donderdag 28 april 2011

Laatste speech

Deze blog is van gisteren, maar toen liet ik na hem te posten:
---
Ik werd vanochtend wakker en mijn eczeem was genezen. Dit is waar ik al eeuwen op wacht. De verleiding is groot een egoistisch genoegen te scheppen in deze zo goed als tijdelijke verworvenheid. Ook deze blog is slechts een afleiding van het geluk dat aanwezig is nu mijn energie vrij kan stromen. Er is een grote moed en integriteit voor nodig gelukkig te zijn. Waarlijk gelukkige mensen kom je zelden tegen. Ik heb het geluk er één in mijn leven te hebben. Ze durft me eindelijk een schop onder de kont te geven. Ik wou dat ik haar kon laten merken dat ik dit zie, begrijp, accepteer en liefheb. Maar ook daar is moed voor nodig.

Ik droomde dat de ruimte in mijn kamer opgerekt was, er was meer ruimte rond de kasten en op de vloer. Ik droomde dat alle negatieve gedachten van alle mensen de ruimte in geschoten werden en daar de ozonlaag vormden. Gisteren kreeg ik van mijn huisgenoot twee alchemistisch aandoende boekjes te leen: 'De geneeskracht van het zonlicht', en 'Zelfgenezing van nerveusiteit'. Nou is nerveusiteit niet iets waar ik aan lijd, maar als je daar je vinger op legt lees je alleen zelfgenezing, zo leerde mijn huisgenoot mij. Ik las in het eerste boekje een wonderschone zin: '...dan wordt de ziel de arts van het eigen lichaam', en nog één: 'Want van de lijdende kan men niet altijd een vast geloof verwachten.'

Tot slot nog een koan, want ik vrees dat ik in mijn vorige blog niet genoeg voorbeeld heb gegeven. Ik weet de namen van de mensen uit de koan niet meer.
De meester vertelde de leerling altijd met zijn volle aandacht te zijn bij de dingen die hij deed. Als hij mediteerde, als hij ademhaalde, als hij liep, als hij zat. Op die manier kon hij er één mee worden. De leerling deed zijn best zich te concentreren. Op een ochtend liep hij de ontbijtruimte binnen en zag daar zijn meester de krant zitten lezen en een kop koffie drinken. 'Maar nu doet u twee dingen tegelijk!' riep hij uit. 'Dat is niet waar,' zei de meester. 'Ik drink koffie en lees de krant'.
---
En dan weer terug naar vandaag: mijn huid was vanmorgen nog beter. Mijn kwaal is niet genezen, want ik heb nog steeds jeuk en jeuk is het hoofdsymptoom van eczeem. Dat betekent dat alles nog lang niet op de juiste plek zit. Dat ik zoveel 'nog' zeg is natuurlijk ook weer een symptoom van mijn dwaling, en dat ik wil typen dat ik dit doorgrond is weer een symptoom van mijn ego, als ik daaraan vasthoud zullen er weer nieuwe blokkades ontstaan die zich zullen uiten in eczeem, etc. Dit is de vicieuze cirkel van een ziekte. En de paradox van genezing is dat je die cirkel doorbreekt door hem volledig te volgen. Ergens in die redenering zit een hiaat.

Tot slot. Ik heb deze blogs, beginnend met The Kings Speech, geschreven omdat mijn persoonlijke ontwikkeling vooruit liep op mijn ontwikkeling in mijn werk. Ze lopen inmiddels weer gelijk. Het nut van deze blogs is daarmee afgelopen. Vanaf nu (afgezien van nog wat nageboortes) zul je hier vinden wat een kunstenaar betaamt: kunst.

Recensie 'Schoonheid in de wetenschap'

Prof. dr. Hans Galjaard, emeritus hoogleraar humane genetica aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft voor het Boijmans van Beuningen een tentoonstelling samengesteld. Hij vindt dat de wetenschap mooie beelden oplevert, die eenzelfde schoonheidservaring kunnen oproepen als kunst. Deze ontdekking is niet nieuw. Maar waar kunstenaars als bijvoorbeeld Driessens en Verstappen daar vervolgens iets mee doen, is het hier gebleven bij slechts het tonen van plaatjes van micro-organismen, schimmels en foetussen, die je ook in een biologieboek van de middelbare school kunt vinden.

Stel je een fanatieke wetenschapper voor met hart voor de zaak, zo’n enthousiasteling die warmloopt voor driedimensionale molecuulstructuren, en die bij de ontdekking van onverwachte bacterieculturen in zijn petrischaaltje in een staat van geconcentreerde vervoering raakt. Hij is, wetenschapper zijnde, vooral gericht op het verwerven van nieuwe kennis. Vanuit zijn nieuwsgierigheid en leergierigheid kijkt hij naar de wereld om zich heen, en onderzoekt die. Als hij daar dan onverwacht een vorm van schoonheid in ontdekt zal hij daar door geraakt worden. Dat is de poëzie van de wetenschap. Een vorm van beloning na een dag hard werken in het lab.

Als je in een museum komt en je ziet daar afbeeldingen van esthetisch bijzondere natuurverschijnselen, vooral op micro- en macroformaat, kom je vanuit een volstrekt andere hoek in deze ervaring. Je verwacht kunst te zien. Deze ongefilterde beelden uit de wetenschap zijn niet ontstaan in een zelfbeleefde empirische cyclus van hypothese, methodiek, resultaten en conclusie, en begrijpen wat de felgekleurde abstracte vormen in werkelijkheid zijn doe je ook al niet, laat staan dat je vaak geconfronteerd wordt met niet-esthetische beelden uit de wetenschap. Wat is dus een ervaring van schoonheid in de wetenschap waard als je geen wetenschapper bent? Ze roepen misschien vage herinneringen op aan die plaatjes uit de biologieboeken. Toen droomde je er wel eens bij weg terwijl je eigenlijk logisch moest nadenken. Maar wegdromen bij deze plaatjes als het mag is ineens niet zo interessant meer. Jazeker, het zijn mooie plaatjes. Maar zo bestaan er wel meer mooie dingen op de wereld. Is dat dan ook kunst?

De grote fout die prof. dr. Hans Galjaard vervolgens maakte is het ‘onderbouwen’ van de tentoonstelling met citaten van grootheden op het gebied van filosofie, wetenschap en kunst. Deze staan op de muren geschreven. ‘Ik geloof niet dat iemand een wetenschapper kan zijn zonder ten diepste kunstenaar te zijn’ van William Bragg is er één, en ook Plato, Goethe en Socrates worden erbij gesleept. ‘Wij zien slechts wat wij kennen’, ‘Verwondering is het begin van de wetenschap’ enzovoort. Het is een groot zwaktebod om steun te moeten zoeken bij deze reuzen. Zo indrukwekkend als deze namen zijn is het concept van de tentoonstelling namelijk niet, dat gaat in vergelijking jammerlijk ten onder aan consequente eenzijdigheid. Keer op keer staat er naast het beeld een tekst die begint met een stichtelijke uitleg over bijvoorbeeld het heelal, geologie of de menselijke voortplanting, afhankelijk van het thema, en steevast eindigt met one-liners in de trant van ‘en overal zijn juwelen van onvoorspelde pracht’ of ‘deze foto’s zijn van grote esthetische waarde’. Ja, dat snappen we nu ook wel. Dom op het gebied van esthetiek zijn wij als kunstliefhebbende museumbezoekers namelijk niet. Wel dom misschien op het gebied van wetenschap, en daardoor niet in staat te begrijpen wat zo’n juweel in die context eigenlijk betekent. Want de duizelingwekkende overgang in bewustzijn van het logisch nadenken om kennis te vergaren naar de stille verwondering van het schoonheidsmoment, dat is waar het om draait. En om deze overgang enige impact te laten hebben heeft de gemiddelde museumbezoeker niet genoeg wetenschappelijke grond.

Om terug te komen op Driessens en Verstappen: dit kunstenaarsduo maakt gebruik van mechanismen uit de natuur om kunst te creëren. Een organische vorm op een plasmascherm ontwikkelt zich volgens een door mensen bedachte, in de computer ingevoerde formule en lijkt desondanks precies op een groep delende eencelligen. Zo ga je nadenken over dingen als kunstmatige intelligentie. Vanuit de poëzie van de kunst word je een blik vergund op de spannende mogelijkheden van de wetenschap, met als medium of katalysator een kunstwerk. Ook Driessens en Verstappen zijn dus bezig met de schoonheid van de wetenschap. Maar dan wel in de hoedanigheid van kunstenaar.

Prof. dr. Hans Galjaard had op zich een prima concept (afgezien dan van die citaten), hij heeft alleen het verkeerde museum uitgekozen. Hij had beter naar een natuurwetenschappelijk museum kunnen stappen.

maandag 25 april 2011

Ik ben opgegroeid in de stellige overtuiging dat de ratio moest prevaleren boven het gevoel, hoewel ik bij hoog en laag beweerde dat het andersom was. Dit deed ik om het mezelf ingewikkeld te maken, iets dat mensen graag doen. Ik heb gymnasium gedaan met een natuurprofiel: zowel bèta- als alfavakken en zoveel mogelijk extra. Daar ben ik nog steeds zo buitensporig trots op dat ik het er met niemand over heb, want stel dat ze mijn ego zien. En dat ego is sowieso verward over deze kwestie. Want na de middelbare school ging ik Pyschobiologie studeren, in mijn verlangen de menselijke geest te begrijpen, en een brug te slaan tussen spiritualiteit en wetenschap. Ik was na drie maanden overprikkeld en depressief, wat ook lag aan het feit dat ik met mijn stoute schoenen aan in Amsterdam was gaan wonen, onervaren provinciaaltje dat ik was. Toen werd ik gedwongen mezelf van de grond af opnieuw op te bouwen. Dit keer was mijn overtuiging dat het gevoel boven het verstand moest prevaleren, hoewel ik uit angst, voor de zekerheid, mijn keuzes onderbouwde met logische argumenten. Het is een wonder dat ik uit dat moeras ben ontsnapt. Dit deed ik door voor de kunstacademie te kiezen. De mensen die ik daar ontmoette dwongen me te veranderen. Zo werd ik van een ongelukkig een gelukkig mens. Ik begreep mijn emoties beter, en ik begreep ook dat je er beter niet in kunt blijven hangen, en dat ik niet overgevoelig was maar gewoon lui.

Ik mediteer al jaren, maar sinds kort blaas ik het automatisme dat het was geworden nieuw leven in. Het levert me veel energie, wijsheid en geluk op. Ik heb de juiste vorm gevonden. Niet meer liggen (want dan kan ik niet meer goed inslapen 's avonds omdat ik dan de verkeerde hersengolven produceer, die horen bij meditatie en niet bij slaap) maar zitten op een kussen op de zenboeddhistische manier, ogen dicht, een moedra van mijn handen, mijn ene been voor het andere, niet eroverheen, en mijn ademhaling tellen. Als ik de tel kwijtraak moet ik opnieuw beginnen. Eerst telde ik tot 500, dat duurt even, maar ik denk dat 300 een beter streven is. Had iemand me kunnen vertellen dat je door overdag te mediteren veel minder slaap nodig hebt 's nachts? Ach, misschien is dat voor nu. Ik weet wel dat wilskracht een batterij is die nooit op kan raken.

Dus nu ben ik hier, en wat ga ik doen? Kunst maken is mijn keuze. Ik weet niet hoe ik dat ooit zal verenigen met de wetenschappelijke interesse die mijn ego pleegt te hebben. Kunst op het snijvlak van wetenschap en kunst heb ik nog niet met succes gemaakt. Ik maak nu werk dat vrij letterlijk weergeeft wat ik doormaak aan persoonlijke ontwikkeling. Het is conceptueel en niet intuïtief zoals ik gewend ben, en het is vrij meditatief. Ik zie deze werken nadrukkelijk als koans. Een koan is een verhaal uit het zenboeddhisme waar je op moet mediteren om één te worden met de boeddhageest. Het zijn dingen als 'hoe word je één met een pilaar?' en dan ga je diep nadenken over een pilaar, je stelt je hem helemaal voor, totdat je zelf verdwijnt en, jawel, één bent met de pilaar. Dat kom je op een volgend niveau van realisatie.

In het boek 'De weg van de mens: zen en het pad van de bodhisattva' van de zenleraar Dennis Genpo Merzel, beschrijft hij wat voor doel koans hebben.
Zen gebruikt de analogie van iemand die op een eiland aanspoelt: voordat we ons veilig genoeg voelen om te gaan rusten, moeten we eerst het hele eiland afzoeken naar gevaarlijke dieren en koppensnellers. Zolang we niet achter elke boom gekeken hebben, op elk strand en in elke grot, zal de twijfel blijven terugkeren. We moeten alles afzoeken. Ook de laatste steen moet worden omgekeerd. (...) Koans dwingen ons het hele eiland af te zoeken totdat er geen spoor van twijfel meer over is. We komen tot rust, als we tot in onze botten weten, dat er geen zelf en ander, binnen en buiten, dit en dat is, maar slechts één geest.'

Ik heb een werk gemaakt - ik kan het wel beschrijven, want het is een vrij schetsmatige weergave van een concept - dat qua vorm overeenkomt met Symbiose. Het heet 'de hiaten in de menselijke waarneming'. Het is vrij dik. Op elke pagina staat een cirkel die net niet helemaal aaneengesloten is. Voor de menselijke waarneming lijkt het echter alsof het wel volledige cirkels zijn. (Dat is het idee, in werkelijkheid zijn veel van mijn cirkels jammerlijk mislukt in deze opzet, want ze zijn niet rond, of is het gat te groot, erg lui van me.) Het concept is: niet de gaten in de cirkels zijn de hiaten, maar het feit dat we het als cirkels zien.
Eigenlijk was de opdracht: maak een zelfportret met je 'most treasured posession' (waarom dat nou weer in het Engels moest weet ik ook niet). Ik denken en denken en kwam tot het nobele inzicht dat mijn liefste bezit de momenten van meditatie zijn waarin ik zelf oplos, die hiaten. Zelf ben ik dus niet aanwezig in het portret.

Dit is dus een voorbeeld van de letterlijke, meditatieve werken die ik maak over mijn persoonlijke ontwikkeling. Tja. Maar voor het eerst heb ik het gevoel en idee dat mijn gevoel en verstand samenwerken om tot werk te komen. (Wat een redunderende zin.) De twijfel die desondanks zal opkomen verwerk ik misschien in een nieuw werk, en zo vallen beide wegen samen en bewandel ik de weg van de mens.

De volgende opdracht die mijn docente Harma Heikens me gaf was: maak een geschilderd hiaat, iets wat je tegenkomt tijdens je meditatie, vanuit je intuitie. Ik heb die opdracht enigszins omgebogen, vrees ik. Wat ik maak zijn pijnplaten (zo noem ik ze in mijn hoofd). Dit zijn visuele weergaven van de energieblokkades die ik tegenkom tijdens mijn meditaties. Ze voelen aan als korsten, inwendige wonden en reliefs met bloederige kleuren. Als inwendig eczeem. En ook doen ze denken aan koortsdromen. Dat is de opdracht die ik mezelf heb opgegeven voor de les van Roland Schimmel: koortsdromen visualiseren. Ken je dat, van vroeger, toen je heel ziek was, dat je een raar soort, verontrustende hallucinatie kreeg van abstracte, kloppende vormen? Sommige mensen herkennen het, anderen kijken me aan met stomheid geslagen. Iemand (Anne) zei: de scherpte-diepte is omgedraaid en wat ver is lijkt dichtbij, en je hebt ook te maken met geluid. Als een snel afgespeeld gefluister.

Wat ik nu dus doe in mijn werk is uitdrijven. Etter uitdrijven, ziekte, pus, pijn. Dit doe ik door middel van kunst. Dat is therapeutisch. Maar ja, ik ben er dan ook van overtuigd dat het leven zelf therapeutisch is. Onder andere.

zaterdag 23 april 2011

Speech

Gisteren was ik op eenmansexcursie naar Den Haag en Rotterdam om tentoonstellingen te bekijken. Meestal tref ik één of twee kunstwerken die me echt raken, en daar blijf ik dan een tijdje naar kijken. Deze werken blijven de rest van mijn leven bij me en vormen de grond van wat ik onder kunst versta. Moraal: ik moet vaker musea bezoeken.
Gisteren deed ik mezelf dus een plezier. Ik wist dat ik niet veel energie had; de avond ervoor had ik namelijk een biertje gehad en alcohol is funest voor je weerstand. Een zwakke longenergie betekent lage weerstand, vandaar dat typische longziektes de ziektes zijn die te maken hebben met overgevoeligheid. Die alcohol zat nog steeds in mijn bloed. Naar mijn gevoel was mijn lever hard bezig de afvalstoffen te verwerken, met als gevolg dat ook mijn leverenergie geprikkeld was. Met dat biertje deed ik mezelf dus geen plezier, maar soms heb je de behoefte aan wat houvast in je handen.
Ik zat dus te twijfelen: moest ik wel of niet gaan? In principe is alles wat een mens kan doen op een dag prima, zolang je er maar geen punt van maakt. Of je nou veel of weinig doet, als je lekker in je vel zit slaap je even goed. Dus ik gaf mezelf een uitdaging.

Deze excursie was een oefening in vrijheid. Nee, als ik zeg 'oefening' lijkt het alsof het nog niet het echte werk is. Ik bedoel: ik was volkomen vrij om te denken en te doen wat ik wilde, en een paar mooie herinneringen te maken. Mijn excursie was een soort spirituele reis, een pelgrimstocht met als heilige graal vrijheid. Ik ging er bewust en eerlijk in mee, en zo kwam het dat er allerlei synchroniciteiten ontstonden. Weet je wel, die geestestoestand dat de tijd zowel voor- als achteruit kan gaan, in potentie. En dat je gedachten niet een lineaire keten vormen maar een bolwerk met allerlei dwarsverbanden, dat steeds oplost en zichzelf ontmantelt en daarna weer ontstaat op een heel andere manier maar in wezen gelijk is. Dat indrukken en theorieen en sensaties van zowel buiten als binnen je geest samenkomen en dan weer binnen je geest zijn en tegelijk ben je verbonden en ga je een wisselwerking aan met alles om je heen.

Door toedoen van die verdomde keuze dat ik een biertje had gedronken, had ik een jeukaanval (lees: krabaanval) gehad en als gevolg daarvan zag ik er niet uit: mijn hals zat vol rode plekjes. De kunst is dan om je te gedragen alsof je desondanks perfect bent. Dit verwart en intrigeert mensen. Je bent dan perfect in imperfectie: je bent tenslotte nog steeds ziek. Zal ik ooit beter worden? Ik geloof van niet.

Ik zag een installatie van Gabriel Lester: Suspension of disbelief in het Boijmans van Beuningen. In een ruimte met een aantal objecten als een kamerplant en een trapje op wieltjes speelde licht in een lege hoek op het verhaal van muziek en geluidseffecten. Zo ontstond er een filmische gesammtkunst. Rokerige jazzmuziek maakte broeierig rood licht, dat ineens overging in een koele groene schemering op het geluid van tikken en kraken. Een snelweg: een vrachtwagen reed voorbij. De koplampen maakten even veel wit licht. Daarna liep iemand de trap van zijn huis op en deed hier en daar een licht aan.
Toch was er niet meer te zien dan een grotendeels lege ruimte met lichtspotjes in het plafond, die geflankeerd werd door een aantal objecten. Het verhaal maakte je in je hoofd.
Toen ik die kant uit liep begreep ik eerst niet waar het kunstwerk was. Vervolgens begreep ik het niet. Wat er vervolgens gebeurde weet ik niet, maar ik liep naderbij, ging er middenin zitten (de ruimte is aan één kant open) en toen ineens was mijn disbelief suspended en ging ik mee in het verhaal. Het was wonderbaarlijk hoeveel emotie louter de kleur van licht kan oproepen, en hoe roerend rokerige jazz kan zijn. Een werk dat me bij zal blijven.

Gedurende de hele dag had ik al het gevoel een bekende tegen te gaan komen. Ik had zo wel mijn verwachtingen, maar wat schetste mijn verbazing: ik liep niemand minder dan Roland Schimmel tegen het lijf! Ik heb me volgens mij nog nooit zo betrapt gevoeld.

Inspiratie

Dit was de tekst die Roland voorlas:

I asked Hudson to describe how he looked at art. 'The first thing is to be quiet, to drop my agenda or expectations, and listen,' he explained. 'Then, I soften my gaze. The eyes are aggressive, and once you realize they are out there hunting, you can learn to tune them down, and let what is out there come to you. The body knows things way before the brain does. My favorite thing is to have a silent one-on-one session with an artwork, an then go do other things, before thinking or talking about the experience.' He continued: 'Art is primarily about the development of consciousness, not the development of an object. The object is just a catalyst.'

muizen en olifanten

het is waar dat er
zulke mensen bestaan
olifanten maken ze, geen muizen
het is plausibel
ik ben ook een olifant, immers
bij gelegenheid
is dat waar?
maar waarom zou je een olifant willen zijn
als je geen dikke huid hebt?
het is moeilijk te liefhebberen in porselein
het is waar
dat er mensen bestaan
die een hekel hebben aan porselein
die houden van het geluid dat het maakt
als het verbrijzelt
evenius hoedde schapen
en toen ze werden opgegeten kocht hij nieuwe,
in de hoop dat niemand het door had
evenius maakte muizen
dat we beiden olifanten zijn betekent niet dat we dezelfde porseleinkast delen
of dat ik zal moeten ontsnappen,
als muis,
of als evenius
het betekent slechts
dat we beiden olifanten zijn

boekje








Opdracht: waar ik een hekel aan heb in de kunst. Defaitisme!

woensdag 13 april 2011

Cross-over 2

Voortschrijdend inzicht: ik heb niet van nature een zwakke longenergie, maar een fixatie op die emotie. Ik begreep het onderscheid tussen blokkade en fixatie niet helemaal, vrees ik. Een blokkade heb ik in mijn léverenergie. Genoeg daarover.

Ik heb inmiddels gepraat met Roland Schimmel, en hij zei precies wat ik dacht over die twee paden. Hij zei ook dat ik meditatie nodig had om me in deze wereld staande te houden. Pff. Nou ja, het is dus wel waar, waar gaan anders al deze blogs over. Grappig was dat hij een (Engelse) tekst voorlas die eindigde met het woord 'catalyst'. Dat ging dan over het feit dat een kunstwerk een katalysator is van je persoonlijke ontwikkeling als mens.

Ik had een installatie gemaakt op een noodtrap in mijn academie, waar nooit iemand komt en waar niet veel mensen van weten. Je moest eerst een trap op, en bovenaan de trap was de deur waardoor je weer naar buiten kon. Die kwam uit op een lokaal, waar vaak les was. Maar op die trap was je alleen. Daar was het stil. Bovenaan de trap was ruimte om te zitten, en te kijken, naar het ademende schilderij. Je ging als vanzelf mee-ademen en als je gewend was aan de desorientatie van de plek werd je langzaam rustig. Je kon met je hand voor de lichtstraal van de beamer langs, dan zag je alleen het schilderij, het moment, en niet het verloop van de tijd, het in- en uitademen, het geboren worden en sterven van een moment. Na een tijdje kwam er een kat het beeld binnen, en nam zijn plek in, maar eigenlijk was hij er al, in het moment.

Ik zat daar een tijdje met Roland Schimmel en vertelde mijn filosofie over het schilderij als moment en de projectie als tijd, en hoe je dat laatste verliest als je er zelf voor gaat staan om het moment van dichterbij te bekijken. Hij zei dat dat niet het belangrijkste van het werk was, maar dat het boeiende vooral in de rustgevende werking ervan zat. Dit kwetste mij: ik vond het banaal. Ik had immers een aantal uren daarvoren keihard zitten schilderen en alles was samengekomen en ik had me ontwikkeld en die filosofie was de vrucht van mijn werk. Ik liet deze emotie sterven en zag zijn gelijk in.

Daarna heb ik de installatie uit de noodtrap gehaald en in de centrale hal gezet, waar iedereen die er langs loopt er een vluchtige blik op werpt, misschien wat langer blijft kijken, denkt 'leuk' en dan de hoek om slaat. Het meditatieve is daarmee verloren gegaan. De magie van het ademende schilderij zal zich nu staande moeten houden in de echte wereld. Ik heb het losgelaten. Zo wordt het een glimp van een idee. Een afgeleide, iets wat zover is herleid dat het niet meer te herkennen is in zijn oorspronkelijke vorm, en er een verhaal ontstaat. In dat verhaal is het dan veilig.

Impressie van mijn filmschilderij-installatie


Tot en met vrijdag 15 april te zien in de centrale hal van Academie Minerva.

zondag 10 april 2011

The King's Speech 7/cross-over

Ik had het vreselijk gevonden als aan het einde van de film The King's Speech koning George IV op een wonderbaarlijke hollywoodmanier genezen zou zijn van zijn gestotter. De aanleg zit hem in de genen, namelijk. Het zit ons allemaal in de genen. In het boek 'De avonden' van Gerard Reve staat: 'Toch maken die dingen het leven rijk,' zei Jaap. 'De zieken en de mismaakten.'
Anders zouden we allemaal hetzelfde zijn, nietwaar?
Eczeem zit in mijn genen. Het enige wat ik kan doen in mijn leven is mijn zwakke longenergie keer op keer versterken. Dat is een levenslang proces. En een geschenk.
'Sadness is a blessing', zingt Lykke Li (ja, in mijn semi-wetenschappelijke artikelen haal ik kunstenaars aan, geen wetenschappers, om stem te geven aan mijn overtuiging dat die twee verschillende disciplines vormen zijn van hetzelfde verlangen grip te krijgen op de werkelijkheid).

I ranted, I pleaded, I beg him not to go
For sorrow: the only lover I've ever known
Sadness is a blessing
Sadness is a pearl
Sadness is my boyfriend
Oh sadness I'm your girl

Lekker provocatief, fantastisch. Gecultiveerd verdriet is natuurlijk een prachtige bron voor kunst. Heel troostrijk. De kunst waar ik het voor doe is troostrijk. Kunst maken en bekijken is therapeutisch, ja. Vind ik.
Als je een energieblokkade hebt, heb je gebrek aan een belangrijke emotie, en dus aan een deel van jezelf. Dan ben je niet compleet, kun je niet alles uit jezelf halen. Met als gevolg dat je eenzaam en depressief bent en je vervulling gaat projecteren op iemand anders.

These scars of mine makes wounded rhymes tonight

En dan maak ik, net als Lykke Li blijkbaar, 's nachts liefdesgedichten. En op die manier houd ik vast aan dat gecultiveerde verdriet, smeek ik het niet te verdwijnen.

I dream of times when you were mine so I
can keep it like a haunting
heart beating, close to mine

Ik wou dat ik hier een werk had dat op school ligt, dan kon ik er een foto van maken en het hier op mijn blog plaatsen, want het illustreert dit verhaal mooi. Helaas, dat duurt nog wel een tijdje, maar ik zal het hier tezijnertijd plaatsen, en terugverwijzen naar dit punt in mijn blog.
Hier volgt dan het gedeelte van deze blogpost dat een cross-over is.
koortsdromen
de genetische code, in families dezelfde defecten
dezelfde blokkades
dezelfde koortsdromen
hetzelfde ontworpen
dezelfde vorm en kleur
als breiwollen of onderhuidse littekens
slagvelden
druk en afstoting
te voelen in ziekte
als je erop teruggeworpen wordt
en je geen kant op kunt dan binnenwaarts
in je eigen lichaam tref je ravage aan
de koortsdromen hebben dezelfde intensiteit als
verliefde dagdromen
en worden evenzo nutteloos bevonden
alsjeblieft, doe dat niet
ze zijn van jou
ze maken jou compleet
niet hij, niet zij
maar de eer dat hij of zij
in jouw liefde mag figureren
als katalysator.

zaterdag 9 april 2011

The King's Speech 6

Ik ben nog steeds ziek. Ik heb restjes eczeem rond mijn hals, die verergerd worden door de kleine weerstanden van alledag. Meditatie is de manier waarop ik deze weerstanden weer ontlaad. Zoals ik zei: dit moet ik blijven doen, om te blijven genezen. Het is een lang proces, maar man, wat is het heerlijk dat de gedachten die ik vandaag heb volstrekt anders zijn dan die van gisteren, zoals ik gewend ben.

Van de vijf 'negatieve' emoties, angst, tobberigheid, woede, onrust en verdriet, heb ik een fixatie op één of twee, zoals de meeste zieke mensen. Dit zijn bij mij woede en verdriet. Kort gezegd komt het erop neer dat ik die twee emoties niet goed voelde in mijn lichaam, maar er een toestand van maakte in mijn hoofd, en dat daardoor deze emoties, deze energieen, in plaats van weg te ebben door ze te voelen, zich ophoopten in mijn systeem. Dan heb je twee periodes: de yang- en de yin-periode. In de yang-periode compenseer je op kracht de geblokkeerde energie. In de yin-periode ebt die kracht weg en krijg je de symptomen van de ziekte. Ik zit dus in de yin-periode. Al vanaf mijn vierde jaar heb ik eczeem. Dat was mijn eerste yin-periode. Daarna had ik enkele afwisselingen: cycli van genezing, yang-periodes en yin-periodes. Van mijn negende tot ongeveer mijn vijftiende had ik geen eczeem, daarna heb ik het eigenlijk altijd wel gehad.

Terug naar de emoties. Deze zijn verbonden met de energie van organen. Verdriet is de longenergie, woede is de leverenergie. Ik ben een combinatie van een long- en een levertype. Dat betekent dat ik bepaalde persoonskenmerken heb die teruggeleid kunnen worden naar wat er gebeurt als je die emoties onderdrukt. Ik denk dat ik de twee half omgewisseld heb. Zo voelde ik huilen als ik eigenlijk boos was. Zielig gekwetst worden terwijl je eigenlijk terug kan slaan met de energie die woede levert. De persoonskenmerken van een levertype heb ik niet echt: dat zijn vreselijke kankerpitten. Olifanten in een porseleinkast. Mensen die altijd maar boos en verongelijkt lijken te zijn. Eerder heb ik de persoonskenmerken van een longtype. Deze vinden zichzelf vreselijk gevoelig en kunnen niet tegen veranderingen. Ik vind dat het longtype overeenkomsten vertoont met autisme. Ik heb een periode in mijn leven gehad dat ik dacht dat ik hooggevoelig was. Onzin, ik ben hartstikke normaal.

Huilen is de natuurlijke ontlading van het lichaam bij de emotie verdriet. De oplettende lezer zal genoteerd hebben dat ik zei 'zo voelde ik huilen' in plaats van 'zo voelde ik verdriet'. Longtypes zijn namelijk ook vreselijke jankers. Ze lijden aan een soort gecultiveerd verdriet, hebben een voorkeur voor melancholie en zwelgen daarin. Maar huilen als ontlading van een verhaal in je hoofd werkt niet.

Nog even ter verduidelijking van de term 'energie': in de energetische geneeskunde (hieronder valt o.a. acupunctuur) wordt verondersteld dat het lichaam een proces van energie is, en geen statisch ding. Als de energie geblokkeerd raakt, word je ziek. Als de energie stopt met stromen, ga je dood. Als de energie volledig vrij stroomt ben je een gelukkig mens.

Ik heb de laatste weken kennisgemaakt met een deel van mezelf dat ik een tijdje kwijt was. Ik ben weer boos! De hele dag door voel ik weer steekjes van woede, als een voorbijganger me te lang aankijkt, als iemand de deur niet voor me open houdt, als ik genegeerd word of buitengesloten, als ik uitgelachen word, als iemand me onterecht bejegent. En dan reageer ik adequaat. Mensen die me kennen merken dit als bij toverslag ogenblikkelijk op. Alsof ze erop gewacht hebben. Dit vind ik enigszins ongemakkelijk, maargoed, liefde is misschien enigszins ongemakkelijk...

Ik heb de blokkade van mijn longenergie op kracht voornamelijk gecompenseerd met mijn leverenergie, die daardoor ook niet meer helemaal functioneerde. Deze blokkade heb ik inmiddels grotendeeld opgelost. Het zal een grotere kluif worden om kennis te maken met de emotie verdriet. Ik merk dat ik een grote weerstand heb tegen die emotie in mijn lichaam. Een soort gat, een koud, donker gevoel, die druk op je borstkas... Het heeft me al één keer veel moed gekost te huilen op de goede manier.

Als gevolg van mijn ziekte ben ik nog snel moe. De hele dag door ben ik me nu bewust van mijn lichaam en mijn gedachtes. Ik kan de meeste grote emoties voelen, een heleboel kleintjes ook al, en ik kan mijn gedachten beschouwen als iets wat niet van mij is, en ook die niet te onderdrukken. Maar toch durf ik niet volledig los te laten. Wat heb ik daar een weerstand tegen. Mijn plan is: net zo lang doorgaan tot ik dreig zo moe te worden dat ik wel los móet laten. Ik slaap niet meer goed in, en dan word ik na vier uurtjes wakker. Dit heeft ook te maken met verliefdheid (een uiting van de emotie 'onrust'), het maalt maar door en het maalt maar door. Rust is ver te zoeken.

En ik denk, dat mediteren op het randje van de slaap dat ik zo boud afschreef met een 'als ik wil slapen ga ik wel slapen', is mijn volgende stap. Want toen ik dat ervaarde voel ik namelijk een diepe ontspanning en rust. Ik denk dat de zenboeddhisten dit bedoelen met samadhi.

The King's Speech 5

En dan kan ik beginnen te varen, zei ik in mijn vorige blog. Maar is de zee nog wel hetzelfde?
Eergisteren zei mijn docente me dat ze dacht dat het pad naar verlichting en de weg van de kunst elkaar in de weg zitten. Ik wil daar graag nog met een andere docent (Roland Schimmel) over praten, want ik heb het idee dat bij hem wel alles op één lijn ligt.
Mijn veranderende bloginhoud is natuurlijk een goede illustratie van deze beide wegen, die van de kunst en die van het nirwana. Ik ben op dat tweede pad gestapt (voor de nieuwsgierigen: nee, ik heb (nog?) geen verlichtingservaring gehad) en ineens verandert ook nabeelden.blogspot.com. De vraag is: is dit dan nog wel kunst te noemen? Nee, deze blogposts beschouw ik inderdaad niet als kunst.

Roland Schimmel had het over de tentoonstelling, 'In the Spur of the Moment'. Dit was wat hij zei, geparafraseerd: 'Als je in the spur of the moment bent, kun je alle energie uit een moment halen, dan beweegt je leven zich van synchroniciteit naar synchroniciteit.' Hij besloot met: 'De vraag is of dat dan kunst is'.

Ik ben bang van niet. Wat dan?

Nu we het over synchroniciteiten (zinvol toeval) hebben: Roland Schimmel maakt kunst die gaat over hoe onze waarneming ons voor het lapje houdt. Hij maakt daarbij gebruik van de nabeeldwerking in je ogen. Vorig jaar moest ik mijn docententeam kiezen en ik koos mede voor dit team omdat ik dit na een google-actie ontdekte, en mijn blognaam natuurlijk hetzelfde was. Ik heb altijd geschroomd uit te leggen waarom mijn blog 'nabeelden' heet. Dat is niet zomaar, namelijk. Mijn concept van nabeelden is abstract en te vergelijken met het begrip 'synchroniciteiten'. Het betreft hier nabeelden uit de toekomst, visioenen die je hebt over hoe je denkt dat iets gaat verlopen en je bent bijna in trance terwijl je het bedenkt, op dat moment alle bouwstoffen gebruikend die voorhanden zijn in je leven. Je denkt: dit voelt zo juist, het moet wel waar zijn, het moet wel uitkomen, in één of andere vorm. Deze beelden blijven even op je netvlies gebrand staan, als nabeelden. Dan verdwijnen ze weer, omdat de toekomst ook verdwijnt en plaatsmaakt voor een nieuwe. Extreem dagdromen kun je het ook noemen. Is het zinvol? Natuurlijk komen die nabeelden nooit uit: de enige persoon die erin figureert ben je zelf, zelfs al spelen alle andere mensen uit je leven erin mee. (En zelf ben je ook maar één van de mensen in je leven. Niet de eerste de beste, wel de eerste. Dit terzijde, het maakt mijn punt ingewikkelder maar ik vond het wel de moeite waard om over na te denken.) Alle mensen die je laat opdraven voor zo'n visioen zijn slechts representaties van de werkelijke mensen. Daarom zijn relaties ook zo lastig: je moet continu loslaten hoe je denkt dat alles in elkaar zit.
Laat ik mijn eigen vraag beantwoorden: ja, het is zinvol. Alleen niet op de manier die je geneigd bent te geloven. Als je verliefd bent tuin je in het idee van voortbestemde, eeuwige liefde. Maar alles waar je de ander in ophemelt en van beschuldigt kun je uiteindelijk herleiden tot jezelf. Deze nabeelden zijn dus een manier om jezelf te leren kennen. Net als dromen. Daarom zijn het ook dagdromen. Nabeelden hoeven niet alleen over relaties te gaan, ze kunnen ook een werk betreffen. Ik heb weleens dat ik van een nabeeld een beeld maak, en het zo uit de toekomst in het heden plaats en dan is het uiteindelijk een self-fullfilling prophecy geworden. Het liefst wil ik dat het altijd zo is, want ik geloof erin dat deze werken de belangrijkste zijn die je kunt maken in je leven (en daarnaast is het prettig controle uit te kunnen oefenen op de weg van zo'n droom. 'Love's a two-way dream' zong Bjork al, daarin ben je dus altijd afhankelijk van de ander). Daarom heb ik deze blog 'nabeelden' genoemd, in de hoop dat ik vanaf dat moment alleen nog maar belangwekkende kunst zou maken...
In Plato-termen gesproken: ik tracht dus de 'idee' uit te drukken met mijn kunst. Kunst is voor mij dus niet, wat Plato stelde, nutteloos omdat het een mimesis van een mimesis is, maar je wordt ermee teruggeleid naar de oorsprong.

