maandag 25 april 2011

Ik ben opgegroeid in de stellige overtuiging dat de ratio moest prevaleren boven het gevoel, hoewel ik bij hoog en laag beweerde dat het andersom was. Dit deed ik om het mezelf ingewikkeld te maken, iets dat mensen graag doen. Ik heb gymnasium gedaan met een natuurprofiel: zowel bèta- als alfavakken en zoveel mogelijk extra. Daar ben ik nog steeds zo buitensporig trots op dat ik het er met niemand over heb, want stel dat ze mijn ego zien. En dat ego is sowieso verward over deze kwestie. Want na de middelbare school ging ik Pyschobiologie studeren, in mijn verlangen de menselijke geest te begrijpen, en een brug te slaan tussen spiritualiteit en wetenschap. Ik was na drie maanden overprikkeld en depressief, wat ook lag aan het feit dat ik met mijn stoute schoenen aan in Amsterdam was gaan wonen, onervaren provinciaaltje dat ik was. Toen werd ik gedwongen mezelf van de grond af opnieuw op te bouwen. Dit keer was mijn overtuiging dat het gevoel boven het verstand moest prevaleren, hoewel ik uit angst, voor de zekerheid, mijn keuzes onderbouwde met logische argumenten. Het is een wonder dat ik uit dat moeras ben ontsnapt. Dit deed ik door voor de kunstacademie te kiezen. De mensen die ik daar ontmoette dwongen me te veranderen. Zo werd ik van een ongelukkig een gelukkig mens. Ik begreep mijn emoties beter, en ik begreep ook dat je er beter niet in kunt blijven hangen, en dat ik niet overgevoelig was maar gewoon lui.

Ik mediteer al jaren, maar sinds kort blaas ik het automatisme dat het was geworden nieuw leven in. Het levert me veel energie, wijsheid en geluk op. Ik heb de juiste vorm gevonden. Niet meer liggen (want dan kan ik niet meer goed inslapen 's avonds omdat ik dan de verkeerde hersengolven produceer, die horen bij meditatie en niet bij slaap) maar zitten op een kussen op de zenboeddhistische manier, ogen dicht, een moedra van mijn handen, mijn ene been voor het andere, niet eroverheen, en mijn ademhaling tellen. Als ik de tel kwijtraak moet ik opnieuw beginnen. Eerst telde ik tot 500, dat duurt even, maar ik denk dat 300 een beter streven is. Had iemand me kunnen vertellen dat je door overdag te mediteren veel minder slaap nodig hebt 's nachts? Ach, misschien is dat voor nu. Ik weet wel dat wilskracht een batterij is die nooit op kan raken.

Dus nu ben ik hier, en wat ga ik doen? Kunst maken is mijn keuze. Ik weet niet hoe ik dat ooit zal verenigen met de wetenschappelijke interesse die mijn ego pleegt te hebben. Kunst op het snijvlak van wetenschap en kunst heb ik nog niet met succes gemaakt. Ik maak nu werk dat vrij letterlijk weergeeft wat ik doormaak aan persoonlijke ontwikkeling. Het is conceptueel en niet intuïtief zoals ik gewend ben, en het is vrij meditatief. Ik zie deze werken nadrukkelijk als koans. Een koan is een verhaal uit het zenboeddhisme waar je op moet mediteren om één te worden met de boeddhageest. Het zijn dingen als 'hoe word je één met een pilaar?' en dan ga je diep nadenken over een pilaar, je stelt je hem helemaal voor, totdat je zelf verdwijnt en, jawel, één bent met de pilaar. Dat kom je op een volgend niveau van realisatie.

In het boek 'De weg van de mens: zen en het pad van de bodhisattva' van de zenleraar Dennis Genpo Merzel, beschrijft hij wat voor doel koans hebben.
Zen gebruikt de analogie van iemand die op een eiland aanspoelt: voordat we ons veilig genoeg voelen om te gaan rusten, moeten we eerst het hele eiland afzoeken naar gevaarlijke dieren en koppensnellers. Zolang we niet achter elke boom gekeken hebben, op elk strand en in elke grot, zal de twijfel blijven terugkeren. We moeten alles afzoeken. Ook de laatste steen moet worden omgekeerd. (...) Koans dwingen ons het hele eiland af te zoeken totdat er geen spoor van twijfel meer over is. We komen tot rust, als we tot in onze botten weten, dat er geen zelf en ander, binnen en buiten, dit en dat is, maar slechts één geest.'

Ik heb een werk gemaakt - ik kan het wel beschrijven, want het is een vrij schetsmatige weergave van een concept - dat qua vorm overeenkomt met Symbiose. Het heet 'de hiaten in de menselijke waarneming'. Het is vrij dik. Op elke pagina staat een cirkel die net niet helemaal aaneengesloten is. Voor de menselijke waarneming lijkt het echter alsof het wel volledige cirkels zijn. (Dat is het idee, in werkelijkheid zijn veel van mijn cirkels jammerlijk mislukt in deze opzet, want ze zijn niet rond, of is het gat te groot, erg lui van me.) Het concept is: niet de gaten in de cirkels zijn de hiaten, maar het feit dat we het als cirkels zien.
Eigenlijk was de opdracht: maak een zelfportret met je 'most treasured posession' (waarom dat nou weer in het Engels moest weet ik ook niet). Ik denken en denken en kwam tot het nobele inzicht dat mijn liefste bezit de momenten van meditatie zijn waarin ik zelf oplos, die hiaten. Zelf ben ik dus niet aanwezig in het portret.

Dit is dus een voorbeeld van de letterlijke, meditatieve werken die ik maak over mijn persoonlijke ontwikkeling. Tja. Maar voor het eerst heb ik het gevoel en idee dat mijn gevoel en verstand samenwerken om tot werk te komen. (Wat een redunderende zin.) De twijfel die desondanks zal opkomen verwerk ik misschien in een nieuw werk, en zo vallen beide wegen samen en bewandel ik de weg van de mens.

De volgende opdracht die mijn docente Harma Heikens me gaf was: maak een geschilderd hiaat, iets wat je tegenkomt tijdens je meditatie, vanuit je intuitie. Ik heb die opdracht enigszins omgebogen, vrees ik. Wat ik maak zijn pijnplaten (zo noem ik ze in mijn hoofd). Dit zijn visuele weergaven van de energieblokkades die ik tegenkom tijdens mijn meditaties. Ze voelen aan als korsten, inwendige wonden en reliefs met bloederige kleuren. Als inwendig eczeem. En ook doen ze denken aan koortsdromen. Dat is de opdracht die ik mezelf heb opgegeven voor de les van Roland Schimmel: koortsdromen visualiseren. Ken je dat, van vroeger, toen je heel ziek was, dat je een raar soort, verontrustende hallucinatie kreeg van abstracte, kloppende vormen? Sommige mensen herkennen het, anderen kijken me aan met stomheid geslagen. Iemand (Anne) zei: de scherpte-diepte is omgedraaid en wat ver is lijkt dichtbij, en je hebt ook te maken met geluid. Als een snel afgespeeld gefluister.

Wat ik nu dus doe in mijn werk is uitdrijven. Etter uitdrijven, ziekte, pus, pijn. Dit doe ik door middel van kunst. Dat is therapeutisch. Maar ja, ik ben er dan ook van overtuigd dat het leven zelf therapeutisch is. Onder andere.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen