dan alcohol of drugs, maar het is wel verslavend, en je lichaam went eraan en heeft het nodig. Suikerkicks om je bloedsuikerspiegel op peil te houden. Zonder dat moet je continu koolhydraten eten om geen 'hypo' te krijgen, dat is hoe mijn oma het noemt, dan word je duizelig en trillerig. En ook is er constant een hunkering naar zoet en romig eten, dat, zo heb ik geleerd uit nota bene de Happinez, het genotscentrum stimuleert en dus dopamine produceert. Blablabla. Nou, probeer maar eens een maand geen suiker te eten, je zult zien dat dat je behoorlijk triest kan maken.

Maar ik heb dus geen kánker.

Mijn docente zei aan het eind van het jaar tegen me dat ik de laatste weken zo wrokkig overkwam in mijn klas. Dat klopte, ik wou daar niet zijn. Vanwege mijn onweerstaanbare tegenzin om mijn studentenleven te leven ging ik weer wonen bij mijn ouders en daar op de bank liggen en tv kijken. Ziek of zwak?

Zoals het artikel zegt, in een cirkelredenering die ik erg herkenbaar vond: allebei. Door de ziekte zwak en minder goed in staat tot de wilskracht om je rug recht te houden. Maar wilskracht is een batterij die niet leeg kan raken. Dus als je dat niet op kan brengen ben je zwak. Maar die zwakte komt door je ziekte. Dat is dus de cirkelredenering. Die ik herkenbaar vind.

Ik was zwakziek, en eerder wrokkig en zelfmedelijdend dan vriendelijk.

Maar de Doctor heeft mij geinspireerd om mijn rug recht te houden en mijn ogen open (lach niet). Dus wat begon toen mijn moeder tegen mij zei: 'je hebt geen kánker'? Juist, een 0mmezwaai!

Ik had het gevoel dat ik wat tegenwicht moest bieden aan die wrokkige blog over mijn familie. Toch was dat wel degelijk hoe ik het ervaren heb, en ik neem het dan ook niet terug. De reden dat ik deze blogs schrijf is om mijn ervaringen te delen, want zelf vind ik het belangrijk om de verhalen van andermans levens te kennen. Die houden je een spiegel voor en geven je een venster en rekken je perspectief een beetje op en dat soort dingen. Ook Doctor Who (lach niet!) is zo'n verhaal. Verhalen zijn belangrijk. De Doctor heeft van mij een beter mens gemaakt (dat is overigens ook de reden dat hij de Doctor heet, hij maakt mensen beter, in figuurlijke zin, geekfeit nummer 1). Het belang van beeldende kunst, en dan heb ik het over de museum- en galeriecultuur, is mij minder helder. De kunst die mij interesseert gaat over schoonheidservaringen, en niet over choqueren of tot nadenken aanzetten. Schoonheidservaringen zijn abstracter dan verhalen. Een verhaal kan natuurlijk ook een schoonheidservaring oproepen, móet dat zelfs (ja, we hebben inmiddels het filosofische gedeelte bereikt), maar dat is slechts een onderdeel, je hebt ook te maken met plot, spanning, personages, perspectief, moraal, lessen etc.

Ik heb de afgelopen maanden, sinds er sprake was van de kunstbezuinigingen, veel en diep nagedacht over kunst en mijn kunstenaarshouding. Dat is belangrijk als er zoiets gebeurt, maar sowieso belangrijk in mijn opleiding. Wat mij opviel is dat ik eigenlijk geen helden heb in die hoek. Ik kan geen beeldend kunstenaars noemen die mij inspireren, die ik onderzoek zónder huiswerkgevoel. Mijn helden zijn schrijvers, filmmakers, muzikanten en acteurs. Daar ligt mijn passie. Eerlijk gezegd deprimeert het me, een vooruitzicht van een leven met een contract bij een galerie, het glazen plafond van de kunstwereld in Nederland, internationale bekendheid opbouwen, daar een contract met een galerie etc. Ik wil mensen ervaringen geven, denk ik. Een beetje een holle frase: ik heb dit nog niet helemaal uitgedacht, maar hier een onderbouwing:

De werken die ik in mijn twee jaar kunstacademie heb gemaakt die mij het meeste zijn bijgebleven waren werken die draaiden om een ervaring. Eentje was in een kast, helemaal donker, waar je met een kaars in je hand naar binnen ging om de tekeningen en schilderijen aan de muur te bekijken, die allemaal een bepaalde duisternis en mysterie bevatten, en teksten als 'diep beneden, de wortel groeit en groeit'. Een andere was het inpakken van mijn kamer in plastic en daar een nacht in slapen. Ik wou ervaren hoe dat was. Het zijn geen verhalen, het zijn de plekken waar verhalen beginnen. In Doctor Who (oké, lach maar, lachen is goed) is er een aflevering die gaat over een eindeloze file, waar je nooit meer uit kan komen, die rond en rond gaat en je hele leven duurt. Dat is de plek waar het verhaal begint (niet letterlijk, want het begon in de Tardis, geekfeit nummer 2), maar het is het uitgangspunt, het idee: 'wat als [in science fiction draait het vaak om de vraag 'wat als'] je in een file zat die je hele leven duurde?' Het verdromen van de werkelijkheid.

Om terug te komen op die vriendelijkheid: ik ben dat aan het oefenen. Het was tot mijn schrik nogal moeilijk, onzelfzuchtige vriendelijkheid, ik was het verleerd. En mijn vrienden kwijt aan het raken, ben ik nog steeds mee bezig overigens, dus ik heb me er maar bij neergelegd en wacht tot na de vakantie, dan zit ik stiekem in een andere klas en moet ik opnieuw beginnen. Maar ik werk nu weer (niets beter om bankhangen en pechvogelpedanterij aan te pakken) en de strandbieb is de perfecte plek om vriendelijkheid te oefenen. Ik oefen niet ergens voor, het is gewoon een uitdrukking. En dan kom ik 's avonds thuis en kijk ik Doctor Who op de bank. Dat is mijn leven. Ik ben aan het regeneren. Op het oog zet ik mij af tegen de 'kunstwereld', maar dat is juist de manier om je te ontwikkelen als kunstenaar. Deze opleiding leidt je in principe op tot een kunstenaar met een galeriecontract, tenzij je iets anders wilt. Maar ik weet nog niet wát. Iets met schrijven, met verhalen en ervaringen, met film en schilderijen, 0h, zijn het puzzelstukjes?

Mijn ziektezwakte heeft mijn ambities en dromen gesmoord. Maar ergens, diep beneden, de wortel groeit en groeit.

woensdag 20 juli 2011

Familiediner

Ach, families, wat zei Tolstoj daar ook alweer over? Laten we het erop houden dat elke familie disfunctioneel is op zijn eigen manier. De familie van mijn moeders kant is vrij beschaafd en bij tijd en wijle ten prooi aan een bepaalde gereformeerde starheid, terwijl die van mijn vaders kant, onderwerp van dit verhaal, van eenvoudiger allooi is.
Natuurlijk kon ik niet mee-eten met het familiediner. Ik ben immers op een medisch dieet. Om een ongemakkelijke situatie te voorkomen besloot ik later te komen.
Mijn 0pa gaf het diner ter ere van zijn verjaardag. Het was dus wel zo netjes om hem even uit te leggen waarom ik zo laat was.
'Ik ben op een medisch dieet,' zei ik zacht, op enkele centimeters van het hoorapparaat.
'Oh, ga je weg?' vroeg opa.
'Nee, ik ben op een medisch dieet, daarom at ik niet mee,' herhaalde ik, wat luider.
Opa lachte, alsof ik een goede grap had verteld, en zei me gedag. Van links en rechts hoorde ik meelevende danwel lichtelijk geamuseerde aanwijzing om harder te praten.
'Nee, nee, ik ben op een medisch dieet!' brulde ik vertwijfeld, nog steeds op enkele centimeters van het hoorapparaat. Opa verstond het nog steeds niet, maar nu wist de rest van de familie het tenminste wel. Met uitzondering dan van het uiteinde van de tafel, die het juist wel had mogen horen. Daar was een gesprek gaande tussen mijn neefjes en nichtjes. Dat wil zeggen, neven en nichten, want sinds de laatste keer dat ik ze allemaal bij elkaar zag was iedereen niet alleen langer geworden dan ik (wat op zich de natuurlijke verloop der dingen is) maar ook hadden ze en masse de geneugten van het brassen ontdekt. Het dominante gespreksonderwerp was dan ook alcohol. Ze waren allemaal gewapend met een pint bier (jongens) en witte wijn (meisje), en deden om de zoveel tijd een van ons-kent-ons doordrongen aanval op de wat sullige, puistere 0ber, die zo duidelijk een l0ser was vergeleken met dit Stokkel-testoster0n. 'Het bier is op!', 'We hebben nog lang niet genoeg gehad', 'Haha, ik ben nog niet eens begónnen', 'Waar blijft de witte wijn voor de enige dame in dit gezelschap?', wanneer de arme jongen met tragische onvermijdelijkheid binnen een straal van 7 meter kwam. Ik denk dat opa dit wél kon verstaan.
De enige plek vrij was aan het uiteinde van de tafel.
Aangezien ik op medisch dieet ben, mag ik geen alcohol. Liever had ik niets gedronken, maar dat doe je niet in een restaurant, zoals de andere helft van mijn familie zou zeggen. Ik bestelde dus een kopje thee bij de ober, die mij met de opgeluchte vriendelijkheid bejegende die men reserveert voor onverwachte ankerpunten in een vijandige omgeving. Niet alleen brak ik hiermee de zo pijnlijk duidelijke sociale code, maar ging ik zelfs zover die te tergen met een verzoek om verse muntthee, een uitsloverige 'kijk-eens-hoe-hip-ik-ben'-drank met een aura van natuurwinkelexcentriciteit. Maar ja, vanwege mijn dieet mag ik geen pickwickthee. Toen de kokende plant arriveerde viel er een stilte. Mijn neef vulde deze op met de reeds tegemoetgeziene Vraag Om Mij Bij Het Gesprek Te Betrekken. De vraag luidde, onvervalst en zonder enig spoor van gêne: 'Zo Roos, en ben jij nog lekker wild geweest in Groningen?'
Nee, dat was ik niet, de laatste tijd, want ik was een beetje ziek geweest, en -
Mijn schorre gestamel werd overstemd door een aantal geringschattende blikken. 'De laatste tijd,' herhaalde mijn neef op inhoudloze dubbelzinnige toon, en toen vond mijn andere neef dat dit intermezzo wel lang genoeg geduurd had, en bovendien had hij zijn alcoholresistentie nog niet genoeg bewezen, dus begon hij met dat familiair soort flirterigheid dat je reserveert voor je knappe nichtje, weer op luide toon te praten over een feestje dat vijftig dagen geduurd had waarin 1.145.987 kratten bier genuttigd waren en aan het eind iedereen een bad had genomen in een mengsel van wodka en cassis waarna 146 mensen met alcoholvergiftiging waren opgenomen in het ziekenhuis, behalve hij - oké, dit verzin ik.
Algauw ging ik demonstratief op een andere plek zitten, de definitieve breuk van de sociale code, en na bijgekletst te hebben met mijn tantes maakte ik me maar weer uit de voeten, wat een ineengedoken, arrogant, wereldvreemd meisje.
Families confronteren je met ongewenste delen van jezelf. Want ook ik bezit tot mijn schrik een zeker calvinisme, en ook zou ik dolgraag wild willen zijn, en zo cool dat ik weg kan komen met muntthee tijdens een verbroederend gesprek ter bevestiging van de Stokkel-identiteit.

woensdag 13 juli 2011

Kamerhiërarchie

Ik liep net mijn broertjes kamer in. Waarom was ik juist nu vergeten dat dat al een tijdje niet meer mijn kamer is? Was ik ongewoon diep in gedachten of was dit gewoon een kwestie van kansberekening?

dinsdag 12 juli 2011

Serieuze shit

Ik presenteer u: een onderschat probleem.
Deze week gaan we het hebben over de depressieverschijnselen van niet-depressieve-patienten. Dat wil zeggen: de gemiddelde mens. Dat wil zeggen: Jan Modaal. Dat wil zeggen: jij en ik.
Stel, je bent gestopt met een studie, je bent ontslagen, werkloos of [vul hier een andere sociaal ongemakkelijke periode in je leven in]. Erger nog, je doet een studie die je in principe wel leuk vindt of je hebt een baan die volgens alle maatstaven voldoet, maar feit is: je vindt er gewoon geen zak aan. Je Werkt Liever Niet. Maar je durft het niet te zeggen, uit angst een pedante pechvogel genoemd te worden.

De pedante pechvogel is een raar soort koekoeksjong. Hij zit niet op zijn plek en heeft daardoor veel medelijden met zichzelf, maar het is een goeie plek dus de andere vogels zeggen allemaal dat hij zich niet moet aan stellen, met andere woorden, dat hij pedant is. Hij heeft een luxeprobleem, vinden de v0gels.

De pedante pechvogel besluit de knoop door te hakken, in plaats van hem open te prutsen met een snavel en klauwen die niet helemaal geschikt zijn voor dat doel. Hij pakt zijn hakbijltje uit zijn kluisje bij boom 67 en snijdt met één soepele beweging de onontwarbare knoop door die zijn leven is geworden. Dit betekent dat er een hoop losse eindjes zullen overblijven, maar dan is hij tenminste niet meer gebonden aan plekken waar hij niet wil zijn.