Nog even terug. 'De vraag is of dat dan kunst is'. Nee, maar het kan wel kunst opleveren.
Na nog wat nageboortes betreffende emoties en energieblokkades zal mijn - toegegeven, af en toe wat meanderende - verhaal rond zijn, en dan wordt dit weer een blog waar je kunst op kunt vinden.
Maar nabeelden staan er sowieso op.

dinsdag 5 april 2011

The King's Speech 4

Wat me een paar keer overkwam tijdens die eerste meditatieweek was dat ik een soort druk in mijn lichaam voelde, die verdween zodra ik me bewoog, maar terugkwam zodra ik weer stillag. De eerste keer dat het gebeurde schoot ik vol angst overeind. Ik dacht namelijk dat het verlamming was... Hier had ik niets over gelezen. Vervolgens zag ik een tijdje beduusd voor me uit te staren, boos op mezelf, omdat ik iets had ervaren dat, zo voelde ik, van belang was.
Na deze eerste confrontatie kwam het heel voorzichtig een paar keer terug, bijna zonder dat ik er erg in had. Zo wende ik eraan: de aanvankelijke schrik was verdwenen. Op een gegeven moment hield ik deze zich verplaatsende en zich vervormende druk een tijdje vast met volle aandacht en ontdekte dat het helemaal niet zo'n naar gevoel was als ik had gedacht. Het was eigenlijk wel prettig om erbij stil te staan. Ik werd beloond voor mijn inspanningen: ik kreeg na een tijdje kippenvel over mijn hele lichaam, of nee, het was meer een soort getintel, en daarna een golf energie. Die verdween zodra ik me er bewust van werd. Ik had daar namelijk eveneens een sterke reactie op: ik voelde opnieuw angst én ik dacht gretig: ooooh, verlichting misschien? Dat is een gedachte die alleen maar in de weg zit, dus doe ik mijn best hem niet te denken, wat de boel natuurlijk nog erger maakt. En tegen die tijd zit alle aandacht al lang en breed weer in je hoofd en niet in je lichaam, waar al deze machtige dingen te ervaren zijn. Maar dat terzijde.

Ik vermoed dat deze druk mijn emoties zijn, de energieblokkades die er ook voor zorgen dat ik eczeem heb. De emotie/blokkade voelen is de manier om hem op te lossen. Daarna komt er energie vrij. De meditaties waarin ik dit meemaak zijn gedenkwaardig. Mijn eczeem geneest ervan. Ik herken inmiddels het verschil in gevoel tussen 'groeiende' en 'tanende' eczeem. Het lijkt op elkaar: genezing jeukt immers ook. Moeilijk uit te leggen wat het verschil precies is, maar een prettige verworvenheid, want anders merk je pas een dag later hoe de vlag erbij hangt: tegen die tijd ziet de huid er aanmerkelijk beter of slechter uit. Meditatie scherpt de zintuigen. Of beter: ik denk, de hersencentra waarin de zintuiglijke impulsen worden verwerkt. Net zoals lichamelijke oefening de spieren versterkt.

Een andere meditatie-ervaring is ook het vermelden waard. Dit is de meditatie die balanceert op het randje van de slaap. In principe niet wat ik wil als ik mediteer. Als ik wil slapen ga ik wel slapen, immers. Maar heel mooi om mee te maken. Het proces van in slaap vallen wordt eindeloos uitgerekt. De gedachten ontspinnen zich: er zitten geen ruimtes meer tussen. Zo ontstaan ook dromen. Maar dat terzijde, dat is weer een stap verder. De ruimte die je aantreft tussen je gedachten en die je leert waarderen als je mediteert, 'draagt' de gedachten nu. Het is net alsof ze dan veilig zijn. Dit brengt een diepe, diepe ontspanning. Ik denk dat ik dit drie keer heb beleefd, waarvan één keer met als gevolg dat ik ook echt in slaap viel en twee uur later verwonderd en verkwikt wakker werd.

Het is net alsof ik in een bootje zit dat lek is. Er stroomt continu water naar binnen. In mijn meditatieweek heb ik in een rustige baai intensief zitten hozen en het deed wonderen, maar daarna begaf ik me weer op de woelige zee en moest ik mijn aandacht verdelen tussen hozen en de golven trotseren. Er zat gelukkig een stuk minder water in mijn bootje dus ik was veiliger, maar ik moest wel nog met mijn vinger op het lek zitten en kon dus niet zoveel doen om het overgebleven water weg te hozen, hooguit wat wapperen met mijn andere hand. Op deze manier zal het een tijdje duren voor al het water weg is. Maar de hele tijd op een stukje stil water zitten is niet bepaald avontuurlijk, dus ik begeef me liever op de echte zee. Ik vind het veel te leuk op zee, namelijk. En als ik zo doorga komt dat bootje vanzelf wel een keer leeg en zal ik kunnen beginnen de golven te leren kennen.

maandag 4 april 2011

The King's Speech 3

Er zijn veel verschillende vormen van meditatie. Dat zijn dan dus 'meditatieoefeningen'. Maar het komt allemaal neer op bewust zijn. Je kan het lopend doen, zittend of liggen of tijdens de bezigheden van alledag.

Zenboeddhisten zitten met hun gat op een kussen in lotushouding en maken een moedra van hun handen, die op hun knieen liggen, of leggen ze in hun schoot. De juiste houding is voor hun erg belangrijk. Zazen, heet dit. Gewoon-te-zitten, of alleen-maar-zitten. Dan komen ze in samadhi, diepe ontspanning. Ze ademen maar een paar keer per minuut.
Ook heb je de bodycheck. Dit is een term uit de mindfulness, een populaire westerse variant op meditatie. Dan lig je en ga je elk deeltje van je lichaam af, zonder het te bewegen, van top tot teen. Dat ligt de concentratie dus op een soort opdracht. Je kunt ook je gedachten volgen en loslaten, of ze zelfs tellen.
De meest gangbare meditatievorm is je te richten op je ademhaling. Bijvoorbeeld op het puntje van je neus, waar de lucht langs stroomt.