Nu wordt hij een humeurige huismus. De humeurige huismus is een pedante pechvogel die zijn nederlaag heeft geaccepteerd en in een daad van passieve agressie van het toneel is verdwenen. De humeurige huismus is een pedante pechvogel die thuis zit, duimendraaiend. Daar wordt élke vogel humeurig van.

Nu zullen de dagen zich uitsmeren in geen enkele richting in het bijzonder. De huismus staart eens wat, droomt eens wat als hij geluk heeft, maar kan toch niet helemaal ontsnappen aan de plichten en verantwoordelijkheden van het leven. Soms lijkt er een plot in zijn leven ontdekt te kunnen worden. Het begin van een nieuwe rode draad. Maar zover is het nog niet.

Eerst moet hij zich flink onbenullig voelen. Eerst moet alles flink banaal lijken, en 0everl00s. Want dat zijn de ondoorgrondelijke wegen van het universum.

Dit is een onderschat probleem. En er is niks tegen te doen. Zal de huismus zijn veren opschudden en een grote blije papegaai worden met behulp van de kracht van het positief denken en meer van die onbereikbare nonsens? Of maakt hij eens een baltsdansje in de woonkamer en stopt hij daarna zijn eigen veren in zijn vogelgat bij gebrek aan andere input? Wat?

Alleen de tijd zal het leren. En dat is stinkende vogelpoep.

maandag 11 juli 2011

Het verhaal van de ochtendurine

De eerste keer dat ik 0chtendurine mee moest nemen naar de dokter was ik het vergeten. Ik kreeg een preek en een strookje mee om de volgende dag zelf te testen met mijn dokter aan de telefoon. Een kwartier voordat ze belde moest ik zo nodig dat ik plaste en aangezien ik niet wist of het strookje er meteen in moest of dat het niet uitmaakte, heb ik het er meteen maar ingelegd. Wat dus niet de bedoeling was, en tegen de tijd dat mijn dokter belde waren alle reacties al afgelopen en kreeg ik weer een preek.

Tijdens mijn tweede bezoek aan de dokter moest ik weer ochtendurine meenemen. Maar uiteraard zou ik dat gaan vergeten, dus had ik het uit de avond van tevoren op mijn hand geschreven. Overigens vergat ik het toch, maar je staat er versteld van dat je er een tweede keer toch nog iets kan uitpersen, en dat bracht ik mee in een groen tupperware bakje. Dat groene tupperware bakje liet een remspoor achter op de toonbank. Mijn moeder veegde het haastig weg met een zakdoekje, maar niet voordat ze op luide toon had gesist dat het daar nat was, en daarna stelde mijn moeder - ik niet, want ik had geen zin in nog een preek en had over de biologische aspecten nagedacht en reeds de conclusie getrokken dat het geen probleem was - voor de zekerheid deze de dokter, de andere dokter, de stagaire en alle mensen in de wachtkamer nog even van mijn eerste-tweede-plasverhaal op de hoogte. De stagiare keek mij met een oogverblindende glimlach aan, niet gehinderd door enige gêne. Het was inderdaad geen probleem.

En toen kon eindelijk mijn ochtendurine worden onderzocht. Tegen die tijd kwamen alle resultaten gewoon overeen met de rest van mijn inmiddels vastgesteld ziektebeeld. En de rest van de dag heb ik rondgelopen met het woord 'ochtendurine' op mijn hand.

zondag 10 juli 2011

Profeten in de woestijn

Ken je dat, dat iemand je ergens enthousiast over vertelt en je hebt totaal geen belangstelling? En dat je dan een tijdje later via een andere weg datzelfde tegenkomt en je blijkt het fantastisch te vinden? De dingen die die persoon jou erover vertelde zijn nu half-herinnerde wijsheidsjuweeltjes van profetische waarde, en je weet: er is meer van. Dus je gaat weer naar hem of haar toe. En je brengt het gesprek op dat ene. Je vertelt er enthousiast over. En dan blijkt: je krijgt er niets interessants meer uit, je kunt er totaal niet meer over praten, niet eens uit kwade wil, maar dat is gewoon hoe het universum werkt.

zaterdag 9 juli 2011

Verhuizing

Robert Stokkel, bibliothecaris (53), is aan het verhuizen. Samen met zijn vriendin Jozien (53) en hun in en uit wandelende grote kinderen Wieke, Sophie, Willem en Roos gaat hij zijn betrekking nemen in een netjes kelder-z0lderhuis. Want na vijf jaar driehoog in de asoflat van Sneek was het eindelijk tijd voor een wat lager perspectief. 

Dit betekent dat zijn vooralsnog imaginaire magnum epos 'Verhalen uit de flat' onafgerond zal blijven. Nog voordat ze hun plaats hebben ingenomen in de wereldliteratuur zullen we afscheid moeten nemen van de gabberbuurman, Sjaan (een verbastering van John) en Baby van beneden, het keffertje van de stevige buurvrouw en v00ral ook André Hazes, van alle kanten. De massale Oranjeverering rond voetbaltijd resulterend in van 8-hoog over de reling geworpen oranje vlaggetjes die elk stukje groen aan het oog onttrokken en waarvan de zielige resten een paar jaar na dato nog steeds in de bomen hingen te wapperen zal transformeren tot het meer welbeschaafde feestniveau van de gezelligste straat van Nederland uit 2007.

In het nieuwe huis leerden wij dat Niels 's avonds op 13 september 1 meter 84 lang was. (Alsof het moment van de dag iets uitmaakt). Een andere erfenis was de vierpotige badkuip op zolder, met aangesloten kranen en waterafvoer. Nu zijn de muren geverfd in klaproos, edelsteen, silhouette en verrassing, kleuren uit de folder. De verrassinggrappen waren niet van de lucht. 'Dat staat verrassend mooi!'
Dat was eigenlijk de enige grap.

In de woonkamer staan klapstoelen, een campingtafel met volkorenbollen en een gigantische luchtdichte tupperware suikerpot, onmisbare verhuizingsgear.

Random verhuizingsfeiten: het spul om behanglijm mee op te lossen ruikt naar de vismarkt aan het einde van de dag, een grap van mijn vader, en het feit dat er een dooie merel voor de deur lag (da's pas een pechv0gel) interpreteerde mijn vader als een teken van de maffia, al is dat, voor de volledigheid, met kraaien. De kelder heb ik nog niet onderzocht, because I was totally freaked out toen ik nietsvermoedend een kastdeur opentrok en een peilloze duistere afgrond zich voor mijn voeten opende. Hoogtevrees heb ik niet, maar 0nverwachte 0nderaardse ruimten vind ik 0ntzettend 0nguur.
Om dat te bewijzen, een foto van de trap-trapconstructie die ik heb beklommen om behang te krabben, naast het verven van de zolderdeur in de kleur verrassing één van mijn verhuizingswapenfeiten.

vrijdag 8 juli 2011

Vrienden

Ik sprak net met mijn vriendin Anna aan de telefoon.

Eerlijk gezegd heb ik al een aantal weken mijn vrienden ontweken, vanuit een onweerstaanbare tegenzin verzeild te raken in sociale situaties. Natuurlijk was ik door mijn dieet/ziekte de laatste weken niet meer op school, behalve voor het meest noodzakelijke, en dan vermeed ik het liefst al die sociale clusters die buiten stonden te roken en andere groepsactiviteiten synthetiseerden. Had ik gewoon geen zin in. Laat mij maar weer even die nerd zijn die ik vroeger was. Want elke keer dat ik wél als een klein druppeltje olie aan de rand van z0'n kring ging staan, werd ik naar binnen opgezogen en ontsnapten de dingen uit mijn c0ntr0le en breidde een olievlek van verwarring zich uit over mijn leven, en dan was het heel moeilijk om mezelf daar weer van de scheiden. En dan was ik weer moe en ziek.

Anna heeft er een handje van gewoon maar te bellen en daarmee dwars door dat pantser heen te breken, want dan móet ik wel opnemen, al mijn gelegenheidsautisme ten spijt. En zoals eigenlijk altijd had ik een verrassend g0ed gesprek met haar. Aan het eind van het gesprek nodigde ze zichzelf uit in Sneek.
Niemand van mijn vrienden heeft dat ooit gedaan. Of dat uit beleefheid is of desinteresse - waarschijnlijk allebei en waarschijnlijk kwamen ze er gewoon niet op en waarschijnlijk omdat ik ze niet uitnodigde, omdat ik ze daar niet een uur voor in de trein wilde laten zitten - maar feit is dat ik het plotseling zo geniaal vond dat ik me afvroeg waarom het niet vaker was gebeurd.

Soms is een waardevol sociaal leven niet dat je dag-in-dag-uit onderdeel bent van de rokende mensen, maar is het wekenlang contactgestoord zijn en dan ineens één goed telefoontje van de persoon die je op dat moment nodig hebt.

donderdag 7 juli 2011

Eet0bsessie

Ik volg een dieet. Ik begeef me met deze uitspraak op glad ijs. Sterker nog: ik begeef me in een mijnenveld. Een loopgrafenoorlog. Een drijfzandmoeras. Een maniakale mêlee van mode en mediabeelden en anorexia en overgewicht en dikke vetrollen die maar niet willen verdwijnen en 'JIJ?! DIK?!' en jaloezie en meidennijd en...