Toen ik net begon maakte ik er een rommeltje van. Ik paste de kennis toe die ik her en der, in de loop der jaren, had opgeduikeld uit boeken. Ik lag het liefst, maar als ik me fit genoeg voelde zat ik in kleermakerszit, omdat dat meer zoden aan de dijk legde, naar mij idee. Dan weer eens dit en dan weer dat. Bodycheck, ademhaling, onderdrukte emoties voelen, me richten op de pijn in mijn rug van het zitten, mijn gedachten tellen, proberen geen gedachten te hebben, beseffen dat dat ook een gedachte is, me concentreren op mijn lichaam. Gelukkig stopte ik voordat het een automatisme werd, een kringetje. Dit diffuse kennismaken met meditatie, mijn gedachten, mijn lichaam en emoties en dat ongrijpbare dat altijd nét om de hoek lijkt te liggen, was nodig. Maar daarna moest ik me focussen op één ding. Ik merkte toen dat de dingen die ik in de eerste meditatieweek had ontmoet geleidelijk terugkwamen.

Tja, die meditatieweek. Ik had bewust een week vrij genomen om te mediteren. Het kon zo niet langer: mijn eczeem liep de spuigaten uit. Ik moest het tij keren. Mediteren is erg moeilijk als je er net aan begint, ontdekte ik (al deed ik wel al jaren bijna dagelijks, haast automatisch, een soort bodycheck). Elke meditatie was moeilijker dan de vorige. Maar wat ik af en toe ook doorhad: tijdens elke meditatie deed ik de ervaring op die ik nodig had om de volgende aan te kunnen. Met skieen kan je niet vol angst achteroverleunen en tegen wil en dank naar beneden glijden: dat kost ontzettend veel energie (en spierpijn!). Je moet je gewicht naar voren brengen, erin leunen en op elke bocht en sneeuwbult anticiperen op het moment dat die zich voordoet. Er is maar één tempo: het juiste. Je kunt het niet vertragen om op adem te komen, je kunt het niet afraffelen om het snel voorbij te laten zijn. Je moet er volop in gaan, met al je angsten. Je slaat een keer over de kop. En pas daarna begin je er controle over te krijgen, je leert dingen. Meditatie is niet zweverig, integendeel. Er wordt wel veel zweverig over geluld, omdat een meditatie zo complex in elkaar steekt en relaties aangaat met andere meditaties dat er eigenlijk geen zinnig woord over te zeggen valt, net zoals over het leven. Er gebeuren allerlei dingen terwijl je daar zit 'niks te doen'. In de volgende blog zal ik uitleggen wat dan bijvoorbeeld. En dan zal ik beginnen te vertellen waarom met elke meditatie mijn eczeem minder wordt.

zondag 3 april 2011

The King's Speech 2

Ik had geen Lionel Logue om me te helpen. Maar mentoren doken overal op, in de vorm van vrienden, tantes, docenten, behandelaars, ouders en partners van ouders. Af en toe gaven ze me een duwtje. Het was mijn vader die zei dat ik een afspraak moest maken bij een acupunctuurcentrum. 

Mijn eczeem is chronisch, genetisch en redelijk mild, in vergelijking met de grote huidoppervlakte die bij lotgenoten wordt geteisterd. Mijn oma van vaderskant had ook eczeem. Het is niet besmettelijk. Het jeukt, brandt en doet pijn. Jeuk komt vaak in aanvallen: dan krab je en daarna komt de pijn van de wonden, en het schuldgevoel en de depressie.
Eczeem is een overgevoeligheidsziekte, dat wil zeggen: de weerstand van mensen met eczeem is laag. Daardoor kunnen allergene en schadelijke stoffen (zoals uitlaatgassen, suiker en zuivel) de eczeem verergeren. Ook stress en onderdrukte emoties tonen zich op die manier. Depressie (letterlijk: neerdrukken) zal zich spiegelen op het lichaamsoppervlak.
Een mechanisch probleem, zegt de huisarts, en hij schrijft een zalfje voor. Protopic, hormoonzalf of andere troep. Dat smeer je kranig en dan verwijnt het en komt het op een andere plek, op een ander tijdstip weer op. Of je huid wordt zo dun dat je er een probleem bij creeert.

Sommige geneeswijzen zeggen dat lichaam en geest een holistisch geheel is en dat ziekte te wijten is aan een disbalans ergens in dat systeem. Deze disbalans oplossen zorgt ervoor dat de symptomen verdwijnen. Ze prikken in je energiemeridianen met naaldjes, gebruiken kruiden of homeopatische korrels en handoplegging. Als je een tijdje meedraait in het circuit zal je op een gegeven moment uitkomen bij deze alternatieven, want kwalen als eczeem hebben de neiging hardnekkig te zijn en een oplossing met blijvend effect wordt verlangd. Dit wordt beloofd. Het laat echter even op zich wachten. Tegen die tijd ben je alweer gestopt met de behandeling.
Maar als je je over jezelf heen kan zetten en accepteert dat alternatieve geneeswijzen niet direct het gewenste effect hebben, als je durft toe te laten dat er meer aan de hand is, dan kun je beginnen aan genezing. Dit rondzwerven duurt meestal enkele jaren. Ook bij mij. Waarom hebben mensen zo'n weerstand tegen alternatieve geneeswijzen?
Omdat het dingen veronderstelt die beangstigend zijn.

Je krijgt het idee dat de ziekte jouw schuld is. Dat je zwak bent en niet in staat te leven zoals andere mensen fluitend schijnen te doen. Je krijgt te maken met emoties: angst, woede, tobberigheid, onrust en verdriet. Je denkt: ik kan dit niet verdragen. Ik ga bijvoorbeeld suiker eten of late nachten maken om het kutgevoel dat dat oproept (depressie) draaglijker te maken. Dit is een neerwaartste spiraal. Bij mij komt dit in de winter. Ik luister niet naar mijn lichaam en dat schreeuwt, jammert, jeukt en vlamt van woede. Want daar wacht pijn. Ik ga sjaaltjes dragen en zoveel mogelijk gelukservaringen verzamelen (verslaving) om het allemaal maar aan te kunnen. Suiker en romige dingen, krabben om de jeuk te verlichten etc.
Alternatieve geneeswijzen zijn zweverig en doen denken aan kwakzalverij. Wie kan je vertrouwen? Jezelf al helemaal niet: je eigen lichaam verraadt je. Je geest probeert het allemaal bij te houden, maar faalt. Een mentor is zeer welkom, maar zul je ook luisteren?
Ja. Iedereen doet dat. Nadat er een bepaalde hoeveelheid schade is aangericht. Gelukkig is die schade meestal te herstellen: het zelfgenezend vermogen van het lichaam is sterk.