Voor dit scala aan associaties zich in je hoofd ontrolt (te laat): h0! Dat is niet wat ik bedoel.
Het is namelijk een medisch dieet. Dat is iets heel anders. Een medisch dieet houdt in dat je geen lekkere dingen meer mag eten waardoor je ziekte geneest. Geen ch0c0la, cake, tosti's, lasagna, pizza, rode pastasaus, sla, cashewnoten, biefstukjes, bier, curry, aardappelgratin, rosé en pijnboombitten, om maar wat te noemen.

Het is verschrikkelijk, hemeltergend,
onverkwikkelijk, allesvergend.
Dat denk ik nu, dat dacht ik eerst,
mijn leven wordt door zwarte vierkantjes beheerst.

Mijn hyperphaselijst staat mij eens per twee dagen één banaan toe. Banaandagen zijn iets beter dan watermeloendagen. Het beste is de aardappeldag, maar die is tegelijk ook het slechtst, omdat op de aardappeldag onvermijdelijk zes pastadagen zullen volgen en omdat de aardappeldag zo n0rmaal voelt dat het extra pijnlijk is dat er geen toetje op volgt.

Wat ik met de banaan doe op de banaandag weet je natuurlijk al. Ik heb dit eenmalig in het openbaar uitgevoerd, wat mij op de treffende opmerking 'banaan op br00d?!' kwam te staan, waarop ik geen passend antwoord vond. Bovendien kun je zuurdesembrood niet roosteren op een openbare locatie, een groot nadeel, en moet je het dus rauw eten. Zuurdesembrood is na anderhalve dag wat ik me voorstel bij gevangenisvoedsel, die aloude en in kinderboeken aangehaalde combinatie 'water en brood'. Het is droog, zuur en taai.

Mijn hyperphaselijst is mijn tien geboden. Er staat op wat ik wel (zwart vierkantje) en niet (zwart, blauw of rood rondje) mag eten. Blauw is intolerantie, rood is allergie. Zwarte rondjes zijn dingen waar ik volgens mijn op een kokende dag afgegeven bloed gebaseerde test geen allergie of intolerantie voor heb, maar wat ik toch niet mag eten van de dokter, gewoon ter verhoging van de feestvreugde. Zo mag ik wel bloemkool, maar geen broccoli. Broccoli is namelijk zwaar voor de darmen, bloemkool is zwaar voor de maag. Met mijn maag is niets mis, maar mijn darmen hebben - oké, dit wil je allemaal niet weten. Hoe dan ook, b0venaan mijn hyperphaselijst staan de woorden 'hyper phase'. Ik weet niet wat dat voor fase is, maar het klinkt vrij ernstig en ik zit er klaarblijkelijk in.

Waarom doe ik die banaan op brood, vraag je? Omdat ik anders de godganse dag zuurdesemtoast met bertolliboter zit weg te knagen, gelardeerd met een glas water, en dat is, zoals we hebben geleerd, slechts een haar beter dan gevangenisvoedsel. Met een banaan erbij wordt dit echter een smeuig, zoet gerecht.
Voor creativiteit is in dit dieet slechts een klein beetje ruimte, maar ik benut het optimaal. De meest rampzalige culinaire combinatie is tot nog toe geweest: zalm uit blik met gekookte witlof en (natuurlijk) pasta, met een beetje zout (hm...) en olijfolie (hmmmm...), en een heleboel verbeelding. Dit gerecht at ik op een feestje, waar de rest van de partygangers druipende kaaspizza had besteld.

Gekookte witlof op brood is overigens ook geen aanrader, maar wel prettig voor de afwisseling, al klinkt het als 'iets uit de middeleeuwen', zoals mijn vader fijntjes opmerkte.

Als ik mensen op tv een goudkleurige muffin zie eten kan ik tot een paar uur na afloop aan niets anders denken. Als ik in een boek lees dat de reisgenoten in die gezellige fantasyherberg aan de lamsstoofpot schuiven loopt het water me in de mond. Als ik onderweg in de trein de ranzige geur van patat ruik denk ik: gatver, gelukkig hoef ik die troep niet te eten. Vervolgens kijk ik reikhalzend om me heen naar de bron van de geur en observeer vanuit mijn argus00gh0eken de pukkelige puberjongen die staaf na gele staaf naar binnen pr0pt, groen van jal0ezie.

Je zou er zo een eetprobleem aan overhouden.

Wordt vervolgd, met dieetrecepten voor het genezen van UW eczeem!
(Maar dat hebt u gelukkig niet, u hebt waarschijnlijk weer een ander probleem, zoals brandend maagzuur. In dat geval: pas op met bloemkool. Ook een 0verdaad aan zuurdesembrood is zwaar voor de maag, maar wie haalt dat nou vrijwillig in zijn hoofd?)

woensdag 6 juli 2011

Het gebruik van de 0

Zoals jullie konden lezen is de toets van mijn toetsenbord die de doorgaans 0nopvallende maar 0nmisbare 'o' aan mijn teksten toevoegt, een rammelende losse tand. Sterker nog, hij heeft geen enkele connectie meer met de rest van het toetsenbord, en terwijl ik hem eigenlijk onder mijn kussen zou moeten stoppen voor de toetsenfee leg ik 'm er toch maar steeds op omdat ik anders zo'n warme vinger krijg (je weet het misschien niet, maar het is erg warm onder de toetsen van je toetsenbord) en gebruik ik hem incidentieel als derde 00g.

Zoals jullie wel kunnen begrijpen wordt het typen hierdoor bem0eilijkt. Niet alleen is het typen van de 'o' een niet altijd even vanzelfsprekende bezigheid, ook de omringende toetsen lijden onder zijn tragische lot. Zo heeft de 'o' de 0nverbeterlijke neiging steeds onder de 'l' (ook onder de 'i', maar vaker onder de 'l') te schuiven, zodat die soms dienst weigeren.
Gelukkig zit slechts één toets hoger de functie voor de nul. Een automatisch zwevende ringvinger die een weigerende toets ontdekt kan zo gemakkelijk in iets afwijkende richting worden gestuurd. Maar het typen van de 0 mag niet lichtvaardig worden uitgevoerd. Dit vereist een zorgvuldige studie.

Een aantal belangrijke regels voor het gebruik van de 0:
1. Vervang niet alle 'o''s door de 0.
2. Vervang nooit de 'o'-als-zelfstandig-naamwoord door de 0.
3. Vervang niet teveel 'o's achter elkaar door een 0.
4. Vervang alleen de 'o''s in de belangrijkste woorden van de zin door de 0.
5. Dit betekent niet dat álle belangrijke woorden moeten worden vervangen. Hier kan ik je niet mee helpen. Je voelt het of je voelt het niet. Het heeft niets te maken met alliteraties, punchline's of 0neliners, en tegelijk ook weer een beetje met allemaal. Maar toch zul je geen 0's vinden bij álle alliteraties, punchline's en oneliners. Zoals ik zei: dit is een gevoel. Je hebt het of je hebt het niet.

Maar ook geldt voor die loszittende 'o': je hebt het of je hebt het niet. Ik heb het, om onverklaarbare redenen. Jij niet, h0pelijk. Maar helaas zul je dan ook nooit écht de kunst van het gebruik van de 0 onder de knie krijgen, want die heeft ook een beetje te maken met het onvoorspelbaar zwerven-op-de-vierkante-millimeter van dat zwarte blokje dat soms echt de boel even bl0kkeert, en is daardoor ook nog eens van het toeval afhankelijk.

dinsdag 5 juli 2011

Vakantiebaantje

Over twee weken ga ik weer werken in de strandbieb. Dit is een wit, tentachtig gebouwtje op het strand van het IJsselmeer waar je gratis boeken kunt lenen voor een dag. Ik hou van dit baantje. Ik ben de strandbiebjuffrouw, wat inhoudt dat ik de kleine bengels van de badgasten in het gareel moet houden, slechts beschikkend over de kleurplaatmonopolie en de spekjespot.

Soms tref je kinderen die om één of andere reden bijzonder zijn. Zoals Julian met de blonde krullen, die iedereen om zijn grijpgrage vingertjes windt. Of de superslimme broertjes hoe-heten-ze-ook-alweer met hun ijselijk knappe gezichtjes, en dat Duitse meisje dat van Grüselbucher en Krimi's hield en naar mij refereerde als 'die Inhaberin' in het gastenboek. Of dat autistische jongetje dat even naar het zand op de grond staarde en toen op een strandstoeltje ging zitten krijsen met zijn handen op zijn oren. Ook kende ik twee jongens met ADHD. Voor hen had ik aanvankelijk veel bew0ndering. Beide bezaten ze namelijk de vaardigheid in de actie te reflecteren op typisch gedrag, zoals al armbandjesknopend rondjes lopen om de tafel en de strandbieb veranderen in een soort eindeloze talkshow. Later sloeg de bewondering om in ergernis, maar toen was ik er tenminste op voorbereid.

Verder was daar nog het jonge liefdeskoppel Rosalie en Michel, respectievelijk 6 en 7 jaar oud, waarvan de laatste met 'andere hersens', een kindereufemisme voor het Syndroom van Down. Rosalie pleitte op moederlijke toon: 'laat dat maar even staan' toen Michel het grote vier-op-een-rij-raam naar buiten begon te slepen en zocht een boek met plaatjes voor hem uit omdat hij vanwege zijn andere hersens nog niet zo goed kon lezen.

Volstrekt hieraan tegengesteld was de duitse toeriste die op een dag binnenkwam met haar hond aan de lijn. Na een uitgebreide voorlichting in mijn beste Duits over de abonnementsprijzen sloeg ze met een uitdrukking van misprijzen op haar gezicht zelfs de gratis daglening af, haar goed recht natuurlijk, maar ze begaf zich desalniettemin naar de duitse boekenkasten en ging daar zo lang zo dicht op staan dat er zomaar een paar dikke pockets naar keuze in haar lange regenjas zouden kunnen verdwijnen. Toen ze naar buiten liep zag ik dat de  hond een gezwel van tien centimeter doorsnee onder zijn buik had bengelen, wat op zich gewoon smerig is.

Ik ben benieuwd of ze weer terugkomen op hun vaste stekje op de Makkumse camping voor vaders jaarlijkse windsurfvakantie. Ik ben benieuwd of het allemaal net zo vrolijk en lief is als vorig jaar. Ik ben benieuwd of ik weer 55 kinderen tegelijk moet leren armbandjesknopen, en of er lege zonnige dagen zullen komen waarin ik met mijn tenen in het zand een boek kan zitten lezen - de ultieme strandbiebjufwerkzaamheid.


Een strandbiebfoto uit 2009 waarop ik kinderen de edele kunst van het armbandjesknopen onderwijs met een tevreden attitude en sjans met de duitse boekenkast.

zondag 3 juli 2011

Woud

't is heerlijk 's avonds dwalen
door een woud van lantaarnpalen

Dit is de route die ik gisteravond heb gelopen. Hij is precies twee kilometer lang. Mijn voeten hebben gedachteloos de meters opgegeten en de juiste afstand voor mij bepaald. Eens temeer besef ik dat een wandeling eigenlijk een irrationele omweg naar huis is. Ik heb kundig om het aanstaande huis van mijn vader heen gecirkeld, misschien maak ik concentrische cirkels van toenadering om te wennen aan de verhuizing.

zaterdag 2 juli 2011

Snippertjes en plakjes

Hier ben ik weer. Ik heb geprobeerd het tegen te houden, maar zo gaat het niet langer, de nostalgie krijgt de overhand, oude comfortzones vragen om aandacht: ik ga weer Bloggen Zoals Ik Deed In Mijn Jongere Jaren. Enkele van mijn vroegste lezers (<3 voor jullie) zullen zich mijn hyvesblogs nog wel herinneren, waarin ik op anekdotische toon snippertjes of grote plakken van mijn leven opdiende met een sausje van sarcastische humor en welgemeende poezie zonder enig gebruik van trema's. Dit ter compensatie van mijn geringe sociale leven.
Nu ik door mijn zich schijnbaar eindeloos in de toekomst uitstrekkende ziekbed gedwongen ben tot huismusactiviteiten komt de drang tot het leiden van een internetleven weer terug.
Ik ga bloggen over de dokter, banaan op brood, de losse tand van mijn tetsenbrd (o) en over de andere huismusactiviteiten die ik ontplooi, zoals boeken lezen en tv-series kijken. Ik ga bloggen over het burgerlijke slaapstadje Sneek en zijn culturele activiteiten, mijn familie en de verhuizing van mijn vader. Ik ga misschien ook bloggen over de kunstacademie, maar zo grappig is dat niet, dus misschien ook niet. Ik ga bloggen over de keuze je hart te volgen en na twee jaar ontdekken dat je ook daarna nog niet gevrijwaard bent van diepe existentiele twijfels, of verveling. Ik ga bloggen over mijn vakantiebaantje, Duitse toeristen en zomerse landerigheid.
Maar eerst wil ik iets zeggen: van het mooie weer kan je ook genieten als je binnen zit.

Dat gezegd hebbende, een gedicht over banaan op brood met een waardeloos metrum:

'k gooi wat brood in de pan
draai het vuur hoog en dan
b'naan vierledig ontkleed
de bammen reeds heet
banaan gaat in plakjes
even wachten en strakjes
olijfolieboter
de eetlust wordt groter
als het oplost zo graag
tot een goudbruine laag
als een zoete grafsteen
vlei 'k daar b'naan overheen
de zachtgele dood
op zuurdesembrood